Nieuws Actueel

Hemmie Oolthuis over het uitstervende beroep van belastingdeurwaarder

Van onze redactie 1 oktober 2015

Hemmie Oolthuis Janvanden Brink

Hoe word je deurwaarder?Oolthuis: „Ik ben op 14 september 1970 begonnen bij de Belastingdienst in Winterswijk en ben 35 jaar deurwaarder geweest. Ik wilde nooit ambtenaar worden, dat was toeval. Ik zat in de confectie bij de Sturka in Lievelde, waar ik ook geboren ben, en volgde een opleiding voor kleermaker/coupeur. Hartstikke leuk werk. Ik zou naar de modevakschool in Amsterdam gaan, maar toen ging het slechter in de confectie. De langere termijn zag er ook niet goed uit en ik besloot het niet te doen.”

,,Ik ben gaan solliciteren bij de Belastingdienst, een overheidsinstantie, want dan had je meer vastigheid. Ik werd aangenomen en kon er na mijn diensttijd direct weer aan de slag. Het werd de afdeling invoerrechten en accijnzen. Ik ging later intern cursussen volgen en kreeg een loopbaanonderzoek. Ik werd geschikt bevonden om deurwaarder te spelen. Waarom niet? Het is hartstikke leuk werk met vrijheid van handelen. En, heel belangrijk, veel intermenselijk contact.”

Maar een deurwaarder is toch ook vaak een boeman?„Absoluut niet. Nooit geweest ook. Je werkt oplossingsgezind. Vroeger was het heel anders, lag de nadruk op de oog- en oorfunctie. Toen ging het om dingen op te vangen en die te vertalen naar de belastingwetgeving. Ik heb me meer een amateurpsycholoog gevoeld. Je moet normaal gedrag vertonen. Ik moet mijn rekeningen betalen, dat moet een ander ook. Het is wel eens heftig geweest, dat is logisch, maar altijd rechtvaardig. Beslag leggen komt neer op het verkrijgen van roerende en onroerende zaken, en vorderingen. Ik heb altijd het streven gehad het zelfstandig, zonder de sterke arm der wet, de politie, op te lossen.”

„Ik denk echter niet dat er over 20, 25 jaar nog een deurwaarder is. Dan heeft niemand nog geld in de achterzak en is alles geautomatiseerd. Dat pasje of die chip wordt steeds belangrijker. Dan is het een kwestie van: voorkomen is beter dan genezen. Alle transacties zijn zichtbaar en dan wordt er tijdig ingegrepen, zo van: pas op, zo gaat het niet goed.”

Wat vond je het meest boeiend aan het ambt van deurwaarder?„De hamer is het allermooiste, dus veilingmeester. Het bespelen van de koper, geweldig mooi werk. Dan ben je bijna weer een oefenmeester, een prachtig spel. Als ik aan het praten ben blijf ik aan het praten. Maar ik kan ook goed mijn mond houden en luisteren. Anders kun je je niet inleven in de problemen van een ander.”

Foto: Hemmie Oolthuis met zijn veilinghamer. „Veilingmeester zijn is het allermooiste onderdeel van mijn werk.” (Jan van den Brink)