Nieuws Actueel

Het leven als non begon te knellen

Van onze redactie 5 mei 2015

Image 4901954

Na jaren ging het knellen en trad ze uit. Ze denkt de laatste tijd weer vaak aan haar roeping.

Jihadstrijders "Ik lees over jihadstrijders die naar Syrië vertrekken. Die God hebben gevonden en weg willen uit deze samenleving die beheerst wordt door overconsumptie, materialisme en selfies. Ik keur geweld af. Er is, als je je schuldig maakt aan oorlogsmisdaden, geen weg terug. Maar het licht zien, de enorme bevlogenheid die ze voelen, die herken ik." De van oorsprong Eindhovense weet dat de vergelijking mank gaat. Toch doet de overtuiging van die strijders haar nu vaak terugdenken aan de tijd dat ze – op 27-jarige leeftijd – besloot in te treden in het klooster.

Miek Pot is opgegroeid in Eindhoven. Een blonde, sportieve vrouw. Ze draagt een spijkerbroek, een wit jasje en een knalrood horloge. In haar werkkamer staan foto's van haar als non, in bijbehorend habijt. De contouren van haar gezicht zijn dezelfde. Het is moeilijk voor te stellen dat ze twaalf jaar van haar leven sleet in afzondering.

Kloosterleven Tijdens haar studie geschiedenis kwam ze voor het eerst in contact met het kloosterleven. Ze trok zich terug in het klooster om te studeren en voelde zich meteen aangetrokken tot het geloof. "Ik verzweeg dat voor mijn omgeving. Uit angst voor onbegrip. Alleen mijn moeder wist het", vertelt ze.

Na haar kandidaatsexamen ging ze naar de Benedictinessen in Oosterhout. "Dat was niets voor mij." Ze zocht het zuidelijker en trok naar het Waalse Marche-les-Dames, naar de Monastieke Familie van Betlehem, een van oorsprong Franse orde die zich laat leiden door de heilige Bruno. Ze werd kartuizernon. Deze nonnen, of monialen, slijten hun dagen alleen in hun cellen, waar ze bidden en mediteren. Alleen op zondag komen ze bij elkaar en spreken ze.

Stilte "In het begin dacht ik: wat heb ik gedaan? Ik sprak ik amper Frans. Ik was ook totaal niet voorbereid op de stilte en bidden kon ik niet echt. Ik praatte erover met mijn priorin (hoofd van een nonnenklooster, red.). Ze zei: je blijft drie maanden en dan zien we wel verder. Op een of andere manier zijn het twaalf jaar geworden."

Door gezondheidsproblemen werd ze overgeplaatst naar Le Thoronet in Zuid-Frankrijk. "Een heerlijke tijd", zegt ze. "We stonden om vier uur 's nachts op. Begonnen met een half uur liturgische gebeden en dan een anderhalf uur lange metten in de kerk. Bij de deur werd fruit uitgedeeld. Dat was ons ontbijt. Bidden, eten, lezen en slapen. Elke dag om vier uur 's ochtends op, om zeven uur 's avonds naar bed."

Zo kwam ze haar dagen door. Acht jaar lang was ze ook hoofd van de keuken. Ze schreef er een boek over: Eten als een Franse non.

Gemoedstoestand Haar gemoedstoestand ging op en neer. Dan weer was ze tevreden, dan weer dacht ze: "Wat doe ik hier?" Toen de Belgische nonnen van Marche-les-Dames verhuisden naar een nieuw klooster in Opgrimbie, werd Miek Pot gevraagd om de bouw daarvan in goede banen te leiden. Een lastige taak. Het klooster had geen bouwvergunning. De omgeving en de Vlaamse regering zagen de komst van de 23 nonnen niet zitten. Soms dacht ze: er rust een vloek op dit klooster. Met de auto reed ze op en neer naar Belgisch-Limburg en zag bij mooi weer cabrio's rijden.

"En ik zat in mijn oude auto in mijn nonnenpak. De wereld kwam weer naar me toe. Ik begreep opeens waarom kloosters vaak zo afgelegen en geïsoleerd liggen."

Knellen Het leven als non begon te knellen. Ze had nog geen eeuwige gelofte afgelegd, ze zat er tegenaan. Miek besloot uit te treden. Daar stond ze dan. Ze had niets: geen werkervaring, geen verzekering, geen recht op een uitkering. Ja, haar rijbewijs, dat had ze nog. In eerste instantie ging ze lesgeven. Ze had immers niet voor niets geschiedenis gestudeerd. Ze besloot een boek te schrijven over haar kloosterleven en leurde met haar manuscript tot ze na dertig afwijzingen eindelijk een uitgever vond.

Intussen heeft ze meerdere boeken op haar naam staan en verzorgt ze drukbezochte stilte-retraites. "Ik ontmoet mensen die zich misschien niet thuisvoelen in de kerk, maar wel in God geloven. Mijn completatieve stilte-retraites hebben niet per se een religieus etiket. Er komen ook mensen die bijvoorbeeld overspannen zijn of een burn-out hebben." Ze kan ervan leven.

Geen spijt Vroeger wilde ze naar het buitenland. Journaliste worden in de Verenigde Staten, iets in die trant. Ze heeft geen spijt. "Blijkbaar was dit de weg die ik moest bewandelen. Het kloosterbestaan is een belangrijk deel van mijn leven. Ik schaam me er niet voor. In het begin wel. Toen voelde het als opgeven. Nu kijk ik terug op de mooie dingen die ik heb gedaan."

Ze gaat in België, waar ze nu woont, niet vaak naar de kerk. "Ik heb al voor drie levens in de kerk gezeten", dacht ze toen iemand haar attendeerde op de mis in de buurt. Toch ging ze luisteren. En ze vond het heerlijk. "De kern van het geloof is gebleven", zegt ze. "Maar die zit nu in het gewone dagelijkse leven verweven."