Nieuws Actueel

Het slechtste nieuws ooit

Martijn Vervest 29 januari 2015

22 februari 2012Halfelf ’s avonds. De bel gaat. Vanaf de bank kijk ik de donkere gang in naar de voordeur. Ik was laat thuis vandaag en zit net met een wijntje voor de tv. We hadden in de kapsalon een trainingsavond. Ik doe het licht aan en open de deur op een kier. Politie!"Bent u mevrouw Brugmans?" Onmiddellijk weet ik dat ze met slecht nieuws komen, heel slecht nieuws. Ze vragen of ze binnen mogen komen en ik open de deur verder om ze binnen te laten. "Jullie komen met heel slecht nieuws", zeg ik, en mijn benen beginnen te trillen. Ik zie de uitdrukking op hun gezichten. Ik herken het. Ik heb dit al eens eerder meegemaakt. Zo kwamen ze ook binnen toen Cees’ moeder op straat aan een hartstilstand overleden was. Strakke, serieuze gezichten, vol medelijden. Toen vroegen ze: "Kent u mevrouw Brugmans-Noevers?" Nu vragen ze: "Bent u mevrouw Brugmans?" Ik ga ze voor naar de kamer. "Wilt u niet liever gaan zitten?" vraagt een van de agenten. "Nee", zeg ik. Ik blijf liever staan, dan ben ik tenminste op ooghoogte met ze. "Inderdaad, mevrouw Brugmans, we komen met heel slecht nieuws. Uw man is vanavond om 21.15 uur om het leven gekomen op zijn werk." "Op zijn werk?" vraag ik ongelovig. Een auto-ongeluk, dat was door mijn hoofd geflitst. Hoezo op zijn werk? Cees werkt in de Rotterdamse haven als controleur. Ze hebben daar overslag van heel grote rollen papier en cellulose, die tussen de 300 en 700 kilo per stuk wegen. "Er zijn rollen papier van zo’n 600 kilo op hem gevallen, hij was op slag dood. Het spijt ons", zegt de agent.O nee, o nee, niet Cees, zeg dat het niet waar is! Daar is hij altijd bang voor geweest, dat heeft hij vorige maand nog tegen mij gezegd. “Lau, ze zijn knettergek daar, die heftruckchauffeurs rijden als gekken, daar gaan echt nog eens vreselijke ongelukken gebeuren. Als je zo’n rol op je krijgt, ben je meteen hartstikke dood!” En nu is het Cees overkomen? "Zeg dat het niet waar is, zeg dat het niet waar is!" Ik sta met een opgeheven wijsvinger voor die agent. Hij knikt alleen en zegt: "Het is helaas waar." Mijn benen gaan nu echt trillen. Ik loop op en neer door de kamer. Niet Cees, niet Cees! Ik sla op de bank en blijf slaan. "Dit is niet waar, dit is niet echt. Zeg dat het niet waar is! Dit vind ik een heel slechte grap, zeg nou maar dat het een grap is. Dit kan gewoon niet kloppen!" Jeetje, kun je zoiets over jezelf afroepen? Iets waar je bang voor bent, dat dat nu juist gebeurt? Mijn mond is kurkdroog.Een van de agenten vraagt of hij iemand moet bellen. Misschien familie? Ik vertel hem dat mijn familie over Nederland verspreid woont. Buren of vrienden? Buren niet, daar hebben we geen contact mee, maar we hebben vrienden in Zwijndrecht. Ik zoek hun telefoonnummer op en de politie belt ze. Ondertussen heeft de agente een glaasje water voor me gehaald uit de keuken. Ik kijk de agenten aan en realiseer me dat ze nog erg jong zijn, te jong om dit soort berichten over te brengen. Ik moet mijn broer bellen. Dat moet ik zelf doen, dat wil ik zelf doen. Ik heb vijf zussen en een broer. Automatisch bel ik nu mijn broer. "Ton, met Laura. Ton, Cees is dood!""Wat?""Cees is verongelukt op zijn werk, ik weet het verder ook niet, de politie is hier en vrienden uit Zwijndrecht zijn al onderweg.""Wil je dat we komen? Natuurlijk wil je dat we komen. Laura, we rijden meteen weg. Weten de anderen het al?""Nee, jij bent de eerste die ik bel. Wil jij ze bellen?" En ik hang op.Ik voel me doodmoe en hang vol ongeloof op de bank. Dit gebeurt niet echt, denk ik, ik zit in een heel slechte film. De vrienden die gebeld zijn door de politie komen binnen."Lau, wat is er gebeurd?""Ik weet het niet. Ik weet niet wat er gebeurd is. Ze zeggen dat Cees dood is, ik weet het allemaal niet meer."De politie vertelt dat er drie mensen van het bedrijf onderweg zijn, waarschijnlijk kunnen zij meer vertellen. Ton en Jeanette komen binnen. Jeanette pakt me vast en stelt dezelfde vragen: "Wat is er gebeurd? Wat is er aan de hand?” Ik sta slap op mijn benen en kan alleen maar zeggen dat ik het ook allemaal niet weet. Ik weet niet wat er allemaal aan de hand is, ik weet niks, ik voel niks, ik heb het heel koud en ik tril. Ik blijf maar trillen. Ik heb een borrel nodig, maar ik heb geen wijn meer in huis. Ik had net voordat ze aanbelden het laatste glas ingeschonken. Er staat wel een fles champagne, ik maak die maar open, ik heb nu alcohol nodig. "Lau, zou je dat wel doen? Ik weet niet of dat nu wel goed voor je is", hoor ik iemand zeggen. Wat? Al drink ik tien flessen leeg! Ik heb ze alleen niet in huis. Ik wil alleen maar dronken worden nu. Ik wil verdoofd worden, ik wil hier niet meer aan mee doen. Ik wil dat het stopt, nu!Ton heeft ondertussen vrienden en onze zussen gebeld. Bijna iedereen komt. Het is al laat in de avond. Johan, al dertig jaar Cees’ grote vriend, komt binnen. Hij is ook erg ontdaan en kan het niet geloven. O God, daar komen mijn zus en zwager met ma, m’n moedertje van 89. Dat ze dit nog mee moet maken. Ik heb laatst nog tegen haar gezegd dat ze zich gelukkig mag prijzen dat ze al haar kinderen en kleinkinderen nog heeft op deze leeftijd. En nu verliest ze haar eerste schoonzoon! Mijn zus en zwager zijn naar haar toe gereden en hebben haar het slechte nieuws verteld. Ze trok meteen haar schoenen en jas aan, pakte haar tas en zei: "Ik moet naar ons Laura, ze heeft me nu nodig." Ik weet niet wie nu wie het hardst nodig heeft. Binnen een uur is ons huis vol. Mijn huis…De drie mensen van het bedrijf zijn binnengelaten. Twee mannen en een vrouw. Ze zijn van het management. Ze condoleren me en vertellen dat de directeur in het buitenland is, hij is al op de hoogte gebracht, hij komt overmorgen terug en zal me meteen bezoeken. Ik bekijk ze alle drie, herken er eentje, de andere twee ken ik niet. Ze vertellen dat Cees onder een rol papier terecht is gekomen, en dat er een heftruck bij betrokken is geweest. Hoe het is gebeurd weten ze ook niet, de politie is met het onderzoek bezig. Ook is de arbeidsinspectie met een onderzoek gestart. Ik vraag waar Cees nu is. Ze vertellen mij dat hij daar nog ligt in verband met het onderzoek. Cees ligt nog daar? Ik moet ernaartoe, ik moet naar Cees, hoe kunnen ze hem daar op die koude vloer laten liggen? Ik moet hem troosten, vastpakken, ik wil hem nog kussen. Maar ik mag niet, ze zijn met het onderzoek bezig. Ik voel een boosheid opkomen en vraag de drie van het bedrijf naar hun naam. De namen herken ik, Cees heeft ze geregeld genoemd, en niet altijd in positieve zin. En weer met opgeheven wijsvinger spreek ik de eerste aan. “Cees heeft in januari tijdens de nieuwjaarsborrel nog tegen je gezegd dat het zo onveilig is bij jullie en daar hebben jullie niks mee gedaan!” Voordat Cees naar de nieuwjaarsborrel ging, heb ik hem gezegd dat hij het moest aankaarten, de onveiligheid en de werkdruk op het bedrijf. En anders zou ik wel eens meegaan, dreigde ik nog. Cees maakte zich al een poosje zorgen. "Het gaat daar nog een keer fout, Lau."Ik wijs naar de tweede en zeg: "Jou heb ik vorig jaar aan de telefoon gehad in verband met onze huwelijksdag.""Ja, dat klopt, dat was ik."Dat was dus onze laatste huwelijksdag... Ik heb er toen heel wat moeite voor moeten doen om Cees die dag niet te laten werken."Ik ben nu wel blij dat ik Cees toen vrij heb gegeven", zegt hij.Cees en ik gaan op onze huwelijksdag altijd samen uit eten. Met de jubilea, dus met 12,5, 20, 25 en 30 jaar zijn we op vakantie geweest. Vorig jaar viel het op zondag. 31 jaar getrouwd en Cees moest overdag werken. Eens in de zes weken was het zijn beurt om op zondag te werken. Maar dat was geen probleem, we hadden een tafeltje besproken voor de avond. Op vrijdag komt Cees thuis met de mededeling dat hij in plaats van overdag, ’s avonds moet werken. Ik vraag hem of hij verteld heeft dat het onze huwelijksdag is. “Ja, maar ze zitten met personeelstekort.”"Als je ziek bent moeten ze ook een oplossing vinden, en waarom komen ze daar zo laat mee?""Die boot komt later binnen, daar kunnen zij ook niks aan doen!"Ik ben woest, ik ga meteen op de computer het telefoonnummer zoeken van het bedrijf. Lau, ze zijn er toch niet meer rond deze tijd.Ik vind het 06-nummer van degene die Cees geen vrij wil geven. Om te bellen loop ik de tuin in. Ik krijg zijn voicemail en spreek in dat ik als verrassing twaalf mensen heb uitgenodigd en dat ik onmogelijk het restaurant kan bellen om te annuleren. Een poosje later word ik teruggebeld: Cees krijgt de hele dag vrij! Het kwam er met veel omhaal uit, want ze konden Cees eigenlijk niet missen en meer van dat soort tegenwerpingen. Zo, mooi een leugentje om bestwil, dacht ik nog. Want het was een tafeltje voor twee. Maar Cees was er niet echt blij mee dat ik dat had gedaan. "Daar gaan collega’s over zeiken maandag", zei hij. "Pff, daar sta je toch boven! Hoe vaak zijn zij ziek? Jij nooit! Hoe vaak profiteren zij van overwerk, en melden zich dan op maandag ziek? Jij bent te goed voor deze wereld. Pas op dat ze geen misbruik van jou maken!" Vervolgens zit Cees de hele zondag op de computer te kijken naar Ship Tracking of de boot al binnenkomt! Hij voelt zich zo bezwaard, vooral tegenover zijn collega’s."Dat was dus ons laatste etentje, op onze laatste huwelijksdag", zeg ik. Hij staat me met een gezicht vol berouw aan te kijken. Dan wijs ik naar de dame van personeelszaken, en zeg: "Jij hebt Cees 100 euro gekort op zijn reiskosten, terwijl dat zo niet afgesproken was in het contract.” Ook zij weet niets te zeggen. Ik ben alleen maar boos nu. Cees heeft zijn leven verloren op dit klotebedrijf! Ton vraagt of ze ons kunnen vertellen wat er precies is voorgevallen. Hoe is die rol boven op Cees terechtgekomen? Dat weten ze niet, het onderzoek loopt nog. Zijn chef was als eerste bij hem en heeft Cees in zijn armen gehouden tot de hulpverleners kwamen. Maar het was al te laat voor hulpverlening. Er waren ambulances en een traumahelikopter, maar die waren niet nodig. Hij was op slag dood.Het is halftwee ’s nachts. Ton krijgt een telefoontje dat Cees vanaf de plaats van het ongeluk is opgehaald en naar het mortuarium in Rotterdam is overgebracht. Hij vraagt me of ik een man of een vrouw als begrafenisondernemer wil. Moet ik daar nu over nadenken? Midden in de nacht? Willen ze dat nu weten? Ik kies voor een vrouw, die heeft toch iets meer gevoel, denk ik. “Wat gaat er nu gebeuren met Cees?” vraag ik, maar niemand weet dat. Waarom weet niemand iets, waarom is er geen duidelijkheid? Ik blijf wel met die vraag zitten.Rond halfvier gaat iedereen naar huis, Ton en Jeanette blijven bij mij slapen, ze willen niet dat ik alleen ben vannacht. "Nemen jullie ons bed maar, ik blijf hier beneden, ik kan toch niet slapen." Ik zit als verdoofd op de bank, de champagnefles is leeg. Ik moet het Nel en Gerard ook laten weten. Vanaf de lagere school ben ik bevriend met Nel, met Gerard vanaf de middelbare school. Ze wonen al lange tijd in Duitsland. We hebben niet zo heel veel contact de laatste jaren. Ieder van ons is druk, maar als we contact hebben pikken we zo op waar we gebleven zijn. Ik stuur via e-mail een kort berichtje: "Ik wil jullie laten weten dat Cees gisteravond om het leven is gekomen bij een bedrijfsongeval." Meer niet, meer kan ik niet, de tranen rollen over m’n wangen. Ik stuur nog een sms’je naar een neef met wie ik geregeld contact heb en naar mijn drie kappersvrienden.23 jaar heb ik een eigen kapsalon gehad. Ik kom regelmatig samen met drie andere kapperondernemers. Lekker uit eten en eens per jaar naar Londen voor een show of training. De grootste lol hebben we dan. We proberen elkaar ook altijd zakelijk te helpen en we wisselen ideeën uit. Iedereen zal schrikken, straks als ze wakker worden.