Nieuws Actueel

Het verdriet van Zuid-Limburg

Peter de Graaf 17 december 2015

Kolenmijn

Toen Joop den Uyl op 17 december 1965 in de schouwburg van Heerlen de sluiting van alle Limburgse kolenmijnen aankondigde, zat Wiel Niks 500 meter onder de grond. "Ik had middagdienst, de productie ging door", zegt de 72-jarige oud-mijnwerker in de Volkskrant. "Echt onverwacht was het niet. De zwaar gesubsidieerde mijnen leden grote verliezen. Het was goedkoper de kolen uit Noord-Amerika te halen. En er was gas in Slochteren gevonden."

Wat had er volgens u moeten gebeuren?"Ze hadden de mijnen nog tien jaar langer open moeten houden, zodat de klap kon worden uitgesmeerd over een langere periode. Misschien was Limburg er nu dan beter aan toe geweest. De opvolgers van Den Uyl hebben de mijnen sneller gesloten dan hij waarschijnlijk had gepland."Zoveel gebroken beloften: waarom hebben de Limburgers niet meer van zich afgebeten?"Limburgers zijn altijd gedwee geweest. Ze hebben kerk, staat en baas braaf gevolgd. Kijk nu naar de mijnschade. De Groningers lopen te hoop omdat hun huizen verzakken door de aardgaswinning. Hier in Limburg gebeurt dat ook door het gangenstelsel van de mijnbouw, maar het blijft oorverdovend stil. Ook onze burgemeesters hadden wat meer met de vuist op tafel mogen slaan. Er was ons een universiteit beloofd, maar die kwam in Maastricht. Het is schrijnend dat vooral Maastricht beter is geworden van het herstructureringsgeld, terwijl daar geen enkele mijn gevestigd was."

Komt Limburg ooit nog over de klap van de mijnsluitingen heen?"Ik vrees dat dit nog generaties duurt. Veel mijnwerkers werden in de WAO gedumpt. Dat kon toen nog, ook al waren ze arbeidsgeschikt. Er was gewoon geen passend werk voor ze. Nu zie je dat veel kinderen van die WAO'ers ook weer een uitkering hebben. Geen enkele sector heeft de rol van de mijnen in Limburg kunnen overnemen. Zo'n vervangende industrie kun je niet zomaar uit de grond stampen."