Nieuws Actueel

Ingebeelde lelijkheid, een ernstige psychiatrische aandoening

Van onze redactie 11 november 2014

Liesbeth Jansen heeft bdd, ofwel body dismorfic disorder. Zij lijdt aan ingebeelde lelijkheid. Andere patiënten met dezelfde aandoening staren zich blind op vermeende flaporen, een te grote neus, te veel gezichtshaar of een te rode huid die ze bedekken onder een dikke laag make-up. "Bdd is een ernstige psychiatrische aandoening in de categorie obsessieve compulsieve stoornissen. Patiënten zijn overtuigd van hun lelijke uiterlijk, terwijl er geen of nauwelijks een zichtbare afwijking is te zien. Toch kunnen ze aan niets anders denken", zegt psychiater Nienke Vulink van het AMC te Amsterdam.

Weinig onderzoek Er is nog weinig onderzoek gedaan naar deze ziekte, die al in 1891 werd beschreven door de Italiaanse arts Enrico Morselli, die het dysmofobie noemde. Pas sinds 2004 is de ziekte officieel erkend en opgenomen in de DSM, het handboek van de psychiatrie. Vulink: "De oorzaak is niet precies bekend. Maar net als andere dwangstoornissen, zoals smetvrees, is het grotendeels bepaald door genetische aanleg. Dat is aangetoond in familiestudies. Je wordt er als het ware mee geboren. Een deel van de patiënten heeft een trauma meegemaakt in zijn of haar jeugd, zoals pesten."

Poliklinieken De zeldzame ziekte komt bij 1 à 2% van de bevolking voor. De diagnose is lastig te stellen. Meestal gaan patiënten eerst naar een dermatoloog, kaakchirurg of plastisch chirurg. Vulink heeft aangetoond dat tussen de 8 en 10% van de mensen die deze poliklinieken bezoeken eigenlijk bdd hebben.

"Samen met een dermatoloog zie ik eens in de 2 weken een hele middag patiënten die bijvoorbeeld veelvuldig en dwangmatig aan hun huid pulken, haren uittrekken of ernstig beperkt zijn door een lichte huidafwijking. Allemaal klachten die eigenlijk psychiatrisch van aard zijn. Wij kunnen dan zeggen dat ze op de verkeerde afdeling zitten, leggen hun diagnose uit en overtuigen hen om in behandeling te komen voor een van hun dwangmatige handelingen op de afdeling psychiatrie. Bdd komt evenveel voor bij vrouwen als bij mannen. Maar vrouwen zoeken wel eerder hulp en zijn eerder geneigd om naar de dokter te gaan. Dat geeft dus een vertekend beeld".

Jonge kinderen Er komen steeds meer patiënten bij, waaronder ook jonge kinderen. "Mensen worden zich steeds meer bewust van hun uiterlijk, mede door tv-programma's als Extreme Makeover en Hollands Next Top Model. We kunnen niet aantonen dat blootstelling aan mooie modellen leidt tot bdd. Wel is bewezen dat vrouwen en mannen zichzelf nadat ze een half uur lang zien negatiever beoordelen dan ervoor. Maar dat geldt alleen voor mensen die onzeker zijn of een negatief zelfbeeld hebben. Opmerkelijk is verder dat een vijfde van de mensen met bdd iets doet met kunst en esthetiek. Ze hebben een speciale aanleg voor waardering van schoonheid."

Ook komt er steeds meer zicht op wat er mis gaat in de hersenen. Hersenscans tonen verminderde activiteit in de achterste hersenschors aan en overactiviteit in de linkerhersenhelft. "Mensen met bdd kijken vooral naar details. Dat is ook aangetoond met oogbewegingen. Zij kijken bijvoorbeeld voortdurend naar de neus of het haar op portretfoto's en zien niet het hele gezicht, zoals wij. Deze focus op details en niet naar het geheel kijken, past bij de afwijkingen die op hersencans worden gezien."

Belangrijk onderdeel van de therapie is dat de patiënt moet leren naar het geheel te kijken en niet te focussen op kleine details. Ook moet hij of zij opnieuw leren in de spiegel te kijken zonder negatieve emoties. "De therapie begint altijd met antidepressiva, in hoge dosis om de angst en obsessief gedrag te verminderen. Vaak zijn ze er zo ernstig aan toe dat ze zelfmoord overwegen. Vooral de reactie van hun omgeving, zo van stel je niet aan joh, je bent toch hartstikke mooi, is moeilijk te verdragen. Juist dat onbegrip maakt hen wanhopig. Het kan leiden tot sociaal isolement. Twee derde heeft een doodwens en de helft doet een poging".

Advies geven Maar een goede therapie is mogelijk, aldus Vulink. In het AMC doen ze als enige in de wereld, na medicatie, aan groepsbehandeling. Vanuit heel Nederland en België komen bdd-patiënten naar Amsterdam. In 4 maanden tijd komen groepen van 8 patiënten 2 dagen per week bij elkaar. "Ze kunnen elkaar zien en adviezen geven. Dat heeft een versterkend en heilzaam effect. Ze zien hoe andere patiënten ermee omgaan. Dit resulteert in een sterke afname van de bdd-klachten. De ziekte blijft wel een chronische aandoening. Wat de patiënt heeft geleerd, moet hij blijven doen. Echt genezen, doet hooguit 10%."