Nieuws Actueel

'Jihadisten omarmen, niet uitsluiten'

Van onze redactie 1 december 2014

2 jaar al verschijnen er berichten over Nederlandse jongeren die als jihadist naar Syrië vertrekken en soms weer terugkeren.

Al die tijd ook heeft justitie ze in het vizier, en moeten we als burgers alert zijn op signalen van radicalisering. Maar hoe doe je dat? En wat moeten we nu met onze 'polderjihadisten'?

Dat beleidsmakers het zelf eigenlijk niet goed weten, werd vorige week duidelijk door de uitspraken van de Rotterdamse burgemeester Ahmed Aboutaleb. Zijn oproep 'Ga naar Syrië, maar kom ook niet meer terug' staat lijnrecht tegenover het kabinetsbeleid dat juist gericht is op het voorkomen van jihadreizen naar Syrië of Irak.

Omarmen De worsteling met het fenomeen jihadgangers is nog groter bij degenen die de radicalen in de praktijk moeten begeleiden, merkt Arjan de Wolf. Als gedragswetenschapper en medeauteur van het boek Aanpak van radicalisme, een psychologische analyse traint hij de laatste tijd vaak politiemensen, docenten en jeugdwerkers in de omgang met moslimradicalen. "In het hele land leven er vragen. Vanuit de overheid hoor je vooral over de repressieve maatregelen tegen extremistische jongeren. Maar dat je ze soms – net zoals nu in Denemarken gebeurt – ook moet omarmen om de voedingsbodem voor nog radicaler gedachtegoed weg te halen, is ze onbekend."