Nieuws Actueel

Kiloknallerverbod is sympathiek maar werkt niet

Jeroen den Blijker 8 december 2015

Kiloknallerkipwerktniet1065

Hamlappen, karbonades of kipfilet per kilo, voorzien van een messcherpe actieprijs: supermarkten stunten steeds vaker met vlees, constateerde begin dit jaar actiegroep Wakker Dier. Het is een ongemakkelijke boodschap, want dat spotgoedkope vlees ligt natuurlijk niet voor niets in de schappen. En omdat boeren verreweg de zwakste schakel in de keten van vleesproductie zijn, is duidelijk wie de dupe zijn: boer en beest. De motie van de PvdA-fractie in de Tweede Kamer om een eind te maken aan de kiloknaller oogt daarom sympathiek, schrijft Trouw. Vlees dat onder de kostprijs wordt aangeboden, verdwijnt dan uit ons winkelschap.

Maar of zo'n verbod werkt, is de vraag. Naast controleproblemen geldt dat wat voor de ene agrariër de kostprijs is, dat voor de ander niet hoeft te zijn. Zeker omdat vlees wereldwijd wordt geproduceerd. Een minimumprijs is bovendien geen garantie dat boeren erop vooruitgaan. Daarvoor is hun positie in de keten van vleesproductie te zwak. En zolang een boer er niet financieel op vooruitgaat, hoeven we voor het dier dat hunkert naar een beter leven helemaal geen hoop te hebben.

Dat Martijn van Dam, de nieuwe staatssecretaris van landbouw, zijn partijgenoten in de Tweede Kamer vorige week op dit punt in de steek liet, is dus terecht. Net zoals dat hij wees op het belang van overleg in de gehele vleesketen, om te komen tot afspraken over verbetering van de vleesproductie waar boer en dier wél beter van worden. Zulk overleg heeft weliswaar niet de eenvoud van een verbod op kiloknallers, maar blijkt wel te werken.

Kiloknallers als klantenlokkertjes mogen dan populair zijn, onduidelijk is hoeveel vlees wordt verramsjt. Het debat over de kiloknaller ontneemt ons bovendien het zicht op het totale vleesschap, dat sinds een jaar of vijf steeds vaker het podium is voor 'sterrenvlees', vlees met het Beter Leven- keurmerk van de Dierenbescherming waarover supermarkten met vleesproducenten afspraken maakten. Nu heeft nog maar 13 procent van het verse varkensvlees in de supermarkt een ster, maar vrijwel alle supermarkten bereiden de introductie van 'het varken van morgen' voor. Vers varkensvlees, dat mogelijk ook één ster kan krijgen, denkt de Dierenbescherming. Ook de plofkip wacht zo'n upgrading.

Of boeren hier zoveel extra's aan overhouden is lastig te zeggen, want prijsafspraken zijn uit den boze. Maar ze verzekeren zichzelf zo wel van een stabiele afzetmarkt én leveren een beter produkt. En dat is ook wat waard.