Nieuws Actueel

Kinderen krijgen les in digitale omgangsvormen

Van onze redactie 17 september 2015

Image 5248782

,,Wie heeft er een smartphone?'' Trainer Liesbeth Hop kijkt de klas rond. Voor haar zit groep 4 van de Amsterdamse Annie M.G. Schmidtschool, een gemêleerde club kinderen. Ze krijgen een lesje 'Nationaal Media Paspoort', waarin ze leren kritisch om te gaan met media in de breedste zin van het woord.,,Wat is een smartphone?'' vraagt een meisje. De kinderen om haar heen weten het wél, zij steken hun hand zo hoog mogelijk in de lucht om te laten zien dat ze er eentje hebben. ,,Mijn moeder heeft heel veel telefoons,'' zegt één van hen - meisje, lang blond haar, wit shirt, spijkerbroek. ,,Ze wilde die niet meer gebruiken. Nu mag ik hem, maar ik mag er niet te vaak mee zitten.''SpelletjesWat ze met de mobiele telefoon doet? ,,Spelletjes,'' zegt ze. Het woord bellen valt niet. Totdat een jongetje naast haar opmerkt: ,,Je kunt er ook mee bellen.'' Hop lacht: ,,Inderdaad, met een telefoon kan je ook bellen.''Ondanks hun jonge leeftijd zijn deze kinderen al druk in de weer met smartphones, televisie, computers en tablets. ,,Weet je wat echt gek is? Ik heb een tv in bad,'' zegt een jongetje (blond, licht krullend haar, geel-zwart gestreept shirt, spijkerbroek en glimmende gympies). Een ander (zwart kroeshaar, bordeauxrode broek): ,,Ik heb drie tablets.'' Echt internetten doen deze jonkies nog niet. Ze spelen vooral online spelletjes en kijken filmpjes.Maar ook op deze leeftijd blijken er spellen tussen te zitten, waar de kinderen vreemden ontmoeten. Sommige leerlingen spelen al Minecraft, een game waarbij ze moeten bouwen. ,,Ik had laatst dat iemand mijn wereld binnendrong en dingen ging stelen. Dat was echt kut,'' brengt een jongen openhartig uit.Voor veel ouders is de digitale wereld een opvoedkundige gruwel. Hoe controleren ze wat hun kind online doet en wie het ontmoet? ,,Ouders zijn zo onzeker,'' weet Liesbeth Hop, ontwikkelaar van het Nationaal Media Paspoort. ,,De kinderen trekken zich terug met hun tablet en ze hebben geen idee wat ze uitspoken. Ouders doen maar wat.''LespakketDe Nationale Academie voor Media & Maatschappij probeert een handje te helpen. Voor leerlingen van groep 1 tot en met 8 ligt een gloednieuw lespakket klaar. Zeshonderd basisscholen in Nederland en België gaan dit schooljaar voor het eerst met de medialessen aan de slag. De kinderen leren onder meer na te denken over de informatie die ze via de media binnenkrijgen, wat ze over zichzelf online zetten, hoe ze digitaal met anderen omgaan. ,,Ik ontdekte dat kinderen al in groep 5 groepsapps hebben met klasgenoten,'' vertelt Hop. ,,Ik schrok me rot. Zo jong.'' Die appgroepen veroorzaakten spanningen in de klas. Niet alle kinderen hadden een smartphone, waardoor die de online gesprekken misten. Bovendien schreven de kinderen niet altijd aardige dingen. Hop: ,,De beheerder van zo'n groep is natuurlijk ook pas een jaar of 8 à 9. Die gooide soms ineens kinderen uit de groep.''Online omgangsvormen, online vrienden. Het zijn allemaal thema's die tijdens de medialessen aan de orde komen. ,,De tijden zijn zo sterk veranderd,'' beaamt schooldirecteur André Martens. ,,We weten niet altijd wat er bij kinderen binnenkomt en hoe we daarmee moeten omgaan. Moeten we informatie filteren? Hoe behoeden we hen ervoor dat ze in ongewenste situaties terechtkomen? Daar moeten we als school ook iets mee.''InvloedOm de basisschoolleerlingen te wapenen tegen de invloed van media krijgen ze in groep 8 een Nationaal Media Paspoort. Daarin staan afspraken die ze met zichzelf maken over de omgang met media. Ze zetten er bijvoorbeeld in hoe ze zorgen voor een goed wachtwoord, hoe ze hun tijd verdelen tussen on- en off-line wereld en hoe ze zorgen dat ze alleen aardige berichten versturen naar anderen. De verwachting is dat kinderen sneller geneigd zijn zich aan hun eigen regels te houden als ze daar helemaal zelf achter staan. ,,Wij leggen ze niets op. Ze moeten overal zelf over nadenken en bepalen hun eigen regels,'' stelt Hop.Tijdens deze les in groep 4 over vriendschappen blijkt maar weer eens dat kinderen soms op een andere golflengte zitten. Ze moeten in een cirkel invullen welke mensen het dichtst bij hen staan. Familie, uiteraard, maar waar staan klasgenoten, andere online gamers of bekende tv-persoonlijkheden? ,,Ja, bekende mensen van tv staan heel dicht bij me,'' zegt een jongetje. Hij plaatst ze in de cirkel naast zijn familie.Hop kijkt hem aan. ,,Ken je die dan?''Hij: ,,Ja, die ken ik.''Zij: ,,Je bedoelt bijvoorbeeld Bert en Ernie?''Hij weer: ,,Ja, die ken ik.''