Nieuws Actueel

Koopkrachtverlies voor 1 op 7 huishoudens

Van onze redactie 15 september 2015

Image 5243408

Dat blijkt uit de koopkrachtcijfers van het kabinet. Over de volle breedte gaat 84 procent van de huishoudens er volgend jaar op vooruit en 16 procent op achteruit. Dat is volgens het ministerie van Sociale Zaken een stuk positiever dan sinds het begin van de economische crisis in 2008. De afgelopen jaren ging ruwweg de helft van de mensen er iets op vooruit en de helft ging er op achteruit.

Volgend jaar kan bijna 80 procent van de huishoudens een koopkrachtstijging verwachten. Die kan oplopen tot meer dan 5 procent. De koopkrachtdaling beperkt zich voor bijna iedereen tot een min van 2 procent.

Aardige plussen

De gemiddelde koopkrachtstijging bedraagt 1,4 procent. Werkenden gaan er het meest op vooruit, gemiddeld 2,6 procent. Dat is al gemiddeld 750 euro netto per jaar. Mensen met een uitkering en gepensioneerden gaan er gemiddeld 0,2 procent op vooruit. Huishoudens met kinderen gaan er iets meer op vooruit dan mensen zonder kinderen: respectievelijk 2,5 en 2,1 procent.

Werkenden zijn het beste af en binnen deze groep springen vooral de mensen met een inkomen tot modaal (36.000) eruit. Zij krijgen er 3,5 procent bij. Werkenden met een hoger inkomen scoren ook aardige plussen, gemiddeld gaan werkenden er 2,6 procent op vooruit.

Minima

De hoogste koopkrachtstijging kunnen alleenstaanden met een minimumloon (20.000 euro) tegemoet zien. Zij gaan er 5,3 procent op vooruit. Alleenstaanden met een modaal inkomen gaan er 2,8 procent op vooruit. Bij de tweeverdieners gaan huishoudens met een inkomen tot 54.000 er het meest op vooruit: 3,7 procent. Werkende alleenstaande ouderen gaan er gemiddeld ruim 4 procent op vooruit.

Mensen zonder baan gaan er niet of nauwelijks op vooruit. De sociale minima behouden hun koopkracht, maar krijgen er niets bij. Alleenstaande AOW'ers met alleen AOW krijgen er 0,8 procent bij. In het overzicht van standaardhuishoudens zijn alle minnen in het koopkrachtbeeld weggepoetst, zoals minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken had beloofd.