Nieuws Actueel

Leeg bedrijfspand is een blok aan ieders been

HARRIE VERRIJT 30 november 2015

Leegstandeindhovenfontysjanceespen1065

In de uiterste hoek van bedrijventerrein Ekkersrijt doemt het op. Een enorm X-vormig kantoorpand in moderne stijl met een prachtige glazen entree. Maar staande voor de poort is een lege parkeerplaats zichtbaar. Tussen de klinkers tiert het onkruid welig en dat zorgt voor een trieste aanblik. Hier is nog aan niets te zien dat het zakelijk vastgoed weer wat opleeft, zoals de branche beweert. Dat schrijft het Eindhovens Dagblad.

In Eindhoven en omgeving staan 114 kantoorpanden en 136 bedrijfshallen groter dan 1000 vierkante meter leeg, zo leert een zoekvraag op Funda in Business. In Helmond en omgeving zijn het 61 kantoorpanden en 77 bedrijfshallen van die omvang. Cees-Jan Pen, lector Brainport van Fontys Hogeschool, is die leegstand en daarmee gepaard gaande verpaupering een doorn in het oog. Op 2 december houdt hij daarom het symposium Leren van Leegstand.

Volgens Pen is de officiële leegstand in de regio 7 tot 9 procent. "Een klein percentage leegstand moet voor een gezonde vastgoedmarkt zorgen, maar dan denk ik eerder aan de helft. In werkelijkheid is het eerder het dubbele. Er is ook nog veel verborgen leegstand. Bedrijven zitten in een te groot pand, soms met één werknemer in een enorme hal. Ze hebben hun productie verlaagd of efficiënter gemaakt. Maar ze zitten nog vast aan het gebouw als eigenaar of aan een huurcontract. Verhuizen kost ze te veel omdat ze hun vrijkomend pand niet kwijtraken."

AfsprakenPen wil met de vastgoedbranche, het bedrijfsleven en de overheid afspraken maken. "We moeten kijken hoe we naar een duurzame aanpak van werk- en winkellocaties kunnen komen. Een van de middelen die tijdens het symposium aan de orde komt is een leegstandsmonitor. We zijn al ver met het plan om met de provincie en hogescholen in Brabant zo'n leegstandsmonitor in het leven te roepen. Een stoplicht dat werkt als de eerste tekenen zichtbaar worden dat een gebied als gevolg van leegstand afglijdt. Belanghebbenden moeten dan tijdig ingrijpen."

Over hoe moet worden ingegrepen heeft Pen zo zijn ideeën. Regelmatig heeft hij het over een fonds dat gemeentes, provincie en bedrijven in het leven zouden moeten roepen. "Die leegstand is al van vóór de bankencrisis. Het komt ook door andere manieren van produceren en type bedrijven die hier actief zijn. Daar is gewoon minder ruimte voor nodig. Maar om de gevolgen van de hieruit voortvloeiende leegstand te bestrijden, is nooit geld gereserveerd. Dat gaat om miljoenen. Om voor de toekomst hier geld voor vrij te maken, zouden alle partijen een gezamenlijk fonds moeten spekken."

Dat kan natuurlijk alleen als de samenwerking tussen die partijen goed op gang komt, benadrukt Pen. "Er is nu bijna een anarchie als het gaat om onderhoud en beheer. Dat geldt ook voor de uitgifte van gronden. Als Eindhoven een groot logistiek bedrijf naar een bestaand terrein verwijst, is dat verstandig beleid. Maar bijvoorbeeld de gemeente Best kan daar doorheen fietsen en tegen dat bedrijf zeggen: we hebben nog een ideaal lapje grond voor een logistiek bedrijf. Daarom vind ik dat de provincie in dit soort zaken de regie moet nemen. De provincies Utrecht en Limburg zijn voorbeelden dat dit prima kan."

Door de grote leegstand ziet de vastgoedbranche miljarden euro's verdampen, stelt Pen. "Het zijn niet alleen de vastgoedtycoons die hierdoor worden getroffen. Die panden zijn vaak in handen van de lokale banketbakker of een andere mkb- ondernemer. Ook zijn er vastgoedfondsen waar gewone mensen hun geld in hebben belegd als appeltje voor de dorst. Het belang om de sector gezond te maken is mede daarom groot. Gezonde bedrijfsterreinen zijn bovendien nodig omdat één op de drie werknemers er zijn brood verdient. Er moet dus in geïnvesteerd blijven worden om de bedrijfsterreinen aantrekkelijk te houden."

Maar wat te doen met bedrijfspanden die bijna onverhuurbaar zijn?

Cees-Jan Pen vindt dat het taboe van wonen op bedrijfsterreinen maar eens moet worden doorbroken. "We zien het karakter van moderne bedrijven flink veranderen. Geen smerige overalls meer, geen rokende schoorstenen. Natuurlijk zal er altijd een categorie zware industrie blijven, maar ik heb het nu over het gros van de bedrijven. Daardoor kun je van bestaande bedrijventerreinen vaak een mix van bedrijven, natuur en wonen maken."

Rotte kiezenPer geval van leegstand wil dat Pen gekeken wordt naar de mogelijkheden. "Die onverhuurbare panden zijn vaak rotte kiezen in het bedrijfsterrein. Als je die eruit trekt stijgt ook de waarde van de panden in de omgeving. Door op vrijkomende ruimte woonprojecten te stichten kun je zelfs het hele terrein opwaarderen. De grondopbrengst kun je gebruiken om het gebied weer levendig te maken. Een deel van de opbrengst zou dan wat mij betreft in het fonds moeten waarmee weer andere plekken kunnen worden aangepakt. Zo krijg je een sneeuwbaleffect van verbeteringen."

Dit moet ertoe bijdragen dat er weer een gezonde schaarste aan bedrijfsruimte ontstaat, betoogt Pen. "Maar dat kan alleen als overheden zich niet laten verleiden om de rem op de stichting van nieuwe bedrijfsterreinen los te laten. De Brainport Innovation Campus vind ik een uitzondering, omdat je dat als experiment kunt beschouwen. Dat moet een werklandschap worden waarin ecologie en economie samengaan. Het idee van ondernemers op de Run in Veldhoven om hiervoor in dat gebied ruimte vrij te maken, kan ook. Maar dan zouden ze erin moeten slagen in korte tijd 10 tot 15 hectare vrij te maken. Dat lukt nooit omdat ondernemers altijd afwachtend zullen zijn om de opbrengst zo hoog mogelijk te maken."

Pen is niet pessimistisch over de mogelijkheden in de regio. "De economie is hier goed en samenwerking zit de mensen in het bloed. Het moet dan toch mogelijk zijn ook op dit gebied samen te werken. Wel zijn er nog gemeentes die gronden moeten afschrijven. Dat is een hete aardappel die eerst verteerd moet worden. Over hoe we dat moeten aanpakken, daarover zullen we nog veel moeten spreken. Ik ben blij dat we als regionale kennisorganisatie Fontys een bijdrage kunnen leveren aan de verduurzaming van de vastgoedsector in de regio."