Nieuws Actueel

Frankrijks geweefde goud

Bram de Vrind 4 december 2015

Limousintapisserieaubusson

De tapijtwevers van Aubusson hebben 'een gouden standaard op wereldniveau neergezet', aldus Unesco, dat de traditie verhief tot werelderfgoed. In het Musée de Tapisserie toont gids Jérôme Bel ons aan de hand van vijf voorbeelden de rijke historie van de tapijtweefkunst in de Creuse-streek. DeOndernemer.nl dompelt zich onder in de wereld van ambacht & luxury in de Franse Limousin.

De Ondernemer Goes Limousin:

McDonald's 2.0Hofleverancier van Madonna

Jérôme Bel staat voor een negentiende eeuws wandtapijt met schematische figuren. Links van hem hangt dezelfde afbeelding als op het tapijt, maar dan in spiegelbeeld. Dat is geen toeval: de afbeelding diende als voorbeeld voor de wever, vertelt Bel. Het karton werd onder het weefgetouw gelegd, waarop het tapijt in spiegelbeeld werd geweven. Zo nu en dan controleerde de wever met een spiegel of hij geen fouten had gemaakt. Het maken van tapijten met deze methode is uiterst tijdrovend. Bel, spijkerbroek, wilde bos krullen, legt uit: "Het weven kostte anderhalve maand per vierkante meter."

"Het bijzondere van de tapisserie in de Creuse is dat de regio al sinds de vijftiende eeuw een onafgebroken traditie heeft", zegt Bel. Al in 1457 werd er melding gemaakt van tapijtweverijen in Aubusson. "Waarschijnlijk is de traditie overgewaaid vanuit Vlaanderen, dat destijds het centrum van de tapisserie was", vervolgt hij.

1. Exotische dieren, Vlaamse trapgevelsBel neemt ons mee naar het oudste wandtapijt uit het museum, een ongesigneerd stuk uit de tweede helft van de zestiende eeuw. Het gaat om een voorstelling volgens de stijlregels van de verdure: natuur op de voorgrond en menselijke aanwezigheid gerepresenteerd door architectuur op de achtergrond. De Vlaamse invloed is op dit stuk duidelijk zichtbaar: "De gebouwen in de heuvels zijn niet opgetrokken in Franse stijl, maar hebben Vlaamse trapgevels", wijst Bel. Nog een saillant detail: de aanwezigheid van een exotische vogel op het tapijt wijst erop dat het van na de ontdekking van Amerika door Columbus is. De afgebeelde vogelsoort komt alleen op dat continent voor.

2. Bijbelscènes en legendenBel neemt ons mee naar een grote zaal waar een ensemble van tapijten hangt. "In de zeventiende eeuw legden de tapijtenwevers zich toe op het uitbeelden van bijbelscènes en legenden", zegt de gids. "Het was een goede manier om verhalen over te dragen aan de laaggeletterde bevolking." Erg geraffineerd waren de voorstellingen nog niet. "De wevers hadden zich de wetten van het perspectief nog niet eigen gemaakt. Als hulpstuk bij het maken van een zijaanzicht gebruikten ze vaak munten met de afbeelding van de koning."

3. Manufacture RoyaleDat veranderde nadat samenwerkingsverbanden ontstonden met kunstacademies. De kwaliteit van de werken ging verder omhoog nadat politicus Jean-Baptiste Colbert als eerste in Europa het predicaat 'koninklijk' invoerde. Bel wijst op de kantlijn van een kardinaal tapijt uit 1748: dat is voorzien van het opschrift 'M.R.': manufacture royale. De weverijen mochten dat predicaat voeren als ze voldeden aan de kwaliteitsstandaarden van de overheid, die door controleurs werden gewaardborgd.

4. Grand StileDe tapisserie in de Creuse bereikte eind 18de eeuw zijn hoogtepunt, zegt Bel. Hij laat ons een wit tapijt met daarop drie liefdesscènes: een voorbeeld van de 'Grand Stile'. Door verbeterde technieken werden tapijten extreem geraffineerd en het kleurgebruik rijker dan ooit. "Deze kwaliteit is vrijwel nooit geëvenaard", aldus Bel. Aan opdrachtgevers hadden de wevers bovendien geen tekort: het château van de Franse edelman was immers niet compleet zonder een serie fraaie wandtapijten.

Na de Franse revolutie raakte de industrie echter in verval. Tapisserie werd geassocieerd met het 'ancien régime'. Tijdens de industrieële revolutie stapten de weverijen over op massaproductie. Simpele voorstellingen tegen een lage productieprijs en hoge oplage. "Het draaide om meters maken."

5. De kunst als reddingsboeiBegin 20ste eeuw zochten weverijen steeds vaker samenwerking met kunstenaars. De Franse 'tapissier' Jean Lurçat nam hier het voortouw in. Hij stikte grote ateliers in Parijs zoals La Demeure, Georges Braque, Victor Vasarely en Le Corbusier. Hun werken werden door Lurçat en de zijnen 'vertaald' in tapijtontwerpen. Dergelijke intitiatieven zorgden ervoor dat de traditie kon overleven, zegt de gids. Maar de glorietijden van weleer keren waarschijnlijk niet terug. Aubusson kent nu nog twee weverijen en twaalf studio's die bij elkaar zo'n 200 mensen aan het werk houden.