Nieuws Actueel

Mannen 'winnen' van vrouwen

Merlijn Ensing 19 februari 2014

Het aandeel vrouwelijke en etnische ondernemers in Nederland groeit. Zowel vrouwen als allochtonen zijn vaak actief in de zakelijke dienstverlening. Maar hun bedrijven zijn kleiner dan die van mannen en autochtonen, en vooral vrouwelijke ondernemers genereren minder omzet dan hun mannelijke collega’s. Dat blijkt uit onderzoek van Panteia.

Het aandeel vrouwelijke en etnische ondernemers in Nederland groeit langzaamaan. Tussen 2007 en 2012 groeide het aandeel vrouwelijke ondernemers van 31,3 procent van alle ondernemers in 2007 tot 32,2 procent in 2012. Het aandeel etnische ondernemers steeg in dezelfde periode van 14 procent tot 16,1 procent. Dit blijkt uit de Monitor vrouwelijk en etnisch ondernemerschap 2013, door Panteia uitgevoerd in het kader van het onderzoeksprogramma MKB en Ondernemerschap. Vrouwen en allochtonen steeds ondernemender Nederland als geheel wordt steeds ondernemender en deze trend is ook terug te zien in het aandeel vrouwelijke en etnische ondernemers. Panteia heeft de ondernemersquote onderzocht van deze bevolkingsgroepen. De ondernemersquote drukt het percentage ondernemers in de beroepsbevolking van een groep uit. Onder vrouwen is deze quote in vijf jaar tijd toegenomen van 6,1 procent tot 7,4 procent, onder allochtonen van 6,7 procent tot 8,5 procent. Vrouwelijke ondernemers zijn sterk vertegenwoordigd in de sectoren zakelijke dienstverlening (21 procent) en handel en reparatie (18 procent). Daarnaast zijn vrouwelijke ondernemers vergeleken met mannen relatief sterk vertegenwoordigd in de zorg, openbaar bestuur en onderwijs (17 procent) en in de overige dienstverlening (17 procent).

Dit beeld geldt grotendeels ook voor etnische ondernemers. Etnische ondernemers zijn sterk vertegenwoordigd in de sectoren zakelijke dienstverlening (22 procent) en handel en reparatie (17 procent). Daarnaast zijn etnische ondernemers vergeleken met autochtone ondernemers vaker actief in de horeca (11 procent) zorg, openbaar bestuur en onderwijs (12 procent ) en in de overige dienstverlening(11 procent). Opvallend is dat er een verschuiving plaats vind in de branchespreiding onder de generaties etnische ondernemers. De 1e generatie is in 2011 sterk vertegenwoordigd in de horeca (15 procent) en handel (17 procent), terwijl de 2e generatie sterker vertegenwoordigd is in ‘hoogwaardige sectoren’: 26 procent is actief in de zakelijke dienstverlening. Bedrijven van vrouwelijke en etnische ondernemers kleiner De bedrijven van vrouwelijke en etnische ondernemers zijn doorgaans kleiner, zowel op het gebied van personeel als omzet, dan die van mannelijke en autochtone ondernemers. Dit hangt mogelijk samen met de sectoren waarin deze groepen ondernemers actief zijn. Vrouwelijke ondernemers realiseren een lagere omzet dan mannelijke ondernemers: 51 procent van hen heeft in 2011 een omzet lager dan € 50.000, tegenover 23 procent van de mannelijke ondernemers. De omzetverschillen tussen etnische en autochtone ondernemers (mannen en vrouwen) zijn aanzienlijk kleiner: 36 procent van de etnische ondernemers heeft een omzet lager dan € 50.000 tegenover 32 procent van alle autochtone ondernemers. In het middensegment (omzet tussen de € 100.000 en € 500.000) zijn beide groepen bovendien vergelijkbaar sterk vertegenwoordigd.