Nieuws Actueel

Minder bereidheid tot loonoffer

Lotte Grimberg 18 februari 2015

Steeds minder werknemers zijn bereid een loonoffer te brengen. Als het erop aankomt, dan is 29 procent van de werkenden bereid loon in te leveren in ruil voor baanbehoud. Vorig jaar was dat 31 procent en twee jaar geleden nog 34 procent, blijkt uit woensdag gepubliceerd onderzoek door ING.

V&DLoonoffers zijn actueel in de detailhandel. Warenhuisconcern V&D vraagt bijvoorbeeld een loonoffer van 5,8 procent van zijn personeel. Bedrijven in deze branche hebben het moeilijk omdat het economisch herstel nog bescheiden is en ze geconfronteerd worden met veranderende consumptiepatronen en de opkomst van webwinkels.

BaanbehoudAls het erop aankomt loon in te leveren voor baanbehoud, zegt een op de zeven werknemers minder dan 5 procent in te willen leveren. Een op de tien is bereid tot 10 procent in te leveren en een kleine groep van 5 procent is bereid tot een loonoffer van meer dan 10 procent om daarmee de baan veilig te stellen, aldus het enquêteonderzoek van ING waar duizenden mensen aan meededen.

AdemruimteMet een loonoffer creëert een bedrijf dat in de problemen zit op korte termijn ademruimte. "Maar voor de sector als geheel lijken loonoffers geen duurzaam medicijn tegen de genoemde uitdagingen'', zegt het economisch bureau van de bank. "Op kosten alleen zullen fysieke winkels de slag van webwinkels immers moeilijk winnen. Webwinkels hebben veel minder vaste kosten, zoals huur en energie.''

Voor traditionele winkels en warenhuizen is herstel van de economie slechts één kant van de medaille, stelt ING. "Zij kampen vooral met structurele uitdagingen, zoals overaanbod in de markt en de opkomst van onlinewinkelen. De consument kijkt kritischer naar uitgaven en besteedt een steeds kleiner deel van zijn of haar geld aan kleding, boeken, woninginrichting en voeding: zaken die juist in winkels en warenhuizen worden verkocht.''