Nieuws Actueel

Minder inkomensongelijkheid

Martijn Vervest 19 juni 2014

De inkomensongelijkheid in Nederland is tussen 2007 en 2011 licht afgenomen. Dat blijkt uit cijfers die de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) donderdag heeft gepubliceerd.De OESO meet de ongelijkheid via de zogeheten Gini-coëfficiënt. Die geeft een uitslag van 0 tot 1, waarbij 0 staat voor volledige gelijkheid en 1 voor een volledig scheve verdeling, waarbij één persoon al het inkomen krijgt. In Nederland zakte die graadmeter van 0,3 in 2007 naar 0,28 in 2011. In alle 33 geïndustrialiseerde landen die lid zijn van de OESO stabiliseerde dit cijfer in doorsnee op 0,32. De ongelijkheid is in negen van die landen kleiner dan in Nederland.StijgingDe ongelijkheid steeg het hardst in Spanje, Griekenland en Ierland. In onder meer Polen, Portugal, Finland en Zuid-Korea werd de verdeling meer gelijk.ArmoedeDe armoede in Nederland nam wel toe. In 2007 leefde volgens de OESO 6,7 procent van de Nederlanders onder de armoedegrens, in 2011 gold dat voor 7,8 procent. De armoedegrens werd daarbij gelegd op de helft van het inkomen dat in het midden ligt van de inkomensverdeling in het betreffende land.ArmoedegrensDe relatieve armoede is het hoogst in Mexico, waar ruim 21 procent van de bevolking onder de armoedegrens bivakkeert. Dit percentage was met 5,9 procent het laagst in IJsland en Tsjechië.