Nieuws Actueel

'Niet meer zo leuk op de taxi'

Peter Dijkgraaf | Foto: Martin Sharrott 28 december 2015

Taxi Hogenboom Familiebedrijf

Luc Hogenboom, de derde generatie in het familiebedrijf Hogenboom Taxi windt er geen doekjes om: het leiden van een taxibedrijf is tegenwoordig een stuk minder leuk geworden en de toekomst is erg onzeker. Hij vertelt erover in het AD.

Ooit telde het bedrijf uit Roelofarendsveen achttien wagens en nu nog twaalf. Eind 2016 komen er na de Europese aanbestedingen weer contractverlengingen aan de orde. "Ik weet niet of wij in 2017 met twintig of vijf auto's rijden,'' zegt Luc (52) eerlijk.

Het bedrijf is in de vorige ronde al het vervoer van schoolkinderen kwijtgeraakt en je moet maar afwachten of Hogenboom de Regiotaxi en het werknemersvervoer mag blijven doen. Juist die onzekerheden maken het werk in de taxi minder leuk. In de omgeving zijn er de laatste tijd al twee bedrijven omgevallen. Bij het gemeentebestuur is weinig begrip voor de lokale bedrijven en wordt vaak de voorkeur gegeven aan de grotere (iets goedkopere) firma's van elders.

"Tussen 1991 en 2001 hebben we goed verdiend en het wagenpark kunnen uitbreiden, maar daarna kwamen de Europese aanbestedingen en die pakken voor de kleinere bedrijven vaak slecht uit", aldus Hogenboom. Natuurlijk heeft Hogenboom Taxi nog het vervoer van en naar Schiphol en naar de uitgaansgelegenheden. Dat laatste gaat vaak met een minibus, waarin 22 man gaan. De regionale stappers worden naar Amsterdam of Rotterdam gebracht en dan wordt er een plaats en tijd afgesproken (bijvoorbeeld om 03.00 uur voor Americain op het Leidse Plein), waar de groep weer wordt opgepikt.

DankbaarLuc nam het taxibedrijf in 1987 over van zijn oom en tante, Nic en Tonnie, die zelf geen kinderen hadden. Hij was toen pas 23 jaar en is hen dankbaar, dat ze nog vijf jaar bij hem in dienst zijn gebleven en hem rustig hebben kunnen inwerken. Het ging daarna zo goed, dat de hallen aan het Westeinde in Roelofarendsveen, waar alle wagens stonden en die hij huurde van oom Nic, te klein werden. Daarom kocht Luc in 2007, kort voor de crisis, de toen leegstaande garage aan de Populierenstraat. "Ik weet niet of ik het nu ook nog zou hebben gedaan."

Zeven dagen in de week 24 uur per dag werken, is niet te doen. Zelf zit hij lang zo vaak niet meer in de wagen als hij wel zou willen, maar vooral als spin in het web in de telefooncentrale. Als Luc eens een dagje vrij neemt, dan kan hij altijd rekenen op zijn vaste vervanger, Koos Hogenboom, jawel, een neef.

'Op eerste vrachtwagen van opa Cor stonden nog vier o's'De voorouders van Cor Hogenboom, de grootvader van de huidige eigenaar, schreven hun naam met vier o's: Hoogenboom.

Door een foutje van een gemeentelijk medewerker ging Cor verder door het leven met drie o's. Dat was in Roelofarendsveen niet uitzonderlijk: er werden altijd grappen gemaakt over de slordigheden van de ambtenaren. Er heeft ooit een gezin Hoogendoorn in het dorp gewoond, waarbij de namen van de familieleden op vier manieren werden geschreven.

Op de eerste vrachtwagen, waarmee opa Cor, de oprichter van het familiebedrijf, ging rijden, stonden ook nog vier o's in de naam, maar later legde hij zich maar bij zijn nieuwe naam neer. Eerst was het uitsluitend een transportbedrijf en pas een paar jaar later kwam er ook een taxi bij. Maar het was tot de Tweede Wereldoorlog nog steeds een eenmanszaak, waarbij wel vaak familieleden bijsprongen.

Na de oorlog waren dat vaak de oudere jongens van zijn negen kinderen, maar vanaf 1952 werd de taxi-afdeling een serieuze zaak. Dat kwam mede door enkele notabelen, zoals de plaatselijke notaris die zich altijd met een taxi naar de buitengebieden lieten rijden.

SplitsingIn 1968 werd het bedrijf gesplitst. Drie broers gingen door met het transportbedrijf - inmiddels in Aalsmeer bij de bloemenveiling gevestigd - en de vierde, Nic, sprong in het taxibedrijf, inclusief de benzinepomp. Nog altijd aan het Westeinde, waar opa Cor ooit begon. Nic en zijn vrouw Tonnie hebben het bedrijf rustig opgebouwd. Zij hadden geen kinderen en toen Nic al vrij jong, voor in de vijftig, te kennen gaf dat hij de zaak ging verkopen, was neef Luc de eerste die op de stoep stond.

Riet, de moeder van Luc, hielp vaak achter de telefooncentrale en zo werd indirect zijn vader Gerard, werkzaam bij het transportbedrijf, ook bij de zaak betrokken.