Nieuws Actueel

Ontsnappen aan de transitievergoeding

Caroline Spilt 15 juli 2015

Transitievergoeding rechter wwz boekhouden groot

Als een werkgever een transitievergoeding niet betaalt, of een werknemer het niet eens is met de hoogte ervan, moet de werknemer dit binnen drie maanden voorleggen aan de kantonrechter. Doet hij dat niet, dan vervalt zijn recht op een (aanvullende) transitievergoeding. Dat is bepaald in de Wet Werk en Zekerheid (WWZ).

Lees ook:

Kopzorgen om WWZ Aanvullingen nieuw ontslagrecht

Een werknemer heeft bij ontslag recht op een transitievergoeding, als hij twee jaar of langer bij een werkgever heeft gewerkt en de arbeidsovereenkomst op initiatief van de werkgever wordt opgezegd, ontbonden of niet verlengd. Het deel van de WWZ waarin dit is geregeld is op 1 juli 2015 van kracht geworden. Vervaltermijn van drie maanden voor werknemerAs een werkgever de transitievergoeding niet betaalt, of de werknemer het niet eens is met de hoogte ervan, heeft de werknemer tot drie maanden na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd de gelegenheid om naar de kantonrechter te stappen. Dit moet gebeuren met een verzoekschriftprocedure. De termijn van drie maanden is een vervaltermijn. Dat houdt in dat als de werknemer de vervaltermijn laat verlopen, zijn recht op een (aanvullende) transitievergoeding vervalt. Dit is zo geregeld in artikel 7:686a BW. Werkgevers kunnen dus ontsnappen aan het betalen van een transitievergoeding, als de werknemer niet tijdig naar de kantonrechter stapt. On

Verwijtbaarheid, tijdelijke contracten en arbeidsongeschiktheidDe transitievergoeding moet ook betaald worden als een werknemer verwijtbaar ontslagen wordt.

Lees verder op BC.nl