Nieuws Actueel

Opdrachtgevers aansprakelijk bij inhuur van ZZP'er

Martijn Vervest 2 oktober 2014

Afgelopen week heeft staatsecretaris Wiebes zijn wetsvoorstel naar de Tweede Kamer gestuurd. Volgens dit wetsvoorstel is het te verwachten dat in de loop van 2015 de aanvraag van de VAR digitaal gaat verlopen en zal de vragenlijst uitgebreid worden. Het belangrijkste aspect van dit wetsvoorstel is dat de opdrachtgever een deel van de vragen op juistheid en volledigheid moet gaan controleren en daarmee medeverantwoordelijk en aansprakelijk voor de juistheid van de VAR-aanvraag wordt. Bij het ingaan van de nieuwe regeling wordt de VAR vervangen door de Beschikking Geen Loonbelasting (BGL).Beschikking Geen Loonbelasting (BGL)De ZZP’er moet vijftien extra vragen beantwoorden die de opdrachtgever vervolgens moet controleren. “Door het controleren en bevestigen van de aanvraag wordt de opdrachtgever medeverantwoordelijk (fiscaal en sociaaljuridisch risico) voor de feitelijke juistheid van de antwoorden. De extra vragen zijn gericht op de zelfstandigheid van de ZZP’er en zijn of haar werkzaamheden, iets waar de opdrachtgever nauwelijks een oordeel over kan geven. Die aansprakelijkheid voor de opdrachtgever gaat deze dwarszitten”, aldus Bert Willems (partner bij ScoreFlex). Dat de VAR aanvraag niet meer via de belastingdienst maar via de Kamer van Koophandel gaat verlopen geeft de belastingdienst meer ruimte en vrije capaciteit. "Dit betekent ook dat de belastingdienst waarschijnlijk meer boekenonderzoeken en controles kan uitvoeren”, aldus Bert Willems.De vragen zijn nog niet openbaar, maar de opdrachtgever kan met de navolgende vragen rekening houden:

Onder welke arbeidsvoorwaarden werkt de ZZP’er? Klopt de identiteit van de ZZP’er? Zijn de afspraken over de opdracht en de uit te voeren werkzaamheden gekwalificeerd als afspraken tussen een opdrachtgever en ZZP’er? Kwalificeert de opdracht zich als een overeenkomst tussen opdrachtgever en ZZP’er, of is er sprake van een loondienstverband? Is er bij de ZZP’er sprake van een duurzame organisatie van arbeid en kapitaal? Neemt de ZZP’er structureel deel aan het economische verkeer? Is er bij de ZZP’er sprake van ondernemersrisico? Heeft de ZZP’er voldoende opdrachten (drie of meer van gelijksoortige omvang)? Is de omvang van de omzet van de grootste klant van de ZZP’er niet groter dan 70% van de totale omzet? Is er bij de ZZP’er sprake van debiteuren- en incassorisico? Is er bij de ZZP’er sprake van aansprakelijkheidsrisico? Is er bij de ZZP’er sprake van arbeidsongeschiktheidsrisico?

Waarom moet dit allemaal zo ingewikkeld? “Op basis van de antwoorden wordt beoordeeld of er al dan niet sprake is van zelfstandigheid en ondernemerschap van de ZZP’er”, aldus Bert Willems.