Nieuws Actueel

Overheidsregels staan in de weg van groei Stal Geerink in Gelselaar: ‘Ik blijf voor ons bedrijf knokken’

Van onze redactie 29 juli 2015

Stal Geerink Emiel muijderman

Adinda de Heij is het inmiddels wel gewend. Terwijl haar bedrijf Stal Geerink groeit en bloeit, lijkt het volgens haar alsof de lokale overheid er alles aan doet die positieve ontwikkeling af te remmen. „Ik begrijp het niet, niemand in mijn omgeving begrijpt het. Je zou toch denken dat het fijn voor Gelselaar is, zo’n bloeiend bedrijf.” De zoons Sander (24) en Vincent (20) Geerink hopen de stal te zijner tijd over te nemen. „De oudste wil zich daarom hier graag vestigen op het terrein. Er is genoeg ruimte, maar we mogen er geen tweede bedrijfswoning bouwen. Waarom dat niet mag? Zeg het maar.”KnokkenZe lijkt erin te berusten, maar dat is slechts schijn. Adinda de Heij is bereid door te knokken. Zeven jaar geleden begon ze na haar scheiding met het huidige bedrijf. „Ik moest min of meer van voren af aan beginnen. Het is niet zo dat je in de paardenwereld meteen krediet krijgt, je moet je telkens opnieuw bewijzen. Inmiddels werken we hier al met zes mensen. De afgelopen winter hebben we de stallen uitgebreid, er is nu ruimte voor 25 tot 30 paarden.” De zaak draait goed. De zoons werken niet alleen mee in het bedrijf, maar rijden ook op internationale concoursen en vallen daar regelmatig in de prijzen. „Dankzij die concoursen komen we in contact met nieuwe buitenlandse klanten. En van het een komt vaak het ander. We doen zaken met zowel liefhebbers als sporters en handelaren uit onder meer Italië, Frankrijk, Duitsland, België, Turkije en vooral Marokko.”

HandelStal Geerink handelt vooral in de dieren, fokken is er niet bij. Er zitten in de omgeving van Gelselaar en Geesteren relatief veel bedrijven die zich bezighouden met paardenhandel. „Maar we zijn meer collega’s dan concurrenten van elkaar. Iedereen heeft zo zijn eigen specialisatie, bijvoorbeeld fokken of sportpaarden. We zitten elkaar niet in de weg.“Nu zou je als buitenstaander kunnen denken, ach, als je niet op het terrein in het buitengebied mag wonen, dan verkas je toch naar het dorp Gelselaar? Dat kan bovendien wel wat jong bloed gebruiken. „Bij een bedrijf als het onze ligt dat toch anders”, zegt De Heij. „Je hebt met dieren te maken die verzorgd moeten worden, en zeker als eigenaar wil je dan het liefst zo dicht mogelijk bij ze in de buurt blijven. Ook komen er dikwijls ’s nachts transporten of melden klanten zich ’s avonds. Dan is het prettig dat je bij je bedrijf en je paarden woont.”„Dit is heel jammer, zo jaag je de mensen uit Gelselaar. En dat heeft ook weer gevolgen voor de middenstand, het verenigingsleven, de school. Toen mijn kinderen er heen gingen waren er nog ruim honderd leerlingen, nu nog maar een stuk of zestig. Je moet jonge mensen juist binnenboord houden, anders loopt Gelselaar nog verder leeg.”

Foto: Adinda de Heij en Vincent Geerink in paardenbedrijf Stal Geerink (Emiel Muijderman)