Nieuws Actueel

Pensioengerechtigde uitbaters van buurtsuper in Geesteren stoppen niet: ‘Winkel is er om het dorp te dienen’

Van onze redactie 20 juli 2015

Geesink lars smook

Geesteren, een doordeweekse middag in juli. De straten lijken uitgestorven, zelfs op het terras van het centraal gelegen café Baan is geen levende ziel te bekennen. Ook in supermarkt Geesink is het rustig. Een deel van de vaste klandizie heeft de Achterhoek een paar weken verruild voor Frankrijk of Duitsland. „Niet de jongeren hoor, die komen hier nauwelijks. We moeten het vooral hebben van oudere, trouwe klanten die een buurtsupermarkt nog echt waarderen, en net als wij beseffen dat een winkel belangrijk is voor een dorp. Die klanten begrijpen ook dat je misschien niet zo met prijzen kunt stunten als grote supers. Ze moeten het je ook een beetje gunnen, zeg ik altijd maar.”BelangDaarmee doelt Ada Ketting vooral op het belang van een winkel in een dorp. De zaak, die ze samen met haar man Wim en drie deels parttime medewerkers runt, is de laatste in Geesteren. Haal je die weg, dan verdwijnt daarmee ook een beetje de ziel uit het dorp.Bloeiende middenstandZe berust in de veranderende tijden. Met lichte weemoed herinnert ze zich de bloeiende middenstand van decennia geleden. „Drie kruideniers, drie bakkers, een smederij, fietsenwinkel, elektrozaak, manufacturenwinkel”, somt ze op. Zelf runden ze ook nog een slijterij en café direct naast de winkel, „maar daar zijn we mee gestopt, mede vanwege de concurrentie met Baan. Dat was vroeger familie, vandaar. We hebben hier alleen nog af en toe een vergadering.”DNAOndernemen zit in haar DNA. „Deze winkel zit al 135 jaar in mijn familie. Aanvankelijk ging ik na school naar kantoor, vooral mijn ouders leek dat een verstandige keus. Maar het kantoorwerk trok mij niet. In de zomer van 1966 mocht ik wegens personeelstekort in de winkel bijspringen. Ik ben nooit meer weggegaan.”

Elke dag is anders. „Het leukste vind ik de inkoop en het contact met klanten. De meesten ken ik bij naam, klanten zijn hier geen nummer. Ik maak graag een praatje, het is hier soms net een sociaal trefpunt. Dat is natuurlijk ook een functie van een buurtsuper, een ontmoetingsplek zijn.” En, zoals haar vader destijds al stelde, een onderneming is ook een belangrijk bindmiddel voor een dorp. „Hij zei altijd: een dorpswinkel heb je niet om te verdienen, maar om te dienen.”BezorgingHoewel het winkelpand sinds 1988 geen grote verbouwing meer heeft ondergaan, staat de tijd niet helemaal stil. Zo doet de zaak ook aan boodschappen bezorgen. „Sommige klanten leveren hier hun boodschappenbriefje in, ze bellen hun bestelling door of worden door ons gebeld. Als iemand geen geld bij zich heeft doen we daar ook niet moeilijk over. Dat is het voordeel als je elkaar kent.”Nog niet stoppenVooralsnog lukt het Ada en Wim Ketting nog steeds het hoofd boven water te houden. Al zijn ze inmiddels 68 en 70 jaar oud, van stoppen willen ze niets weten. „Al voel ik mij soms wel de laatste der Mohikanen. Want of er ooit een opvolger komt? Ik weet het niet. Onze twee kinderen werken ook in de detailhandel, de zoon bij Bouwmaat en de dochter bij Kruidvat. Ze willen deze zaak niet overnemen, al hebben we er eerlijk gezegd ook nooit echt op aangedrongen. Dus gaan we zelf maar door, zolang de gezondheid het toelaat. Als je ouder wordt, word je natuurlijk wat strammer, dat heeft iedereen. Kijk, vroeger tilde ik zo een krat bier in het schap. Nu verplaats ik dat per karretje. Voor de rest gaat het nog prima, we redden ons goed. Mocht zich echter iemand melden die interesse in de winkel heeft, dan gaan we wel meteen om tafel zitten.”

Foto: Ada Ketting-Geesink (Lars Smook)