Nieuws Actueel

Primark-bazen geven zeldzaam interview: 'Geen plannen voor webshop'

Van onze redactie 21 oktober 2015

Primark Marieke Bakker

Interviews geeft het concern vrijwel nooit, maar voor deze keer werd een uitzondering gemaakt. De Twentsche Courant Tubantia sprak met Beneluxdirecteur Ronald Voogt en Paul Lister, die verantwoordelijk is voor duurzaamheid, over het geheim van Primark.

Vijf vragen over 'wegwerpkleding', werkomstandigheden en de spotgoedkope prijzen van het concern.

1. Een veelgehoorde vraag bij tienermeisjes: wanneer opent Primark nou eens een webshop? Lister: „Daar hebben we geen plannen voor. Een webshop openen is makkelijker gezegd dan gedaan. Er komt heel veel bij kijken. De logistiek en retourzendingen zijn ingewikkeld en duur. Wij moeten onze kosten laag houden, onze marges zijn veel kleiner dan die van concurrenten. Een webshop zit er voor ons daarom niet in.”

2. Voor hoeveel Primarks is ruimte in Nederland?Voogt: „Onze expansieplannen zijn vooral afhankelijk van de winkelruimtes die we aangeboden krijgen. We hebben veel vierkante meters nodig, op een goede locatie, die niet te duur mag zijn. In elk geval openen we in Groningen en Alkmaar komend jaar winkels. Verder kijken we naar uitbreidingen van bestaande filialen. Zo is die in Luik net in oppervlakte verdubbeld.”

3. Wat vinden jullie van de kritiek op jullie ‘wegwerpkleding: na drie keer dragen is een shirt niet mooi meer en gooien mensen het weg?Lister: „Dat klopt echt niet. Het is een mythe dat alle klanten bij ons met drie volle tassen de deur uit lopen en een shirt na twee keer dragen weggooien. We staan voor de beste prijs voor de beste kwaliteit. Dat wij een shirt voor 4 euro verkopen terwijl het bij de concurrent 5 euro kost om te maken, betekent dat zij meer marge pakken of te hoge kosten hebben. Het is aan hen om dat te veranderen. Wij bewijzen dat het commercieel én ethisch kan.”

4. Hoe weet je of de managers in Bangladesh hun personeel niet ‘s nachts door laten werken om die grote opdracht voor jullie op tijd af te krijgen?Lister: „Dat blijft lastig, als je je productie uitbesteedt naar ontwikkelingslanden. Maar we voelen ons daar wel verantwoordelijk voor. Zeven- tot achthonderdduizend mensen in die landen zijn voor hun levensonderhoud van ons afhankelijk. Onze controles gaan veel verder dan het afvinken van checklists. We willen echt begrijpen hoe in fabrieken wordt gewerkt. Dat is ook in ons voordeel. De fabrieken zijn weliswaar modern, maar de managers vaak onervaren. Qua productiviteit valt er nog heel veel te winnen.”

5. Hoe kan het dat jullie kleren zo goedkoop zijn?Lister: „De vraag moet zijn: waarom is die van onze concurrenten zo duur? 98 procent van onze kleren wordt gemaakt in fabrieken die ook kleren maken voor andere merken. Waarom kost een shirt bij ons vier euro en elders zestig? Zelfs als hun ontwerpen en stoffen duurder zouden zijn, valt dat verschil niet te verklaren. Wij zijn geen tovenaars, maar houden onze kosten en marges simpelweg laag. We adverteren niet, terwijl concurrenten 150 miljoen euro per jaar uitgeven aan billboards en supermodellen. Omdat we grote hoeveelheden bestellen - denk aan 200 miljoen shirts en 350 miljoen paar sokken per jaar - krijgen we korting. En we hebben weinig overhead: de hele Beneluxorganisatie bestaat uit vier man, waaronder Ronald. Hij zou er best tien man personeel bij willen, maar dan worden de sokken duurder."