Nieuws Actueel

Proef het gras weer in de melk

Van onze redactie 5 oktober 2015

Image 5304446

Volle melk, halfvolle melk, magere melk, karnemelk. Nederland doet zichzelf tekort door alle bij boeren opgehaalde melk op één hoop te gooien tot een fabrieksproduct, vindt Sietske Klooster (41), opgeleid als industrieel ontwerper, maar al jaren in de ban van de melk. Met de witte motor is namelijk veel meer mogelijk dan we nu doen.,,Het boerenverstand 2.0 moet weer terug in de melk. Elke boer houdt zijn koeien op zijn eigen wijze. Dat betekent ook dat de melk anders is. Ikzelf proef bijvoorbeeld het verschil tussen melk van koeien die met kruidig gras gevoerd zijn en dieren die voornamelijk maïs krijgen. Grasmelk is minder vet met een gelaagde smaak terwijl de andere melk juist een ronde directe toegankelijke smaak heeft.''AndersAls een hedendaags Melkmeisje én melkingenieur reist Klooster stad en land af met haar boodschap. De kern daarvan: melk, en dus ook boter en kaas, zijn niet zomaar 'melk', maar een natuurproduct dat bij elke koe anders kan smaken. De industriële productie heeft melk heel veilig gemaakt, maar daarbij is de diversiteit aan smaken verloren gegaan.,,Melk heeft waarde en mensen gieten het vandaag de dag wel heel makkelijk door de gootsteen. De verantwoordelijkheid ligt daarbij niet alleen bij de consument. Ook boeren en de industrie moeten aan de bak. Door de gezamenlijke verwerking belanden alle smaken en kwaliteiten op een grote hoop. Maar een koe kan ook wel eens melk geven die op dat moment beter is voor de productie van boter of kaas.''ProevenBelangstelling is er zeker voor melkdiversiteit, merkte ze in de tijdelijke Melksalon die ze in Amsterdam opende. Ze stond zelf achter de bar als Melkmeisje en liet haar publiek de verschillende smaken proeven. Binnenkort staat ze weer met landschapsmelk van verschillende boeren op de Dutch Design Week in Eindhoven.Met haar experimenten hoopt ze de boeren en de industrie stappen voorwaarts te laten doen: ,,Elke boerderij moet eigenlijk zijn eigen kleine laboratorium hebben. Samen met de kennis van de zuivelverwerkers kom je tot nieuwe inzichten en resultaten. Het is geen compromis tussen groot en klein. Je moet het zien als kennisuitwisseling en kruisbestuiving. Daar wordt de hele keten beter van. Als boeren en industrie weten elkaar te vinden, zal je zien dat producten verbeteren en dat er meer diversiteit ontstaat.''De diversiteitsboodschap heeft inmiddels grootindustrieel Friesland-Campina bereikt, die met interesse haar gedachten volgt. Ze beseft dat er nog een lange weg te gaan is voordat er in melk net zoveel variatie op de markt is als in brood. ,,In een coöperatie geldt: gelijke monniken, gelijke kappen. Uitzonderingen worden niet zomaar gemaakt.''