Nieuws Actueel

Rijkdom, zit dat in je genen?

Van onze redactie 25 november 2015

Quote500rijkerfelijk1065

Of je rijk wordt, hangt meer af van opvoeding en omgevingsfactoren dan van je genen. Althans, dat suggereert Zweeds onderzoek door economen van de Lund University. Vacatures.nl bestudeert meerdere onderzoeken over dit thema en neemt ook de Nederlandse situatie onder de loep. De vraag die centraal staat is: hoe erfelijk is welvaart? OmgevingsfactorenPetter Lundborg en Kaveh Majlesi, verbonden aan de Lund University in Zweden, stortten zich in samenwerking met economen van de University of Texas (VS) en University College Dublin (Ierland) op de vraag: wordt de welvaart van een geadopteerd kind vooral bepaald door hoe rijk de biologische ouders zijn, of hebben juist de adoptieouders hier meer invloed op? In totaal bestudeerden zij data van 2.500 Zweedse kinderen, waarbij een vergelijking werd gemaakt tussen de rijkdom die de kinderen genoten op volwassen leeftijd (gemiddeld op hun 44e) en die van zowel hun biologische als hun adoptieouders. Daarnaast werden gegevens meegenomen van niet-geadopteerde kinderen en hun ouders. Lundborg en Majlesi constateren dat de invloed van omgevingsfactoren groter is dan die van biologische factoren: de welvaart van geadopteerde kinderen tijdens hun volwassenheid wordt meer beïnvloed door het vermogen van de adoptieouders dan dat van de biologische ouders. Het lijkt erop dat er aan het opgroeien in een omgeving van rijkdom bepaalde voordelen kleven, die voor een aanzienlijk deel bepalen of kinderen zelf later ook succesvoller en rijker worden.

Deze welvaartscijfers komen van het Zweedse statistiekbureau (Statistics Sweden) en hebben betrekking op alle financiële middelen die inwoners hebben, waaronder het vermogen dat op hun bankrekening staat, het inkomen dat ze ontvangen en de waarde van overige bezittingen (bijvoorbeeld een woning of aandelen). Rijkdom en onderwijskansenEen van deze voordelen is de toegang tot hoger onderwijs. Onderzoek van het CBS (Kazemier, 2013) toont aan dat kinderen met rijke ouders vaker doorstromen naar de hogeschool of universiteit dan kinderen van minder gefortuneerde ouders. Een oorzakelijk verband tussen de financiële situatie van de ouders en de schoolprestaties kan niet worden bewezen, maar de correlatie is er. Eerder CBS-onderzoek naar uitval onder mbo-leerlingen (Van der Heide, 2010) belicht de situatie van de andere kant: naarmate het gezin waarvan de mbo’er deel uitmaakt meer te besteden heeft, neemt het uitvalpercentage zonder diploma af. Liggen de inkomsten van het gezin onder de grens van twee keer het minimumloon, dan bedraagt het uitvalpercentage zo’n 24 procent. Voor de twee hogere inkomensgroepen is dit percentage 15 procent. Ook hier lijkt de tendens dus: hoe welvarender het gezin, hoe groter de kans dat de kinderen succesvol zijn in het onderwijs. Een kanttekening bij beide CBS-onderzoeken is dat de correlatie niet noodzakelijkerwijs voortkomt uit omgevingsfactoren alleen: het is niet uit te sluiten dat dit betere presteren deels voortkomt uit aangeboren eigenschappen. ‘Glazen vloer’De gunstige gevolgen van opgroeien in een rijk gezin beperken zich niet tot het opleidingsniveau. Uit onderzoek van de Social Mobility & Child Poverty Commission, onderdeel van het Britse Ministerie van Onderwijs, komt naar voren dat rijke ouders een zogenaamde ‘glazen vloer’ creëren voor hun kinderen. Door deze denkbeeldige vloer worden voor deze kinderen de gunstigste voorwaarden gecreëerd, zodat ze een grotere kans hebben om rijkdom te vergaren dan het gemiddelde kind. Voorbeelden van zulke gunstige voorwaarden zijn de aanwezigheid van een uitgebreid netwerk van de ouders (sociaal en zakelijk), betere carrièrebegeleiding en meer aandacht voor de zogeheten soft-skills (bijvoorbeeld leiderschap en zelfvertrouwen). Uit het onderzoek blijkt dat gemiddeld-begaafde kinderen uit een welvarend gezin op deze manier 35 procent meer kans hebben om later een topsalaris te verdienen dan kinderen die intelligenter zijn, maar uit een armer gezin komen. Aan het onderzoek deden 17.000 mensen mee, allemaal geboren in dezelfde week in 1970. Op 42-jarige leeftijd werd de balans opgemaakt wat betreft hun succes op de arbeidsmarkt. Alan Milburn, voorzitter van de commissie, vat de uitkomst als volgt samen: “Al langer is bekend dat er een soort glazen plafond bestaat dat kinderen belemmert om de top te bereiken. Nu wordt aangetoond dat er ook een glazen vloer is die sociale mobiliteit net zo hard tegenwerkt.” Is intelligentie erfelijk?Glazen vloer of niet: hoe succesvol iemand is op school en in het professionele leven, wordt in elk geval voor een deel bepaald door zijn of haar intelligentie. En deze intelligentie is weer deels erfelijk, zo werd in 2011 aangetoond door Peter Visscher, professor aan het Centre for Neurogenetics & Statistical Genomics in Queensland, Australië, en Ian Deary, psycholoog aan de University of Edinburgh. Zij onderzochten het bloed van ruim 3.500 volwassenen, waarbij ze met name de zogeheten ‘single nucleotide polymorphisms’ bestudeerden: kleine DNA-verschillen waarmee erfelijkheid kan worden aangetoond. Op basis hiervan constateerden Visscher en Deary dat de intelligentie van kinderen tot wel 50 procent wordt bepaald door de intelligentie van de ouders. Hierbij maakten ze onderscheid tussen twee soorten intelligentie: het vermogen om kennis en vaardigheden te verwerven (voor zo’n 40 procent erfelijk) en het vermogen om abstract te kunnen redeneren (tot wel 51 procent erfelijk). Recenter onderzoek, van neurowetenschapper Bill Hopkins (Georgia State University, VS), toont aan dat bepaalde aspecten van de intelligentie van chimpansees, waaronder de algemene intelligentie, erfelijk zijn. In het licht van de discussie ‘is welvaart erfelijk?’ is dit extra interessant, omdat er bij chimpansees geen sprake is van omgevingsfactoren die het zicht vertroebelen. Of zoals Hopkins het zegt: “Chimpansees hebben niet te maken met ouders die met schoolboeken staan te zwaaien.” Nu zijn chimpansees nog geen mensen, maar de verschillen zijn klein: 23 miljoen jaar lang behoorden we tot dezelfde soort. Invloed van (voor)oudersGregory Clark, als econoom verbonden aan de University of California, Davis (UCD), heeft uitgebreid onderzoek gedaan naar sociale mobiliteit (hoe kan iemand uit een arm gezin rijk worden of andersom) en de invloed van familiebanden hierin. In het boek dat hij hierover publiceerde, ‘The Son Also Rises’, stelt hij dat je maatschappelijke status voor het grootste deel erfelijk bepaald is. Bovendien constateert hij dat sociale mobiliteit zeer zeldzaam is: meer dan de helft van je sociale status is te voorspellen op basis van de maatschappelijke positie van je voorvaderen. Zijn onderzoek heeft betrekking op acht landen: Chili, China, Japan, India, het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten, Zuid-Korea en Zweden. Volgens Clark hebben erfelijke eigenschappen meer invloed op de mate van welvaart dan een netwerk, geloof of zelfs een zak geld. Dat betekent niet dat het simpelweg een kwestie is van achteroverleunen en wachten tot je ergens als CEO wordt aangesteld, maar wel dat het talent om succesvol te zijn voor het overgrote deel erfelijk is. Toch blijft Clark, net als Lungborg en Majlesi, voorzichtig. Hij heeft sterke vermoedens, maar kan niet bewijzen dat de invloed van genen doorslaggevend is. En al relativeert hij de invloed van omgevingsfactoren, dan nog kan hij er niet omheen dat verschijnselen als armoede en racisme een behoorlijk effect hebben op het maatschappelijk succes van vele bevolkingsgroepen. Hoe erfelijk is welvaart?In grote lijnen zijn de verschillende onderzoekers het eens: ja, onze welvaart wordt voor een groot deel bepaald door hoe welvarend onze ouders en (over)grootouders zijn of waren. Het is echter lastig om aan te tonen of dit nu komt door genetische aangelegenheden, omgevingsfactoren of een combinatie van beide; voornamelijk doordat het vrijwel onmogelijk is om onderscheid te maken tussen biologische en niet-biologische factoren. Neem het netwerk van de ouders: komen de kinderen in contact met de juiste personen doordat hun ouders ze actief begeleiden en stimuleren (een omgevingsfactor), of simpelweg door de achternaam die ze geërfd hebben (een erfelijkheidsfactor)? Het is maar welke naam je het beestje geeft.