Nieuws Actueel

Snurk's slaapkamergenot

Leo van Marrewijk | Foto's Jacqueline de Haas 12 december 2015

Testafbeelding 1

De hele wereld wil hun beddengoed. En ja, dat is wel eens anders geweest, vertellen Peggy van Neer (38) en Erik van Loo (39), partners in love én business bij hun geesteskind Snurk. 'Maar het was én is ons feestje.'Lees ook:Actie ontvang De Ondernemer thuis!

Ze zijn onlangs verhuisd. Wéér verhuisd. Het nieuwe pand staat net als het vorige in Amsterdam-Oost, maar is een maatje groter. Groter kantoor, grotere opslag: het beddengoed van Snurk is nauwelijks aan te slepen. In de opslag ligt voor zo'n 2 ton aan voorraad. Elke dinsdag en vrijdag wordt de collectie aangevuld vanuit Portugal, waar het beddengoed met de bijzondere fotografische prints wordt gemaakt.

Het succes van Snurk Beddengoed - for horizontal living - betekent voor de oprichters lange dagen, ondernemen op de golven van euforie en stiekem trots zijn op alle lyrische commentaren: actrice Gwyneth Paltrow die de Snurk astronautendekbedhoes als ultiem kerstgeschenk bestempelt, dankbare verpleegsters in een kinderziekenhuis in Dubai, Hollandse ouders die via sociale media laten zien hoe tevreden hun Snurk-prinsesje erbij ligt: aan positieve aandacht geen gebrek.

Belangstelling, in eerste instantie vooral van designblogs, was er altijd al. Maar media-aandacht is niet synoniem aan commercieel succes, merkten Peggy en Erik, afkomstig uit Heerlen, in hun eerste ondernemende jaren. Dat bleek al na het met veel bombarie gelanceerde Le-Clochard, een dekbed met een print van kartonnen dozen, voor een campagne over het lot van zwerfjongeren.

Erik: "Nu hebben we negen mensen in dienst en agenten die in verschillende landen de verkoop doen, maar toen we in 2007 startten, ging het erg moeizaam. We kwamen niet in aanmerking voor een banklening. Sterker nog, we kwamen niet eens in aanmerking voor een afspraak met de bank. We hebben gelukkig geld van onze ouders en een vriend kunnen lenen om te starten."

Iedereen die de Snurk-collectie voor het eerst ziet, zal minimaal grinniken. Hebben jullie een kronkel in je hoofd die jullie in staat stelt jullie prints te bedenken?Erik: "Dat is de afdeling van Peggy. Zij is het creatieve brein, ik doe de zakelijke kant."

Peggy: "Ik kom uit de reclame, een mannenwereld met veel bier, veel geouwehoer en veel gein. Daar leer je binnen 15 seconden een beeld neer te zetten of een sterke boodschap te verkondigen. Daardoor leer je op een bepaalde manier kijken. Want dat is het volgens mij vooral, goed om je heen kijken: in de stad, op de

fiets, in modebladen, naar alles. En ik denk dat ik een antenne heb die altijd aanstaat. Zo ben ik op het idee voor Le-Clochard gekomen. Vanuit een vestiging van La Place keek ik uit op zo'n treurige beddenafdeling. Toen bedacht ik dat het leuk zou zijn een dekbedovertrek te maken met een print van kartonnen dozen waarin zwervers slapen, en de opbrengst van de verkoop ten goede te laten komen aan daklozen."

Met de lancering van de Le-Clochard en het bijbehorende hoeslaken Le-Trottoir haalde je de landelijke pers.

Peggy: "Dat was jaren nadat ik op het idee was gekomen; ik heb het lang laten liggen. Op een gegeven moment raakte Erik werkloos. Het leek hem leuk het idee uit te werken."

Erik: "Ik ben gewoon gaan zitten googelen, bijvoorbeeld om uit te vinden waar je katoen kunt kopen en wat het kost. We hadden geen idee. Wel hadden we duidelijk voor ogen dat het eindresultaat mooi en kwalitatief goed moest zijn. Uiteindelijk kwamen we bij een Pakistaan uit die duizend exemplaren van Le-Clochard wilde maken."

Peggy: "We zouden eerst een campagne met het Leger des Heils doen, maar zij zagen er op het laatste moment van af; ze vonden het te gedurfd. Toen kwamen we in aanraking met de Stichting Zwerfjongeren Nederland. Die wilde gelukkig meedoen."

Erik: "Het was letterlijk: nou, geef jullie bankrekening maar; wij gaan de dekbedden verkopen en 40 procent van de opbrengst is voor jullie. Dat gebeurt overigens nu nog, we verkopen Le-Clochard nog steeds."

Met één type dekbedovertrek heb je nog geen onderneming. Wanneer kwam het omslagpunt?Peggy: "Vanaf het begin werkten we samen met Theo van der Laan, technisch fotograaf en de beste beeldbewerker van Nederland. Door zijn kennis hadden we qua beeld direct het beste wat we ons konden wensen. Op de rest van het productieproces hebben we lang zitten puzzelen. Op een gegeven moment werd het te veel gedoe met Pakistan: de communicatie verliep moeizaam en we waren niet tevreden met de kwaliteit van de print. Eind 2010 kwamen we op een beurs in Duitsland een man tegen die iets in ons concept zag. Hij beweerde dat hij de hoeslakens en overtrekken bij een bedrijf in Portugal veel beter kon laten bedrukken. Dat was een stuk duurder, maar hij was ook flexibeler; we hoefden niet direct duizend dekbedden af te nemen, we konden er per design ook driehonderd tegelijk laten maken. Een andere doorbraak waren de overtrekken voor kinderen - die liepen direct als een trein."

Op de Snurk-website zijn jullie heel open over het productieproces. Interessant, en tegelijk kaassie voor copycats, toch?Peggy: "Als je werk wordt gekopieerd, is dat aan de ene kant een compliment. Maar je ziet op onze site ook dat het helemaal niet zo makkelijk is, dat er tijd en liefde in het product zit én dat het bij ons lang heeft geduurd voor we de juiste mensen en technieken op de juiste plek hadden. Maar ja, we hebben te maken met bedrijven die ons werk proberen te kopiëren. Af en toe, als het te gek wordt, laten we onze advocaat los op de neppers. Maar niet te vaak, want het vergt negatieve energie. We zijn liever bezig met nieuwe collecties."

Jullie zijn een stel én zakenpartners. Gaat het 's avonds boven het bord spinazie ook nog over de zaak?Erik: "Eh, ja, vaak toch wel." Lachend: "Henk, onze oudste zoon van 5, vraagt aan tafel wel eens of hij ook iets mag zeggen."

Peggy: "O jee, ik zie dit citaat al zwart-op-wit staan... We zeggen geregeld tegen elkaar: 'Nu even geen Snurk.' Maar werk en privé lopen bij ons door elkaar. We hebben twee kinderen en geen nanny of zo, dus met een onderbreking gaan onze werkdagen 's avonds vaak door. Maar: het is ook heel fijn dat de lijnen zo kort zijn en je elkaar goed aanvult."

Jullie beddengoed is in jullie eigen webshop te koop en in de betere beddenzaken, maar niet bij de allergrootste webshops. Waarom niet?Erik: "We hanteren een strak prijs- en verkoopbeleid; we willen gewoon niet dat ons beddengoed in de uitverkoop gaat. Wat dat betreft hebben we al een slechte ervaring achter de rug bij Zalando. Daar is het nu dus niet meer te koop. Mensen van Bol.com proberen het regelmatig. Als ik ze tijdens een beurs weer op me af zie komen, begin ik direct nee te schudden. Ik heb 15 jaar in de handel gezeten, ik weet hoe het eraan toegaat: binnen de kortste keren ben je een massaproduct en lig je in de uitverkoop. Tegen de Hema's, Ikea's en Bol.coms kun je qua prijs toch niet op. Bovendien: de omzet is de laatste 3 jaar jaarlijks meer dan verdubbeld, ons beddengoed is bij tweehonderd verkooppunten door heel Nederland verkrijgbaar, onder meer bij de Bijenkorf, en uit de hele wereld komen de orders binnen. We groeien liever in ons eigen tempo."

Jullie praten vanuit een underdogpositie, maar wat betreft het product klinken jullie heel overtuigd.Erik: "Dat zijn we ook. We blijven vooral nuchtere Limburgers die naar Amsterdam zijn verhuisd. Ik weet nog dat ik met onze eerste collectie bij winkels langsging en dat, nog voor ik het kon laten zien, werd gezegd: 'Béddengoed? Dat gaan we zeker niet verkopen.' Maar we maken iets verrassends, van betere kwaliteit. Dat mag wat meer kosten."

In reclame wordt gesproken over horizontal living. Hebben jullie genoeg tijd om te slapen en nieuwe collecties te bedenken?Peggy: "Dat is wel een issue, ja, en toch lukt het. De afgelopen maanden ben ik intensief bezig geweest met het ontwikkelen van horizontal wear: geen pyjama en geen huispak, maar iets ertussenin. Overigens ontstaan vanuit mijn eigen behoefte: na mijn zwangerschap kon ik geen leuke pyjama vinden om me in te vertonen, dus ben ik die zelf gaan maken. De presentatie is in januari 2016, tijdens de Fashion Week in Amsterdam. Daar zijn we supertrots op. Als je achteraf nagaat hoeveel energie erin zit, zou je zeggen: laat maar. Maar ik vind het cool om te doen, ik wil gewoon het tofste kledingstuk ever maken. Iets ontwikkelen wat nog niet bestaat."

Snurk groeit hard nu, waar sta je over drie jaar, denk je?Erik, grijnzend: "Daar krijg je twee verschillende antwoorden op, vrees ik. Ik kijk elk jaar nooit verder dan 31 december."

Peggy: "Geld is nooit een drijfveer geweest. We zijn heel naïef begonnen. We zeiden: 'Het zou leuk zijn als we ervan kunnen leven.' Dat kan nu, maar ik hoef niet de grootste te worden. Wel wil ik de leukste, tofste, mooiste producten blijven maken. Qua originaliteit wil ik leidend worden in de wereld."

Is het denkbaar dat je over vijf jaar zegt: 'Snurk was een mooie rit, maar we verkopen de boel en gaan iets anders doen?'Peggy: "We werken nu vaak harder dan we zouden willen, maar het is geweldig, ook vanwege al die mooie reacties. Het zou zonde zijn als we dit zomaar zouden opgeven."

Erik: "Ik weet niet wat ik anders zou moeten doen. Ik had hiervoor altijd vaste banen en haalde vooral voldoening uit zaken naast mijn baan: veel sporten, wielrennen. Als ondernemer heb ik voor het eerst iets gevonden wat ik écht leuk vind."

Wie zijn zij?

Peggy van Neer (38) en Erik van Loo (39), beiden geboren in Heerlen.

Wat doen ze?Eigenaars en oprichters van Snurk Beddengoed. Peggy werkte eerder als copywriter voor grote reclamebureaus en als freelance copywriter. Erik werkte voor de oprichting van Snurk 15 jaar lang in de verkoop, vooral van sportkleding.

Privé?Peggy en Erik zijn ook privé een stel. Ze wonen in Amsterdam en hebben twee kinderen: Henk (5) en Ted (2).

En verderErik: sport, vooral wielrennen.

Peggy: yoga, hardlopen, surfen (zonder zeil).

6x uitgesproken Snurk

OndernemersstelPeggy: "Erik en ik zijn een goede combinatie. Hij is onze voice of reason. Als ik me weer eens in een bijzonder project wil storten, houdt hij me voor dat we er minimaal quitte mee moeten spelen."

Niet dromen, doen!De beste tip voor mensen met een goed idee volgens Peggy van Neer: "Doen! Ik ken zoveel mensen met geweldige ideeën, maar daar blijft het meestal bij. Helaas zijn creatieve mensen zakelijk vaak minder sterk."

Wereldnieuws"Een van de hoogtepunten was een publicatie in The Telegraph, het wereldnieuws in drie foto’s. De eerste foto was van Obama, de tweede ging over een orkaan en de derde was van ons astronautendekbed: Snurk lanceert nieuwe collectie. Lachen toch?"

Wintertijd"Wij slapen nu onder onze Winternuts- eikeltjesprint van flanel. ’s Winters komt er sowieso alleen lekker warm flanel op ons bed. Zoon Henk slaapt nu onder de Ballenbak en andere zoon Ted onder Furry Friends, het konijn en de eekhoorn."

Levensles"We moeten nog meer leren delegeren en plannen. Gelukkig gaat het al beter; we hebben tegenwoordig een boekhouder. Maar tot nu toe is het in de laatste drie maanden van het jaar elke keer een gekkenhuis."

Máxima op straatIn 2009 was Máxima beschermvrouw van de Stichting Zwerfjongeren Nederland. Ze kreeg als dank een Le-Clochard en Le-Trottoir mee, voor thuis. "Eenpersoons. Ze grapte dat ze moest bijbestellen, zodat ook haar man op straat kon slapen."