Nieuws Actueel

Topdag voor 8.000 havenwerkers

Rik Nizet 14 april 2014

Circa 8000 havenwerkers kunnen als zij met pensioen gaan 6,5 procent meer pensioen verwachten, doordat Aegon alsnog compenseert in een oud geschil. De Stichting BPVH, die opkomt voor de pensioenbelangen van de havenwerkers, heeft daarover een akkoord bereikt met het financiële concern. Dat maakten beide partijen maandag bekend.

Volgens Niek Stam, voorzitter van BPVH, betaalt Aegon zo'n 188 miljoen euro aan compensatie.

981 miljoenHet gaat om een al jaren slepend conflict. Aegon raakte daarbij betrokken toen het in 2007 voor 1,5 miljard euro havenpensioenfonds Optas overnam dat de pensioengelden van havenwerkers beheerde. Daarmee nam Aegon ook een zogenoemd "beklemd vermogen'' van 981 miljoen euro over. De havenwerkers beschouwen dat als hun geld, maar Aegon ziet het als buffer voor het nakomen van de pensioenverplichtingen.

Donkere wolk"Dit geschil hing als een donkere wolk boven de relatie met sommige van onze klanten in de haven'', zegt een woordvoerder van Aegon. Afgesproken is dat beide partijen bij de rechter een verzoek zullen indienen om het beklemde vermogen van Aegon vrij te geven. Daarna komt Aegon met de tegemoetkoming.

KnokkenBPVH is tevreden met het resultaat. "We hebben er ruim 6 jaar voor moeten knokken. Lange tijd zag het ernaar uit dat we van Aegon geen cent zouden krijgen'', zegt voorzitter Stam. BPHV gaat een deel van de compensatie gebruiken voor nieuwe pensioenregelingen en een spaarproduct voor de werknemers van havenbedrijven. Het akkoord moet nog wel goedgekeurd worden door de achterban van de stichting.

In 2010 sloot BPVH al een deal met de Stichting Optas, de voormalige eigenaar van het havenpensioenfonds. Optas wilde met het geld dat het voor de verkoop van het fonds ving, sociale en culturele projecten in Amsterdam en Rotterdam sponsoren. Maar verontwaardigde deelnemers staken daar een stokje voor. BPVH bedong dat 500 miljoen euro van het verkoopbedrag in de verbetering van de pensioenen zou worden gestoken. Met dat geld konden de havenpensioenen destijds bijna 13,6 procent worden opgeschroefd.