Nieuws Actueel

Twents echtpaar neemt na halve eeuw afscheid van snoepkraam

Van onze redactie 10 november 2015

Scherphof lars smook

„We zijn nu allebei 70 en we kunnen echt merken dat de leeftijd begint te tellen”, vertelt Roely Scherphof-Brouwer. Met haar man vormde zij een heel kermisleven lang een onafscheidelijk duo. Na lang wikken en wegen hebben ze de knoop doorgehakt. „Ik ben er dit weekeinde zeker voor het laatst”, zegt Roely Scherphof beslist. „Ik kom wel terug in Ootmarsum, maar niet meer in de snoepkraam.”

TwijfelBert Scherphof knikt instemmend, maar overtuigend is het niet. In zijn hart zijn er nog twijfels. „We hebben net een nieuw driejarig contract afgesloten over de standplaats, dit is het eerste jaar. Dus er is nog een mogelijkheid. Maar in principe niet meer. In mijn eentje kan ik het niet, dus moet ik personeel inhuren en dan levert het niets meer op.”AfscheidVandaar ook het afscheid eerder deze week van de bewoners van de Ootmarsumse verzorgingshuizen Franciscus en Den Oostenborgh. Met snoep en chocola bedankten de Hengeloërs de ouderen, van wie velen al vanaf hun kinderjaren klant zijn. „Het was heel mooi en soms ook aandoenlijk. We wilden een gebaar maken. De ouderen komen niet meer op de kermis, maar hun kinderen en kleinkinderen wel.”Houten snoepkraamBert en Roely Scherphof weten waar ze over praten. In 1967 kwamen het Hengelose paar voor de eerste keer in Ootmarsum, met een ‘oude houten snoepkraam van voor de oorlog’ op de Koale Karmis. In plaats van architect, zoals Bert van plan was, werd hij kermisexploitant. En daar heeft hij ‘geen seconde’ spijt van. De kermis was zijn lust en zijn leven, en ook dat van Roelie. Al was het altijd hard werken. Twee dagen kostte het vroeger om de snoepkraam op te bouwen en te vullen. Het assortiment was overzichtelijk. „Kaneel- en zuurstokken, nougat, wijn- en dropballen en repen chocola. Meer keus was er niet, maar dat was toen heel wat. Alleen met de kermis kreeg je immers een zuurstok én paling. De kinderen stonden de hele dag met glinsterende ogen voor de kraam.”OotmarsumDe Scherphofs verdienden altijd een goede boterham op de kermissen in den lande. Maar Ootmarsum had en heeft een speciaal plekje in zijn hart. „Want ik ben er geboren, aan de Denekamperstraat.” Hij stelt vast dat de kermis in de afgelopen decennia is veranderd: de inkomsten lopen terug, voor iedereen. „De kermis is immers niet meer het enige uitje.”