Nieuws Actueel

Urenco: verkopen of toch niet?

Van onze redactie 27 oktober 2015

Urenco Rikkert Harink

Van wie is Urenco nu?Urenco Enrichment Company (UEC) kent drie aandeelhouders:- Ultra Centrifuge Nederland. Enig aandeelhouder hiervan is de Staat der Nederlanden.- Urenco UK Ltd. Enig aandeelhouder: de Britse Staat.- Uranit, eigendom van twee Duitse energiebedrijven: E.ON en RWE.

Waarom willen die hun aandelen verkopen?De Duitse regering besloot in 2011, na de kernramp in het Japanse Fukushima, om helemaal te stoppen met kernenergie. Daarop besloten de aandeelhouders E.ON en RWE om uit Urenco te stappen. Wat heb je als energiebedrijf immers aan aandelen kernenergie, als je eigen land daar geen geld meer insteekt?

Bij de Britten speelde een nieuw politiek klimaat een rol voor de verkoop. Na drie achtereenvolgende Labour-regeringen werden in 2010 de conservatieven de baas. Dat leidde tot privatisering van een aantal staatsbedrijven en in april 2013 liet de Britse minister Michael Fallon van Economische Zaken en Energie weten dat hij het geld van de Urenco-aandelen liever voor nuttiger zaken gebruikt.

De Nederlandse regering besloot daarop in de zomer van 2013 ook te verkopen. Immers, als de Duitsers en de Britten hun aandelen verkopen houdt Nederland een minderheidsaandeel over, waardoor het in feite niets meer te vertellen heeft. Bovendien: als een commerciële partij interesse heeft, is dat alleen in alle aandelen. Geen normaal bedrijf zit te wachten op een aandeelhouder als de Staat der Nederlanden, die afhankelijk is van politieke beslommeringen. De aandelen zijn dus alleen iets waard als alle partijen meedoen.

Waarom is de Staat eigenlijk aandeelhouder?Dat was niet de bedoeling. Toen Ultra Centrifuge Nederland NV in 1969 werd opgericht deed het bedrijfsleven nog volop mee. Van de aandelen was 55 procent in handen van de Nederlandse Staat. De rest was van commerciële bedrijven. De bedoeling was dat het aandeel van de Staat steeds kleiner zou worden en dat van commerciële partijen steeds groter. Maar toen kwamen de jaren zeventig. Actiegroepen zorgden voor een steeds bredere weerstand tegen atoomenergie. Het bedrijfsleven begon te twijfelen of dit product met zo weinig draagvlak ooit commercieel succesvol kon worden. Al in 1976 lieten aandeelhouders RSV, Shell, Philips, VMF-Stork en DSM weten niet meer te willen investeren in de onderneming. Tussen 1980 en 2005 verkochten ze steeds meer aandelen aan de Staat, die uiteindelijk voor 100 procent eigenaar werd.

Het was dus niet een ideologische keuze van Nederland, al deed Wouter Bos dat wel zo voorkomen. Hij kocht in 2005 als minister van Financiën het laatste plukje aandelen (1,1 procent), met als argument de ‘publieke belangen’, zoals het voorkomen van misbruik van grondstoffen en technologie. Zijn opvolger Dijsselbloem vindt nu dat alle aandelen best verkocht kunnen worden.

Waarom duurt de besluitvorming zo lang?De Nederlandse regering wil wel, maar het parlement (nog) niet. Op een hoorzitting in 2013 bleek dat het nog lang niet zeker is dat er in de Tweede Kamer een meerderheid voor verkoop te vinden is. Minister Dijsselbloem liet vorige maand weten dat er een wetsontwerp voor de aandelenverkoop in voorbereiding is. Maar wanneer dat klaar is, zei hij er niet bij. Intussen raakt het geduld van de Britten en de Duitsers op.

Sinds een paar weken oefenen ze achter de schermen flink diplomatieke druk uit om Nederland tot actie te bewegen. Bovendien willen ze meepraten over de voorwaarden die Nederland gaat stellen. Als die namelijk te streng zijn, wordt het heel moeilijk een koper te vinden en al helemaal om nog een aardige prijs voor de aandelen te krijgen.

Foto: Rikkert Harink