Nieuws Actueel

Utrecht voor beginners

Sjaak Bral | Foto: Shody Careman 21 december 2015

Sjaak Bral Utrecht

Hagenees Sjaak Bral heeft van collega-columnist Jerry Goossens enkele tips gehad voor zijn dagje Utrecht. Die brengen hem naar grote hoogte via vermoeiende trappen. En dan blijkt Chez Jaqueline ook nog slechts een restaurant te zijn. In het AD vertelt hij over zijn dag in de Domstad. Eén dagje Utrecht is hem genoeg.

Ik reed onlangs vierhonderdveertig kilometer heen en terug naar Emmen. Een eind weg maar da's niet erg. Ik hou van reizen. Andere culturen, ander eten....heerlijk. Utrecht is een stuk dichterbij - een klein uurtje met de auto - maar ik kom er ook niet vaak. Toch voel ik een milde sympathie voor deze stad, die het verdient om nader onderzocht te worden. Ik parkeer mijn auto op de enige plek waar dat nog een beetje fatsoenlijk kan in Utrecht - de Jaarbeurs - en wandel richting winkelcentrum Hoog Catharijne. Dat is sinds enige tijd opgeketst en is nu vanaf het Beatrixtheater te bereiken via een immense roltrap - die natuurlijk buiten werking is als ik 'm bestijg. Niets is zo teleurstellend als op een roltrap gaan staan die het niet doet. Dat voelt alsof het hele universum je tegenwerkt. Zodoende bestijg ik de gigantische trap ernaast - die mij visioenen bezorgt van het oude tv-programma Ron's Honeymoonquiz. Tien minuten later sta ik bovenaan de trap te hijgen als Ron Brandsteder. Hoog Catharijne. Waarom ben ik hier? Omdat collega-columnist Jerry Goossens - Utrechter in hart en nieren - mij heeft aangeraden een kijkje te nemen op de bovenste verdieping. Ik betreed het restaurant van V&D, La Place. Hoog Catharijne is er flink op vooruitgegaan sinds het een paar jaar geleden is opgeketst. Vroeger kon je hier struikelen over de junks, die zich beneden in vage spelonken ophielden. Die tijd is voorbij. Dit is een modern en speels winkelcentrum. Maar wat doe ik hier? Eenmaal op het dakterras begrijp ik het: je hebt een schitterend uitzicht, 360 graden rondom, over de stad Utrecht. De Dom staat prominent te pronken. Andere hoogbouw is er nauwelijks; de torens van de Rabobank, de enige andere noemenswaardige hoogbouw, liggen achter mij. Utrecht doet hiervandaan provinciaals aan. Het centrum ademt vanaf dit adelaarsnest een middeleeuwse kalmte uit. De steegjes rond de Domtoren, die vreemd genoeg heel dichtbij lijken, lijken uit een kerstverhaal van Charles Dickens te zijn ontsproten.

DomstadEenmaal beneden - met een saucijzenbroodje van V&D in de maag, die mensen moeten ook de huur betalen - begeef ik mij naar het magnum opus van Utrecht: de Dom. Utrecht noemt zichzelf vol trots "de Domstad". Nou, dan liever de stad van Vrede en Recht. De Dom zelf is een attractie. Ooit beklom ik 'm met een Engelse vriendin waar ik indruk op wilde maken. Nu herinner ik me de trap bij Hoog Catharijne en besluit dat het uitzicht van beneden ook best mooi is. Er schijnt een attractie te schuilen onder het Domplein. 'DOMunder' heet het. Beter dom van onderen dan van boven. Een straatmuzikant plukt aan zijn gitaar op de Oudegracht - onbetwist de mooiste gracht van Nederland - en zo vlak voor kerst doen de winkels goede zaken.

Bij mij slaat de opwinding toe: het volgende adresje dat Jerry mij heeft gegeven is dat van Chez Jaqueline, in de Korte Koestraat. Uiteraard heb ik een schone onderbroek aangetrokken. Daar stellen de meisjes prijs op, zo weet ik. Groot is mijn teleurstelling als blijkt dat Jaqueline op deze dinsdag gesloten is. Erger nog: dit is geen Huis der Vreugde maar een restaurant. Jerry zei mij dat hier de vleselijke liefde geconsumeerd werd; hij bedoelde de boeuf stroganoff. Gefopt door een Utrechter. Lekker fris.

Teleurgesteld slenter ik voort richting de Kanaalstraat. Een soort Hobbemastraat, vol belwinkels, heel erg veel groentewinkels en een enkele bakker. En nog een belwinkel. Gezellige buurt die Kanaalstraat, en bovendien spotgoedkoop: ik krijg van een junk maar liefst driemaal, voor vijf euro - nieuw in de doos, vers van de Blokker - een tosti-ijzer aangeboden. Toch nog een zweem van het oude Hoog Catharijne, een steenworp verderop.

Geen strafNa een paar uurtjes slenteren door het centrum van Utrecht constateer ik dat het hier niet slecht toeven is. In vele opzichten lijkt de stad op Den Haag, met dezelfde mensen, dezelfde schattige plekjes - en dezelfde problemen. Wonen, werken en leven is enigszins vergelijkbaar met een bestaan in Den Haag. Al mist de Utrechter iets essentieels. Iets dat een mens kan leiden tot de pieken van puur geluk: wij hebben de zee. Zij moeten het doen met een heuvelrug. en wij hebben dan wel geen Chez Jaqueline, maar wel Casa Diana. En daar serveert men geen suddervlees.

Leven in Utrecht is geen straf en de Utrechtenaar lijkt mij een aimabel mens. Maar enkel al het Utrechtse dialect, met de klank van te veel drank en het geluid van een gewonde zeehond, doet mij terug in de auto kruipen. Richting het Haagje. Een dagje Utrecht is te doen. Langer wordt lastig.