Nieuws Actueel

Vakbonden vrezen volgend jaar ontslaggolf door nieuwe Wet werk en zekerheid

Van onze redactie 9 november 2014

De nieuwe wet is minder gericht op baanzekerheid, maar meer op werkzekerheid, constateert Kötter. „Het gaat niet zozeer om maximale bescherming van je baan, maar de bedoeling is het traject van werk naar werk gemakkelijker te maken. De intentie is dat als je je werk verliest, je weer zo snel mogelijk ongehinderd aan een baan kunt komen.”De vermindering van de ontslagvergoeding pakt slecht uit voor de werknemer, maar er zijn ook onderdelen in de wet die gunstiger zijn voor de werknemer dan voor de werkgever, aldus Kötter. Hij maakte op ons verzoek een rapport op waarin overigens geen plek is voor ver doorgevoerde nuanceringen.

1. Aanzegtermijn een maand

Werkgever moet straks uiterlijk een maand voor het aflopen van een contract voor bepaalde tijd de werknemer schriftelijk informeren over al dan niet voorzetting ervan. Robin Kötter: „Gunstig voor werknemer. Nu komt het nog steeds voor dat een werknemer niets hoort en denkt dat het wel goed zit met de verlenging van zijn contract, maar toch ineens op straat komt te staan. Dat kan straks niet meer. Als een werkgever zich niet aan de aanzegtermijn houdt, moet hij maximaal een maand salaris doorbetalen. De werknemer moet hier wel binnen twee maanden een beroep op doen.”

2. ProeftijdGeen proeftijd meer bij arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van maximaal zes maanden. Kötter: „Dat heeft als positieve aspect voor de werknemer dat, als hij eenmaal een contract heeft, verzekerd is van zes maanden werk. Hij kan tussentijd niet zo maar op straat worden gezet.”

3. ConcurrentiebedingIn arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd vervalt het concurrentiebeding. Kötter: „Een werkgever moet voortaan heel concreet schriftelijk aangeven waarom vanwege het bedrijfsbelang een concurrentiebeding nodig is. Dat zal door de rechter streng worden getoetst. Het zal in veel gevallen betekenen dat een werknemer gemakkelijker kan overstappen naar een andere werkgever.”

4. KetenregelingIn de wet is geregeld dat opeenvolgende arbeidscontracten voor bepaalde tijd kunnen uitmonden in een overeenkomst voor onbepaalde tijd. Dit wordt in die zin gewijzigd dat de totale periode met een jaar wordt gekort tot 24 maanden. Kötter: „Dat geeft een werkgever minder armslag om mensen langdurig op basis van contracten voor bepaalde tijd in dienst te houden. Voor een werknemer positief omdat hij eerder zekerheid krijgt. Handig als die bijvoorbeeld een hypotheek wil afsluiten.”

5. Wijziging ontslagrechtBeëindiging vanwege bedrijfseconomische en bedrijfsorganisatorische redenen en langdurige arbeidsongeschiktheid loopt straks via UWV en ontslagen die betrekking hebben op (dis)functioneren, worden aan de kantonrechter voorgelegd. Kötter: “Nu komt het nog voor dat iemand die via de UWV-route vertrekt louter doorbetaling tijdens de opzegtermijn maar geen ontslagvergoeding krijgt en een collega via kantonrechter wel. Die ongelijkheid is straks weg. De ontslagvergoeding is hetzelfde. Het maakt niet meer uit welke route je volgt. Dat pakt naar verwachting in zijn algemeenheid gunstig uit voor de werknemer.”

6. TransitievergoedingDe hoogte van de ontslagvergoeding, die straks transitievergoeding heet, wordt wettelijk vastgelegd: maximaal 75.000 euro of twaalf maandsalarissen als het jaarsalaris hoger is dan 75.000 euro. Kötter: „Hier is veel over te doen. De werkgever heeft hier baat bij want voor hem zullen de financiële gevolgen van ontslagen lager uitvallen. De werknemer die een lang dienstverband heeft, zal daarentegen met veel minder genoegen moeten nemen.”

7. BeëindigingsovereenkomstWerknemer krijgt een bedenktijd van twee weken waarin hij alsnog onder een getekende beëindigingsovereenkomst van zijn arbeidscontract uit kan komen. Kötter: „Nu komt het voor dat een werknemer, soms na aandrang van zijn werkgever, een krabbel onder een vaststellingsovereenkomst heeft gezet en er na een dag achter komt dat hij dat beter niet had kunnen doen. Bijvoorbeeld omdat bij nader inzien blijkt dat zijn recht op een uitkering pas later ingaat en hij enige tijd zonder inkomsten zit. In de nieuwe situatie wordt de rechtspositie van een werknemer op dit gebied versterkt.”

8. Kortere termijn WW-uitkeringMaximale termijn voor WW-uitkering wordt tussen 2016 en 2019 stapsgewijs teruggebracht van maximaal drie jaar naar maximaal twee jaar. Kötter: „Dat is dus niet gunstig voor een werknemer, hoewel in cao’s afwijkende afspraken over de termijn kunnen worden gemaakt. Verder moet een werkloze nadat hij zes maanden vergeefs heeft gezocht naar een baan op zijn oude niveau, al het beschikbare werk aanvaarden. Dus vermoedelijk ook met een lager salaris genoegen nemen.”