Nieuws Actueel

VANMOOF-oprichter Taco Carlier: 'Fietsen is extreem sexy'

De broers Ties en Taco Carlier (Dieren, 1977) zagen een gat in de markt en doken er met VANMOOF vol in. Krap vier jaar na de start worden de stalen stadsrossen in 32 landen over de hele wereld verkocht. Taco: "New York is dé reden dat we begonnen zijn."

Jeroen Jansen 4 juni 2013

Tacocarliervanmoof

Succes

Raymond Cloosterman: Kassa met schoonheid Cleopatra Erik Drost: Ik dwing niemand tot vreemdgaan Erik Kessels: Succes is een kus van je moeder Inge van Kemenade: Ik voel me belazerd Emile Ratelband: Geld, daar schijt ik op Dominique Persoone: Chocolade snuiven is rock-'n-roll Frans Heesen: Jacht met waterval? Alles kan! Xenia Kasper: Waakhond van Linda de Mol Isadora Lebouille: Geur verankert merk in brein Jan de Groot: Het recept? Dat weet ik niet Rob Heilbron: Ik lijd pijn Ilja Gort: Zo is het en anders lazer je maar op Joop van den Ende: Succes is een drug

Tegeltjeswijsheden verboden, jouw succesformule in twee zinnen.

“Wij vinden fietsen in de stad fantastisch en willen dat mensen in steden wereldwijd meer gaan fietsen. Door slim te innoveren creëren we betaalbare, stijlvolle, duurzame stadsfietsen waarmee we mensen in steden over de hele wereld de streep over willen trekken de auto eens wat vaker te laten staan. Alles wat we doen is ondergeschikt aan deze missie, er is geen ruimte voor een compromis. Die focus heeft geleid tot onze ontwerpen en die ontwerpen tot de groei van VANMOOF.”

Kun je dat uitleggen?

“Onze innovaties komen voort uit eigen frustraties en gebruikservaringen. We vragen ons constant af hoe wij zelf de ideale stadsfiets zien. Niemand gebruikt onze VANMOOF's meer dan wijzelf. Dat leidt tot zinvolle vernieuwingen en maakt het voor ons ondernemers verschrikkelijk leuk. Wat is er mooier dan je eigen fietsen door New York te zien fietsen.”

Dat begint bij een goed idee.

“Mijn broer en ik vonden fietsen altijd al fantastisch. Wij wonen in Amsterdam, daar rijdt iedereen in de stad rond op van die oude brikken. Op nieuwe stadsfietsen werd nauwelijks geïnnoveerd.”

“Wij besloten de ultieme stadsfiets na te streven. Dat begon door zoveel mogelijk te integreren in het frame. Dus de verlichting, de bedrading, het slot. Alles om de fiets zo eenvoudig mogelijk te maken, zonder teveel uitstekende tierelantijnen.”

“Een echte stadsfiets heeft het zwaar te verduren. Hij staat altijd buiten, hij valt om, alles wat aan zo’n fiets uitsteekt kan kapot. Na een jaar of twee, ziet een stadsfiets er niet meer uit. Een VANMOOF wel. Wij hebben weersbestendige zadels en zelfs een kettingkast van flexibel plastic. Als je fiets omklettert, blijft je kettingkast gewoon heel.”

De fiets was een instant succes.

“De snelheid waarmee het over de wereld verspreid is, is bizar. We zijn in 2009 begonnen, nu verkopen we in 32 verschillende landen. Door het internet is de wereld zoveel platter geworden. Maar om meteen in die stroom mee te gaan, was best lastig.”

Hebben jullie daar harde lessen geleerd?

“Het was heel moeilijk om die groei te managen. Het inschatten van hoe groot onze voorraad moest zijn, was pittig. Soms hadden we een levertijd van maanden. Dan hadden we in de zomer bijvoorbeeld ineens niet voldoende voorraad meer en kregen mensen hun fiets pas in september. Dan is het fietsseizoen alweer bijna klaar.”

“Daarnaast pikten Amerikanen het op als een designfiets. Terwijl dat juist iets is dat we niet willen zijn. Een keten van designwinkels wilden hem toen gaan verkopen, daar zijn we mee in zee gegaan. Maar designwinkels weten niets van fietsen, die weten niet eens hoe je een band moet plakken. Die samenwerking heeft ons een jaar verlies in Amerika opgeleverd.”

Het is geen designfiets? Kom op zeg, kijk eens naar het ding.

“Ja, oké. Het is een plaatje geworden. Dat ben ik met je eens. Maar we hebben in al die jaren nooit één beslissing genomen vanuit esthetisch oogpunt. Als wij een VANMOOF ontwerpen, kiezen we altijd voor functionaliteit. En dat het er dan toevallig ook nog heel goed uitziet, dat is mooi meegenomen.”

Zelfs in New York verkopen jullie. Maar fietsen in The Big Apple, dat is toch zelfmoord?

“Ik ben het niet met je eens. Je moet de juiste plekken kennen en als je die eenmaal weet te vinden, dan is het fantastisch. Je kunt helemaal rondom Manhattan fietsen. Oke, op Fifth Avenue moet je niet gaan trappen, maar dat komt meer omdat de automobilisten het daar niet gewend zijn.”

“De komende jaren wordt dat wel beter. Ze zijn er nu bezig met een Witte fietsenplan, net als in Amsterdam ooit gebeurd is. Nu zijn fietsers nog een minderheid, er moet op een gegeven moment een kritische massa ontstaan, zodat automobilisten eraan kunnen wennen.”

“Ik heb over heel de wereld gefietst en het is overal goed te doen. De enige stad die ik écht eng vond, was Londen. En dat was niet alleen omdat je daar aan de verkeerde kant rijdt. Het was echt niet te doen.”

Ik vind het moeilijk om dat New York-verhaal te geloven

“Echt, New York is een van de beste fietssteden ter wereld. Het is plat, compact en je kunt overal komen. Die stad is een van de redenen dat we met VANMOOF begonnen zijn!”

Is jullie succes een zegen?

“Het opent deuren, waardoor je steeds verder komt. Je bedrijf verandert, het groeit en je kunt dingen doen die je nooit voor mogelijk gehouden had. Maar om eerlijk te zijn, vind ik ons pas echt succesvol als we wereldwijd een merk gebouwd hebben.”

Vind je fietsen niet een beetje seksloos?

“Nee, absoluut niet. Racefietsen is seksloos, met die bezwete mannen in die rare strakke pakjes. Het typische Nederlandse fietsen is dat niet. Rechtop, in je pak, vol in stijl. Dat is extreem sexy.”

Wat is de grootste bedreiging van jullie succes?

“Die zat vooral in die opstartfase volgens mij. We hebben dit allemaal zonder investeerders opgezet en dat was heel spannend. Hoe hou je je boel in godsnaam in de lucht? Hoe we dat gefinancierd hebben? We hadden al een ander bedrijf, dat hielp mee. Daarnaast zijn we slimme samenwerkingsverbanden aangegaan met bijvoorbeeld de fabriek. Ik denk dat de echte bedreigingen pas weer komen in een volgende fase, als we doorgroeien.”

“We hebben heel bewust altijd geprobeerd het zonder investeerders te rooien. Naar die oplossing grijpen ondernemers tegenwoordig te makkelijk. Probeer het eerst eens op eigen kracht. Anders ben je net begonnen en heb je de helft al verkocht. Je wilde toch ondernemer worden?!”

Wat is het ultieme doel?

“Groter worden dan Gazelle, haha! Nee, dat is een grap. Het echte doel is alle ideeën die we hebben toe te passen. Sommige onderdelen kun je pas realiseren als je echt grote volumes kunt verkopen. Wij zouden graag zien dat we de complete fiets zelf kunnen ontwikkelen. Dat elk onderdeel afgestemd is op het gebruik in de stad, zonder dat de fiets duurder is. Want dat willen we niet.”

“We willen meer zijn dan een fietsenmerk. Het moet een movement zijn. Vandaar ook het deel ‘moof’ in de naam. Dat ‘van’ is er alleen maar om het een klein Nederlands tintje te geven. Stel je nu eens voor, je vliegt duizend kilometer, je landt, stapt uit en je ziet iemand op een VANMOOF rondfietsen. Daar doe je het voor. Dat is gewoon te gek.”