Nieuws Actueel

Verplicht weer beter worden

Van onze redactie 22 februari 2015

Een schoonmaker snijdt zich aan glas en vindt dat hij, gezien de verwonding aan zijn rechterarm, niet kan werken. Hij meldt zich ziek en blijft meerdere maanden thuis. 5 maanden later zegt de bedrijfsarts dat hij voor halve dagen weer aan het werk moet en daar lichte schoonmaakwerkzaamheden kan doen. Daarna kan hij het aantal te werken uren in stapjes opvoeren en beginnen met fysiek inspannender klusjes als dweilen en stofzuigen.

De schoonmaker voelt daar niks voor. Als hij wegblijft van het werk, zet zijn baas de loonbetaling stop. De werknemer is het met de sanctie niet eens en vindt dat hij doorbetaald moet worden voor de uren dat hij nog wél in de ziektewet zit. De werkgever stapt naar de kantonrechter, die de kwestie voorlegt aan de hoogste rechter, de Hoge Raad. Dat rechtsorgaan oordeelt dat een loonsanctie is bedoeld als stok achter de deur om mensen te activeren. Omdat de schoonmaker niet meewerkt, wordt de loonstop niet gezien als te zwaar middel.

Afspraken Of het daarna nog is goedgekomen tussen de schoonmaker en zijn werkgever meldt de uitspraak niet. Maar het vonnis onderstreept dat de gevolgen van niet meewerken aan re-integratie groot kunnen zijn. Als je ziek wordt, ben je verplicht mét de werkgever na te denken over terugkeer op het werk. De afspraken moeten op schrift worden gesteld.

De verplichting tot re-integratie is niet eenzijdig, maar geldt ook voor je baas. Hij moet alles in het werk stellen jou zo snel mogelijk weer aan de slag te krijgen. Dit kan onder meer door inschakeling van een arbodienst of re-integratiebedrijf, door omscholing of het aanbieden van een andere baan. Levert hij geen inspanning, dan kan dat ertoe leiden dat hij zelf een boete krijgt en ook een eventueel derde ziektejaar moet doorbetalen (normaal is maximaal 2 jaar). De verplichtingen komen voort uit de Wet (Verbetering) Poortwachter.

Passend werk De werkgever kan tot je bent hersteld tijdelijk ander passend werk aanbieden. Over wat passend mag heten, kun je het oneens zijn. Ben je secretaresse en word je tijdelijk werk aan de receptie opgedragen, dan ligt dat niet zo ver uit elkaar en kun je dat beter accepteren. Ben je accountant en moet je op de heftruck gaan rijden, dan is de kans dat dit als 'passend' wordt beschouwd een stuk kleiner. De werkgever moet rekening houden met je arbeidsverleden, je opleidingsniveau en de hoogte van je salaris. Hoe meer het tijdelijke, passende werk lijkt op werk dat je voorheen deed, des te meer van je verwacht wordt dat je het aanbod accepteert.

Als je zelf ideeën hebt over passende arbeid, opper die dan (schriftelijk). Dat kan later misschien in je voordeel werken. Je kunt bijvoorbeeld suggesties doen over aanpassing van de werkplek. De werkgever moet dan steekhoudende argumenten hebben om je voorstel, als het een reëel idee is, af te wijzen.

Deskundigenoordeel Als je het niet eens wordt over de vraag of de aangeboden werkzaamheden passend zijn, kun je een deskundigenoordeel vragen aan het UWV. Dat oordeel is niet bindend, maar door de rechter wordt het bij een eventuele rechtszaak wel als leidraad gebruikt.

Kan het bedrijf je geen passende arbeid bieden, bijvoorbeeld omdat alle functies lichamelijk te zwaar zijn, dan bestaat de mogelijkheid van het zogeheten tweede spoor. Dat betekent dat je gedurende de periode tot je herstel bij een ander bedrijf passend werk moet verrichten. Je eigen arbeidsovereenkomst vervalt daarmee niet. Terugkeer naar je oude functie blijft het doel. Werk je niet mee, dan mag je werkgever dus als uiterste consequentie stoppen met het uitbetalen van salaris. Normaal word je na ziekte niet ontslagen, maar als je dwarsligt, loop je ook het risico de twee jaar geldende opzegbescherming te verliezen. Dat kan uiteraard alleen als de werkgever in zijn recht staat. Vaak zal het UWV in dergelijke situaties eerst een deskundigenoordeel moeten geven. Leidt dat voor een van beide partijen niet tot een bevredigende uitspraak, dan moet de rechter beslissen.