Nieuws Actueel

Voorgoed gevangen in je burn-out

Rianne Oosterom | Foto: Kees van de Veen 27 november 2015

Burnoutklachtendepressie1065

Eén op de zeven Nederlanders had vorig jaar burn-outklachten. Wat als de uitputting en stress niet verdwijnen? Siemen Hofman leeft er al zeventien jaar mee. 'Het voelt alsof ik een wedstrijd verloren heb', vertelt hij vrijdag in Trouw.

Op een dag kon Siemen Hofman (49) niet meer recht van zijn werk naar huis fietsen. Hij slingerde en zwabberde als een dronkeman: links, rechts, links, rechts. Lantarenpalen, paaltjes, sloten - hij wist ze maar net te omzeilen. Dit komt echt niet goed, dacht hij. Straks val ik om, rapen ze me op, stoppen ze me in een psychiatrische inrichting.

Extra hooiHij was ziek geweest, de weken daarvoor, flink ziek ook. Hij had dagen moe op bed gelegen. In de periode daarvoor kwamen in de motorfabriek waar hij werkte de taken van drie man op zijn schouders terecht. Hij dacht: hop, kop op, even doorzetten Siemen. Maar, zoals hij het zelf zegt: "In plaats van mijn vork uit de te grote stapel hooi te trekken en hem er opnieuw in te steken, stond ik toe dat er nog extra hooi op werd gegooid."

Zwabberend werkend bestaanHofman besefte niet dat hij die dag zwabberend zijn werkende bestaan uit fietste. Want we schrijven zeventien vrijwel werkloze jaren later. Hofman zit in een rode houthakkersblouse aan de eettafel in het Friese Lippenhuizen. Een lange, joviale man. Maar zo hard als hij kan lachen, zo diep kan hij ook zuchten. "Het voelt alsof ik een wedstrijd verloren heb", zegt hij. "Zeker als man, je wilt toch kostwinner zijn. Maar ik heb moeten accepteren dat het er niet in zit, dat het er waarschijnlijk nooit in zit."

Burn-out klachtenVolgens de laatste peiling van onderzoeksinstituut TNO en statistiekbureau CBS had in 2014 één op de zeven Nederlanders last van aan burn-out gerelateerde klachten, dat is 14 procent van de bevolking. Ter vergelijking: in 2007 was dit 11 procent.

SterretjesMaar waar ongeveer driekwart van de mensen met een burn-out na twee jaar weer gezond is, bleef Hofman ziek en niet in staat zijn oude werk te doen. Ondanks behandelingen door verschillende psychologen en een psychiater. En ondanks verwoede pogingen om opnieuw aan het werk te komen; Hofman begon én strandde weer bij tien bedrijven. Als hij te veel werkt, wordt hij paniekerig, krijgt last van stemmingswisselingen, kan zich niet concentreren. "Soms zie ik gewoon sterretjes, moet ik knipperen voor mijn blik weer goed is. Ik krijg ook een metaalachtige smaak in mijn mond en heb moeite met slikken."

ChronischPsychotherapeute Carien Karsten, die meerdere boeken over burn-out schreef, leest en hoort steeds meer over dit soort 'chronische burn-outs'. Toch gelooft zij er niet echt in. "Een chronische burn-out is het gevolg van het ontbreken of falen van een behandeling. Als je goed behandeld wordt, kom je er wel vanaf. Daar komt nog bij dat het mensen in de ziektewet natuurlijk iets oplevert als zij aan hun klachten vasthouden."

Geen onderzoekMarc van Veldhoven, hoogleraar werk, gezondheid en welbevinden aan de Tilburg University, is het niet met haar eens. Hij vindt dat de 'chronische burn-out' juist een keer serieus genomen moet worden. "Het neurologische systeem in je hersenen dat ervoor zorgt dat je herstelt van inspanning, kan gewoon stuk. Maar we weten nog niet hoe dat werkt. Er is simpelweg geen onderzoek naar gedaan. We weten dat het bestaat, maar niet wat het is."

Een telefoontje naar uitkeringsinstantie UWV leert dat ondanks dat ontbrekende onderzoek 2400 mensen een arbeidsongeschiktheidsuitkering krijgen vanwege een burn-out, ook al is de burn-out niet opgenomen in het handboek psychische stoornissen. De instroom is ongeveer vierhonderd per jaar. Mensen met een burn-out vormen 1 procent van het totale aantal arbeidsongeschikten.

Klinisch-psycholoog Arno van Dam volgde voor zijn promotieonderzoek twee jaar lang mensen met burn-out, om te onderzoeken of zij na twee jaar beter functioneren. Hij zag met eigen ogen dat sommige mensen er simpelweg niet vanaf kwamen, wat er ook werd geprobeerd. "Voor die mensen ziet het er somber uit", zegt hij.

Meer dan enkel uitputtingZijn hypothese is dat er met mensen met een chronische burn-out vaak meer aan de hand is dan enkel uitputting. De burn-out is overgegaan in een depressie, of in een andere stoornis. Of er is sprake van het mechanisme dat Van Dam 'aangeleerde hulpeloosheid' noemt; mensen hebben geleerd dat ze geen invloed op hun situatie hebben en proberen daarom niet meer om eruit te komen.

Om dit soort mechanismen tegen te gaan, pleit de onderzoeker voor meer aandacht en begeleiding van mensen met een chronische burn-out. Hij benadrukt dat de lijdensweg van deze mensen zwaarder wordt door het gebrek aan aandacht voor en erkenning van hun klachten. Hofman knikt. "Het idee over aangeleerde hulpeloosheid vind ik denigrerend. Mijn bloed gaat ervan koken. Je krijgt ook vaak te horen: stel je niet aan, het zal allemaal toch zo erg niet zijn. Als ik een gebroken been zou hebben, zouden ze het tenminste zien. Ik krijg in gesprekken vrijwel nooit het voordeel van de twijfel."

Moeilijke discussieMensen met een langdurige burn-out krijgen te horen dat het tussen hun oren zit, zegt hoogleraar Marc van Veldhoven. "Het blijft bij dit onderwerp voor mensen een moeilijke discussie: ligt het aan jezelf of moet je accepteren dat er permanente schade is? In het laatste geval denken mensen snel: mijn leven is niets meer waard."

Na veel strijd met het UWV is Siemen Hofman voor 25 tot 35 procent arbeidsongeschikt verklaard. Want het UWV is ervan overtuigd dat hij veertig uur per week aankan. "Maar als ik zoveel zou moeten werken, moet ik de rest van de week op bed liggen, zo uitgeput ben ik. Ik moest kiezen: werken en geen goede vader, echtgenoot of buurtgenoot zijn, of investeren in wat ik belangrijk vind." Aan die keuze hangt wel een prijskaartje: zijn gedeeltelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt aangevuld tot bijstandsniveau.

Accepteren dat je niet meer in staat bent je oude werk te doen, is een moeilijk proces, vertelt hij. "Overleven, dat was het allereerst. Ik moest een wirwar van emoties een plek geven. Boosheid, teleurstelling in mijn eigen denken en lichaam, verontwaardiging tegenover anderen. Ik dacht: als ik niet zo hard had gewerkt, had ik dit niet gehad. Of als mijn leidinggevende beter zijn voelsprieten had uitgestoken, was het niet zover gekomen."

Hij leerde dat boos zijn niet helpt. Dat hij zijn leven ook op een andere manier zin kon geven: hij doet anderhalve dag per week vrijwilligerswerk, zet zich in voor de kerk, lapt kapotte apparaten op. "Ik denk nu: every cloud has a silver lining; overal zit iets moois in. Door mijn burn-out heb ik mijn zoons zien opgroeien en heb ik veel meer vader voor ze kunnen zijn, om ze te maken tot evenwichtige mensen."