Nieuws Actueel

Waarom bestuurders moeten fietsen

Rik Nizet 2 oktober 2015

Fietsen straat groot

Wat doe je als financiële instelling als je een plas op de weg ziet? Als eerste stap je dan direct af. Je zet je fiets weg, met het slot erop want je neemt geen risico’s. Vervolgens ga je de plas opmeten, hoe lang, breed en diep is deze? In De Verdieping vergelijken bestuurder Van Engelen en IT’er Van Bommel het maken van gedetailleerde plannen in het bedrijfsleven met biljarten en fietsen. Een voorpublicatie.Fietsen. Meestal stappen we met grote vrolijkheid op. We weten ook dat er een tamelijk gerede kans is dat we zonder al te veel ellende aankomen op het punt waar we naartoe willen. Dat lukt bijna altijd. Een enkele keer vallen we, meestal is dat dan als we door de bocht gaan op een racefiets, omdat de bandjes zo smal zijn. Of als we in de stad rijden kunnen we als beginneling nog wel eens met onze wielen in de tramrails terechtkomen. Onderweg corrigerenTijdens het fietsen moet je onderweg natuurlijk wel opletten. We corrigeren onszelf onderweg voortdurend; soms trappen we wat harder – we moeten een heuveltje over, en als we een plas zien rijden we er omheen. Of we tillen onze voeten even op om te zorgen dat die niet nat worden. O ja: we kunnen ook een lekke band krijgen, die we dan moet plakken.De plasHier is een vergelijking met het bedrijfsleven mogelijk. Wat doe je als financiële instelling als je een plas op de weg ziet? Als eerste stap je dan direct af. Je zet je fiets weg, met het slot erop want je neemt geen risico’s. Vervolgens ga je de plas opmeten, hoe lang, breed en diep is deze? Uiteraard schrijf je daar een rapportje over met de opmerking dat je daar God zij dank niet zomaar doorheen gereden bent! Solide risicoanalyseVervolgens pak je je fiets, rij je er toch doorheen – uiteraard is de plas maar een paar centimeter diep – en vervolg je je weg naar huis. Je komt veel later thuis, maar je hebt wel een solide risicoanalyse uitgevoerd. Fietsen is voor ieder mens met twee armen, twee benen en een goed evenwichtsorgaan te doen. Het lijkt alles behalve ingewikkeld. Alle kinderen die leren fietsen kunnen dat, als ze zo’n jaar of vier zijn, binnen een paar uur. Niet te veel sturen!De belangrijkste tip die een vader (of moeder) aan dat kind meegeeft is om vooral niet te veel te sturen. Hoort u uzelf nog roepen, of uw eigen vader of moeder nog naar u roepen? En als je eenmaal geleerd hebt om te fietsen, vergeet je het niet gemakkelijk meer. Alles in jouw lichaam heeft de beweging van het fietsen onder de knie. Elke zenuw, elk spiertje, elk haarvat in jouw lijf weet wat het moet doen om overeind te blijven en uiteindelijk op de plaats van bestemming aan te komen.MiddelbareschoolnatuurkundeWe zeiden net: het lijkt niet ingewikkeld, maar toch snappen we het niet echt. Niet met de middelbareschoolnatuurkunde, maar ook niet met de universitaire variant. Zelfs de knapste natuurkundigen kunnen niet sluitend verklaren waarom we op twee wielen zo gemakkelijk rechtop kunnen blijven. Aanvankelijk dachten we, weer met middelbareschoolnatuurkunde, dat de verklaring lag in het gyroscopisch moment van een draaiend wiel (u herinnert zich dat vast nog van uw schooltijd). Gyroscoopvrije fietsHelaas, aan de TU Delft hebben studenten een gyroscoopvrije fiets gebouwd en die rijdt net zo makkelijk als een gewone fiets. Google er maar eens op of kijk op YouTube. Er wordt nu wat nagedacht over impulswetten en zo, maar er is geen sluitende verklaring die aangeeft waarom een rijdende fiets overeind blijft.Fietsen kunnen we dus allemaal, maar we snappen het eigenlijk niet. En biljarten snappen we heel precies, maar we kunnen het niet. Iets algemener kun je zelfs zeggen: als je iets kent, betekent het nog niet dat je het kunt en als je iets kunt, betekent het niet dat je het kent. Dat ‘kennen’ en ‘kunnen’ wordt in de wetenschap en ook in het management vaak verwisseld. Wij denken dat we iets moeten kennen voordat we iets kunnen. No-brainerBij het besturen is het zelfs een no-brainer. Als je een plan maakt moet je het door en door kennen. Als een projectvoorstel dat zowel gecompliceerd als complex is bij de Raad van Bestuur wordt besproken, zijn er altijd vragen over de inhoud. Er moet altijd nog een keer naar gekeken worden. Er moet nog een rapportje voor de boardroom gemaakt worden over mogelijke effecten voor andere bedrijfsonderdelen. Er moet nog links en rechts afgestemd worden. Het aantal onzekerheden moet zo veel mogelijk gereduceerd worden, opdat we zeker denken te weten dat het lukt. We willen het dus kennen.Van de Vijzelstraat naar de MuntAls we in het drukke verkeer van Amsterdam zouden gaan fietsen op de biljartmanier, dan zouden we een uitgebreid plan schrijven over alle bewegingen die we moeten maken, van sturen tot trappen, van remmen tot richting aangeven. Alle deelhandelingen in detail beschrijven zodat iedere onzekerheid dat er iets mis kan gaan wordt geëlimineerd. Eigenlijk leveren we dan een PID (Project Initiatie Document) op, waarin we beschrijven hoe we per fiets van de Vijzelstraat naar de Munt kunnen komen. En in een echt goed PID zouden we ook scenarioanalyses opnemen over alle mogelijke tegenliggers en plots overstekende kinderen. Terwijl onze ouders toch gewoon het advies meegaven: goed uitkijken.Het is een spelAls we zouden biljarten op de fietsmanier zouden we onze witte bal al rollend met de hand langs de witte bal, de drie banden van het biljartlaken naar de rode bal begeleiden. De spelregels verbieden dat, en met een reden. Het is de aardigheid van het spel om te wedijveren met de onvoorspelbaarheid van het systeem. Het is een spel. Onze gedachte is dat we in de bestuurskamer minder zekerheden van onze plannenmakers moeten vragen. Minder sturen op de schijnzekerheid in een verre toekomst die ze ons kunnen voorschotelen. We moeten minder streven naar een heel specifiek, eenduidig doel waar we naartoe willen. Alleen al de gedachte achter een budgetronde, waar we in september van jaar A de werkelijkheid van december in jaar B opschrijven, is een opmerkelijke exercitie. Natuurlijk hebben plannen een functie, dat stellen we niet ter discussie. Wel dat de plannen die we maken ook ten grondslag liggen aan ons handelen op de lange termijn. We zijn te rigide. Tot voor kort keerden we ook nog een bonus uit aan managers die na anderhalf jaar hun doel bereikt hadden. Managers belonenDe wereld verandert nu zo snel dat we managers moeten belonen die zich in de loop van de tijd hebben aangepast aan de veranderende omstandigheden. Of eigenlijk, dat hoeven we niet te belonen, het zou gebruik moeten zijn om aan te passen. We moeten af van het expliciete, smart geformuleerde, strategische doel dat we als organisatie willen bereiken. Het is beter om als organisatie het besef te hebben van een richting waarin we willen bewegen. Fietsende bestuurdersSturen doen we niet meer op een rigide doel, maar op een zogeheten strategic intent. Fietsende bestuurders, die durven te accepteren dan hun horizon beperkt is, die komen ergens, die zijn succesvol. Een fietser heeft een helder doel voor ogen, hij of zij weet waar de reis toe moet leiden, alleen de weg waarlangs wordt flexibel ingevuld. Biljartende bestuurders zullen steeds meer brokkenpiloten blijken. Hoewel dit inzicht voor veel bestuurders de wereld op zijn kop zet, hoeft er niet getreurd te worden. Veel oude wetten blijven onverkort geldig.