Nieuws Actueel

Waarom de anti-plofkip-campagne nu wel werkt

Annemieke van Dongen 29 december 2015

Plofkipwakkerdiersupermarkten1065

Beter goed gejat dan slecht verzonnen, dachten ze bij Wakker Dier toen ze de term 'plofkip' hoorden. Het woord dat voedseljournalist en tv-maker Wouter Klootwijk introduceerde, maakt beeldend duidelijk waar het bij vleeskuikens aan schort: ze worden zo snel vetgemest dat ze tegen het einde van hun zesweekse leventje door hun poten zakken. In een stal zonder daglicht, met twintig soortgenoten per vierkante meter liggen ze dan in hun eigen mest. Met zweren, kneuzingen en andere kwalen tot gevolg, schrijft het AD.

Lees ook: Drie grootste supers doen plofkip -nu echt- in de ban

Vier jaar geleden, toen Wakker Dier begon met zijn campagne om plofkip uit te bannen, hadden de meeste mensen nog geen idee onder welke omstandigheden reguliere vleeskippen worden gehouden, zegt campagneleider Hanneke van Ormondt.

Wat ook hielp: er was een alternatief. Aanvankelijk voerde de actiegroep, opgericht na de varkenspestepidemie in 1997, campagne voor biologisch vlees. Maar dat schoot niet op. Overstappen van de wettelijke minimumeisen aan dierenwelzijn naar biologische productie is voor boeren namelijk een te grote stap.

Met de Beter Levensterren had de Dierenbescherming een 'instapsysteem' ontwikkeld. Kippen met één ster hoeven niet naar buiten, zoals biologische kippen, maar leven wel ruim twee weken langer dan hun gangbare soortgenoten. En kampen daardoor met minder kwalen.

Dat alternatief bood Wakker Dier de mogelijkheid om supermarkten onder druk te zetten. Want bij de supers ligt de macht om op grote schaal veranderingen in gang te zetten, zegt Van Ormondt. "We wilden niet alleen het probleem aankaarten, maar ook een oplossing aandragen."

Met advertenties in kranten, op internet, in radio- en tv-spotjes voerde Wakker Dier vier jaar lang actie tegen de plofkip. Binnen vier maanden ging Unilever overstag. Een belangrijke doorbraak voor Wakker Dier, waarna ook supermarktketens opnieuw gingen praten met hun leveranciers.