Nieuws Actueel

Willen we eten of willen we stroom?

Lidwien Dobber 8 december 2015

Irrigatiewaterschaarsvoedsellandbouwenergie1065

Als de landbouw en de energiesector de waterslurpers blijven die ze nu zijn, komt er een moment dat de keuze voorligt: willen we eten of willen we stroom? Er is dan niet meer genoeg schoon, zoet water om beide in voldoende hoeveelheden te produceren, schrijft Trouw

Dit is niet de boodschap van een klimaatalarmist, maar van onderzoekers van het ING Economisch Bureau. In een gisteren verschenen rapport schrijven ze dat in 2040 het aanbod van zoet water de vraag voor nog maar twee derde dekt. Uitgaande van een groei van het gebruik van 2 procent per jaar, komt de wereld tegen die tijd zo'n 2200 miljard kubieke meter zoet water tekort.

Waterstress noemen de onderzoekers het als er niet genoeg water is om in de behoefte te voorzien. Van de zestig grootste economieën ter wereld lopen er 29 een hoog tot extreem hoog risico om zich waterstress op de hals te halen. Daaronder reuzen als de VS, China en India, maar ook Italië en België staan op de lijst. En juist in die 29 landen wordt bijna 90 procent van 's werelds kolen gedolven, 80 procent van het textiel geproduceerd en 74 procent van het voedsel verbouwd; voor alle drie is ontzettend veel water nodig. Azië heeft het grootste probleem.

Aan landbouw gaat 67 procent van gebruikte zoet water op, staat in het rapport. Gemiddeld kost het 'een onthutsende 844 liter' water om 1 dollar waarde toe te voegen. Gemiddeld. Want boeren in Chili, Pakistan, Vietnam en de Filippijnen hebben daar 2000 liter voor nodig en Nederlandse boeren 7,4 liter.

De industrie staat met 21 procent zoetwaterverbruik op de tweede plaats. Voor de productie van spijkerbroeken of papier is zo'n honderd liter nodig om een dollar waarde toe te voegen. Dat is veel, maar de energiesector maakt het bonter. Kolencentrales zijn goed voor 40 procent van de elektriciteitsproductie wereldwijd, kerncentrales voor 10 procent. En juist die twee zijn grootverbruikers van water, aldus de economen van de ING, waardoor de energiesector uitkomt op 300 liter per dollar toegevoegde waarde. De VS en China zijn zowel absoluut als relatief de grootste industrieel verbruikers.

Gezien de groeiende wereldbevolking en de toenemende welvaart in opkomende economieën stijgt het aandeel van het industrieel waterverbruik naar 38 procent in 2040. Vooral vanwege de stijgende energieproductie.

Lopen we als lemmingen richting afgrond? Niet per se. Plak een realistische prijs op een liter water, schrijven de economen, en er zal minder worden verspild. Als Nederlandse boeren met nog geen tien liter evenveel 'geld maken' als andere boeren met 2000 liter, is zuiniger aan doen geen utopie.

En er is een wereld te winnen door geen kolen te verstoken of kerncentrales te laten draaien om energie op te wekken, maar wind en zon te benutten. Dat kost nauwelijks water. Ook betere koeltechnieken en hergebruik van koelwater kunnen het waterverbruik aanzienlijk verminderen.

Zoet water maakt maar 2,5 procent uit van al het water op aarde, schrijven de ING-economen, en daarvan is zo'n 0,1 procent bruikbaar en beschikbaar. Op die voorraad wordt actief jacht gemaakt: er worden diepere putten geslagen en langere leidingen aangelegd om diepere waterlagen aan te boren. Dat kost wel meer elektriciteit trouwens, merken ze op. Net als de projecten die zout onttrekken aan die andere 97,5 procent van de wereldwatervoorraad. Dat energieverbruik moet meetellen, aldus de onderzoekers, om te voorkomen dat het paard achter de wagen wordt gespannen.