Nieuws Actueel

Zo wordt uw goedkope T-shirt gemaakt

Ate Hoekstra | Foto's: Kristof Vadino 10 december 2015

Ondanks dat de Cambodjaanse overheid en grote kledingmerken beterschap beloofden, verandert er weinig in Cambodja's textielindustrie. Arbeiders zien zich onder meer geconfronteerd met intimidatie, gedwongen overwerk en chronische armoede.

Met een goed gevoel voor drama haalt Keo Chenda haar schouders op. "Hoe kunnen wij van 128 dollar leven?", zegt de kledingmaakster. "We moeten eten en medicijnen kopen, de huur betalen en voor onze familie zorgen. Sommige arbeiders werken 12 uur per dag. Ik zie overal collega's instorten van vermoeidheid."

Chenda werkt in Cambodja's kledingindustrie, een industrie die al sinds het einde van de jaren '90 onder vuur ligt. De lonen zijn er laag, de omstandigheden in de fabrieken zijn slecht en demonstraties eindigen soms in bruut geweld. Nadat een massastaking op 3 januari 2014 uitmondde in een bloedbad met vijf doden en tientallen gewonden leek het tij te keren. Kledingmerken als Gap, H&M en Adidas verklaarden de roep om een 'leefbaar loon' te steunen en de Cambodjaanse regering beloofde verbeteringen. Uit onderzoek en tientallen interviews blijkt echter dat de industrie nog vol misstanden zit.

Bij de Meroson Factory in Phnom Penh bijvoorbeeld legden ruim 700 kledingmakers in maart het werk neer. In interviews zeggen de arbeiders, die broeken en truien maken, als slaven te worden behandeld. De Chinese managers dreigen hen te ontslaan als ze te lang op het toilet zitten, houden wettelijke bonussen achter en geven vrouwen ontslag als ze zwanger zijn.

"De managers schreeuwen naar ons, geven ons overal de schuld van en schelden ons uit. 'Hebben jullie geen hersens in je hoofd!' roepen ze dan", vertelt de bij Meroson werkende Din Bopha. "En als je een keer 's middags om 4 uur naar huis wilt, omdat dan de werkdag officieel is afgelopen, dan mag dat niet. Je moet altijd tot 6 of 7 uur 's avonds overwerken. Anders word je ontslagen."

Geen werk, geen inkomenVoor mensen als Bopha en Chenda is de fabriek van levensbelang. Ruim 700.000 Cambodjanen verdienen in meer dan 600 kleding- en schoenfabrieken een inkomen waarmee ze hun vaak straatarme familie steunen. Hun inkomsten zijn echter zo laag dat het kopen van een voedzame maaltijd niet elke dag mogelijk is. 43,2 procent van de textielarbeiders lijdt daardoor aan bloedarmoede, 15,7 procent heeft ondergewicht, aldus de Internationale Arbeidsorganisatie. In combinatie met de lange werkdagen leidt het ertoe dat ze regelmatig flauwvallen op de werkvloer.

Arbeiders staan bovendien onder druk doordat ze telkens een contract van slechts 3 of 6 maanden ontvangen. Fabrieken kunnen zo eenvoudig van mensen afkomen, bijvoorbeeld als ze zwanger zijn, zich met demonstraties bemoeien of zich aansluiten bij een kritische vakbond. Zo ook Kemt Sarak, een kledingmaker bij Eastern Industrial Enterprise, dat onder meer C&A en Charles Vögele tot haar klanten rekent. "Ik heb 3,5 jaar telkens een contract voor 3 maanden gekregen", vertelt hij. "Toen ik lid werd van de vakbond, kwam de manager naar me toe. 'We willen geen vertegenwoordigers van die bond in onze fabriek. Je bent ontslagen', zei hij."

Saraks collega Chan Sarang valt hem bij. "De fabriek beloofde afgelopen december zaken te verbeteren. Toen ging het tijdelijk goed, maar na 2 weken ging de werkdruk weer omhoog en werden er opnieuw zomaar mensen ontslagen."

De kledingmakers zouden beschermd moeten worden door Cambodja's arbeidswet. Die wordt echter op grote schaal geschonden. "Als de arbeidswet werd gehandhaafd, zou de situatie al een stuk beter zijn", vertelt Chhorn Sokha, arbeidsrechtspecialist bij Cambodian Legal Education Community, dat zich inzet voor textielarbeiders. "Maar fabrieken gebruiken de wet alleen als machtsmiddel tegen de arbeiders. Bijvoorbeeld door een staking illegaal te noemen omdat de juiste procedure niet is gevolgd."

In een buitenwijk van Phnom Penh laat zich een ander probleem zien. In een naamloos pand is de fabrieksvloer zo smerig dat het vuil overal aan vastplakt. In het slecht verlichte gebouw werken mannen en vrouwen aan schoenzolen van Skechers, een Amerikaans merk dat wereldwijd in honderden winkels wordt verkocht. Een paar straten verderop verzorgt een tiental vrouwen het verf- en knipwerk van kinderkleding. Er hangt een geur van lijm en verf, en hoewel het pas 10 uur in de ochtend is, is het er bloedheet.

Beide bedrijven maken deelproducten voor een fabriek elders in de stad, maar staan nergens geregistreerd en bestaan officieel niet. Volgens Ken Loo, secretaris-generaal van de Cambodjaanse werkgeversorganisatie GMAC, zijn deze subcontractors door financiële problemen in de afgelopen jaren zo goed als verdwenen, maar een zoektocht levert binnen enkele uren al een tiental voorbeelden op.

Ondergronds"Het is een ondergrondse economie met mogelijk duizenden subcontractors, variërend van één persoon op een kamertje tot tientallen mensen in een loods", zegt David Welsh, Cambodja-directeur van het Solidarity Center, een wereldwijd opererende arbeidersorganisatie. Medewerkers van subcontractors zijn vaak het slachtoffer van uitbuiting. Minimumlonen en contracten worden er niet gerespecteerd. Het werk wordt veelal gedaan in onhygiënische gebouwen. Via legale fabrieken gaan de door subcontractors gemaakte producten de hele wereld over.

Een jaar geleden leek het de goede kant op te gaan met Cambodja's textielindustrie. Vertegenwoordigers van modegiganten als H&M, Puma en Gap gingen in gesprek met de Cambodjaanse regering. Er werden verbeteringen beloofd en het minimumloon ging begin 2015 omhoog van 100 naar 128 dollar per maand. Doordat op hetzelfde moment op veel plekken de huur-, elektriciteits- en voedselprijzen omhoog gingen, haalt die salarisverhoging in de praktijk weinig uit. Kledingmaakster Tuy Yan bijvoorbeeld betaalde voor de loonsverhoging 35 dollar huur per maand. Direct na de loonsverhoging vroeg haar huisbaas 5 dollar extra.

Ook hebben fabrieken het overwerk verminderd. Hoezeer de arbeiders ook klagen over de lange werkdagen, extra geld verdienen met overwerk is voor hen noodzakelijk om te overleven. "Met veel overwerk verdiende ik vorig jaar 150 of 160 dollar per maand", zegt Tuy Yan. "Nu er minder overwerk is, verdien ik ondanks het nieuwe minimum nog hetzelfde bedrag. Ik heb daardoor soms te weinig geld om naast mijn rijst nog groente, vlees of vis te kopen."

Chea Mao heeft als assistent-manager op papier een goede baan, maar in de praktijk is zijn situatie niets beter dan die van de arbeiders die hij leiding geeft. Ook hij krijgt het minimum van 128 dollar. Om zijn gezin te onderhouden werkt hij dagelijks 2 of 3 uur extra. Nadat hij vorig jaar getuige was van gevechten tussen soldaten en stakende arbeiders, durft hij niet voor een beter loon te demonstreren. "Vorig jaar gooiden de arbeiders met stenen en schoten de soldaten met geweren terug. Niemand was veilig. Ik ben veel te bang om mee te doen aan een protest."

Machteloze inspectieVerscheidene kledingmerken erkennen de aanhoudende problemen. Ze zeggen de roep om een leefbaar loon te steunen en te vertrouwen op Better Factories Cambodia (BFC), een programma van de Internationale Arbeidsorganisatie met toegang tot honderden fabrieken. BFC rapporteert jaarlijks over de omstandigheden in de industrie, maar haar macht blijft beperkt. Voor vervolgacties is BFC namelijk aangewezen op inspecteurs van het ministerie van Arbeid, die volgens verschillende bronnen massaal worden omgekocht en bij inspecties vaak niet verder komen dan het kantoor van de fabrieksleiding.

"Dankzij BFC is het beeld ontstaan dat er in Cambodja modelfabrieken zouden staan", zegt David Welsh. "Maar de situatie in Cambodja is maar net iets beter dan in Bangladesh. We hebben hier met een industrie te maken waarbij de inkopers bewust op zoek gaan naar arme landen met een zwak rechtssysteem en waar geen transparantie bestaat."

Keo Sokmeng slijt haar dagen als inpakster bij Whitex Garment Factory, een Chinees bedrijf dat volgens haar website onder meer kleding voor Primark produceert. Op 3 januari 2014 werd haar in de fabriek werkende zoon doodgeschoten door soldaten die op brute wijze een einde maakten aan een massastaking. Hij demonstreerde voor een hoger salaris. "Ik begrijp niet waarom ons dit onrecht is aangedaan", zegt Sokmeng. "Het enige wat hij deed was demonstreren voor een salaris van 160 dollar."