Nieuws

Beter grote mestfabrieken dan knoeiende boeren

Vanuit milieubewuste hoek klinkt zware kritiek op Brabantse plannen om mestfabrieken op industrieterreinen ruim baan te geven. Maar landbouwprofessor Oene Oenema snapt de denkwijze van de Brabantse gedeputeerde wel.

Chris van Mersbergen | FOTO MARC BOLSIUS 27 maart 2017

Untitled 1 1

De boeren zijn de grote winnaar in het nieuwe landbouwbeleid van de Brabantse gedeputeerde Anne-Marie Spierings (D66). Dat is de conclusie van zowel de Brabantse Milieufederatie (BMF) als van de Statenfracties van de Partij voor de Dieren en GroenLinks.

De ruimte

Spierings maakte vorige week bekend dat grootschalige mestbewerkers op bedrijventerreinen, waar boeren hun overtollige mest naartoe kunnen brengen, de ruimte krijgen. Het uiteindelijke droombeeld van Spierings is dat die mest in de fabrieken in de toekomst bewerkt wordt tot waardevolle producten, met een eigen afzetmarkt. Voorlopig is dat toekomstmuziek, maar als je de mestbewerkers niet de kans geeft om zich te ontwikkelen, zal het nooit gebeuren, redeneert de provincie.

Mestfabrieken

Boerenorganisatie ZLTO toonde zich gematigd tevreden met de plannen. Marco van der Wel van de Partij voor de Dieren snapt dat wel: ,,De plannen lijken precies op de boeren toegesneden.” Van der Wel vindt de mestfabrieken een stap in de verkeerde richting. ,,Ik geef je op een briefje dat hiermee nauwelijks iets verandert aan de overlast die mensen op het platteland ervaren. Wij zeggen al jaren dat de enige oplossing voor Brabant een vermindering van het aantal dieren is. Deze fabrieken leiden alleen maar tot gesleep met mest, iets dat ook nog eens gevaarlijk is met het oog op dierziektes. En door ook nog eens grotere stallen toe te staan (zie kader), werkt de provincie schaalvergroting in de hand.”

Bangmakerij

Oene Oenema, professor aan de landbouwuniversiteit in Wageningen. vindt Van der Wels opmerking over dierziekten ‘neigen naar bangmakerij’. ,,Je moet de mestbewerking juist professionaliseren om te zorgen dat er minder geknoeid wordt. Een veehouder moet je dat er niet ook nog eens bij laten doen. Het plan van de gedeputeerde is daarom een logische stap. Laten we niet vergeten dat mestverwerking een door het Rijk opgelegde verplichting is. Daar móet capaciteit voor zijn.” Zolang dieren in Brabant meer mest produceren dan er over het land mag worden uitgereden, zal er dus mest bewerkt moeten worden. Dat is niet zonder prijs, liet de Partij voor de Dieren uitrekenen.

570 miljoen

Uit cijfers die de fractie bij het ministerie van Economische Zaken opvroeg, blijkt dat Brabantse mestfabrieken de komende twaalf jaar 570 miljoen euro aan subsidies toegezegd hebben gekregen. Het bewerken van mest is namelijk geen winstgevende business. ,,Hoeveel potgrond kun je kwijt in Nederlandse tuinen?”, vraagt Van der Wel zich af. ,,In het buitenland zit niemand op onze gedroogde mest te wachten. Intussen gaat er wel meer dan een half miljard van ons belastinggeld heen.” Ook Nol Verdaasdonk van de BMF is nog nooit gestuit op een gunstig verdienmodel voor bewerkte mest. ,,Er wordt door boeren altijd wel geroepen dat het geld op gaat leveren, maar tot op heden is daar nog niets van gebleken.”

Professionaliseren

De Wageningse professor Oenema erkent dat we ‘met zijn allen niet mogen verwachten dat mest vanaf morgen in goud verandert’. ,,En zover zal het ook wel nooit komen. Maar door te professionaliseren kun je er wel voor zorgen dat de kosten van bewerking in de toekomst terug kunnen worden verdiend. Ja, daar is nu deels subsidie voor nodig. Veehouders kunnen deze kosten op dit moment niet dragen.” Alles bij elkaar maken de plannen Hagar Roijackers van de Brabantse GroenLinks-fractie ‘intens ontevreden’. ,,Je moet je afvragen waarom we als samenleving zo ons best doen om het mestprobleem voor de boeren op deze manier op te lossen. We steken ontzettend veel geld en energie in het industrialiseren van een sector die geen industrie zou moeten zijn.”