Nieuws

Toekomst voor de moderne schaapherder ligt in de stad

Een herder op de hei; dat plaatje kent iedereen wel. Maar hoe is het om schapen te hoeden midden in de stad? De Stentor ging een dagje op stap met Tjitse Terpstra en 1.600 trappelende poten in Zwolle.

Francisca Muller 23 mei 2017

Schaapherder stad

Vroeg in de ochtend. Op een braakliggend terrein in het aller-, allernoordelijkste puntje van Stadshagen ligt een kudde schapen vredig te herkauwen. Als een rode bestelwagen komt aanrijden ontstaat rumoer. Tegen de tijd dat herder Tjitse en hond Jame uitgestapt zijn, is het legioen klaarwakker. ,,Zo, dames.''

Tjitse Terpstra, zestig jaar. Gebruinde kop, outdoorbroek, fleecejack. Rugzak met een visstoeltje er aan vast. Verknocht aan het Schoonebeker heideschaap. Drie keer Europees kampioen schapendrijven, ooit de eigenaar van een enorm schapenbedrijf. Nu al vele jaren herder. Niet meer op de hei, maar in de stad. Want daar is toekomst voor de moderne schaapherder nu steeds meer gemeenten overschakelen op ecologisch groenbeheer.

De dag begint met een dood lam. Tjitse zwiept het beest over zijn schouder. ,,Ik leg 'm in de auto, anders word ik de hele dag gebeld.'' Dan begint de wandeling naar het graasgebied van vandaag: braakliggende stukken grond vlakbij het winkelcentrum Stadshagen.

Wolbaal

De kudde die in ruststand bescheiden oogt, lijkt wel te verdriedubbelen zodra ze in beweging komt. ,,Mensen denken meestal dat het er 100 of 150 zijn. Maar het zijn 340 schapen en 64 lammeren.'' Terpstra gaat voorop in de deinende meute die de hele weg én de beide bermen in beslag neemt. Bij elke kruising wachten fietsers en automobilisten geduldig tot de gigantische wolbaal voorbijgetrokken is. Niemand lijkt het erg te vinden. Maar Terpstra heeft collega's die beslist niet in de stad willen werken. ,,Die worden zenuwachtig van het verkeer. Een kudde in beweging is wel te sturen, maar niet te stoppen.'' Zelf heeft hij daar geen last van. Ach, er blijft weleens een schaap achter. Maar dat blijft niet lang onopgemerkt. ,,Dan stopt er wel een buschauffeur om te vertellen dat hij onderweg eentje gezien heeft.''

Eenmaal op de graasplek - pal naast het winkelcentrum - stort de kudde zich op het hoge gras. Jame ploft neer en Terpstra klapt zijn visstoeltje uit. Tijd voor een slok icetea en een paar boterhammen. De schapen alleen laten om een bakkie te doen in het winkelcentrum is er niet bij. Ze grazen hier vlak naast de route van de stadsbus dus hond en baas moeten voortdurend alert zijn. De bus heeft een kwartiersdienst. Dat leidt de rest van de ochtend tot een repeterend scenario: een paar schapen steken over naar de busbaan om daar in de berm te eten. Terpstra laat ze hun gang gaan totdat er een bus aankomt. Dan fluit hij Jame, die de uitbrekers terug naar het veld jaagt. De hond gaat weer liggen. Even later: een paar schapen steken over naar de busbaan.... Enzovoort.

Ook een vast patroon: aanloop. Moeders/vaders/opa's/oma's/crècheleidsters met kind(eren) achterop de fiets/voorop de fiets/in de buggy/aan de hand/in de bakfiets.

De volwassenen: ,,O, kijk, de schaapjes zijn er/Zie je de hond? Die moet op de schaapjes passen/Hoor je dat, nu fluit de herder de hond/ Niet te dichtbij komen hoor, dan worden ze boos/Ga er maar naartoe, ze doen niets.''

De kinderen: ,,Mogen we de schaapjes/hond aaien? Hoeveel schapen zijn het? Ben jij de oppasboer? Doe je dat al lang? Iew, dat schaap piest! Meneer, er loopt er eentje weg!''

Vier kilo gras

Terpstra balanceert tussen de publieke belangstelling en zijn belangrijkste doel: het begrazen. Te veel afleiding is niet goed, want de schapen moeten wel vier of vijf kilo gras per dag binnenkrijgen. Zelf heeft hij het soms ook wel een beetje gehad met al die aandacht. Dan verkast hij zijn visstoeltje naar een plekje uit het zicht. Even facebooken of de schapenadministratie bijwerken via de telefoon. Lezen? Dat doet hij niet. ,,Daar krijg ik hoofdpijn van.''

Remi

Zou hij niet toch het liefste op de grote stille hei lopen met zijn kudde? ,,Heb ik twaalf jaar gedaan. Maar daar voelde ik me soms net Remi. Af en toe een praatje maken hoort er wel bij.'' Ook in het drukke Stadshagen is het soms saai. Vandaag is het mooi weer, maar bij regen of kou duren de dagen lang. ,,Eind van de dag ben ik doodop. Je doet niks maar je bent wel hartstikke moe.''

Eind van de middag volgt de tocht met de schapen in omgekeerde volgorde. Als ze weer in het nachtraster staan, is de werkdag nog niet voorbij. ,,Nu naar Emmen, daar heb ik nog een kudde in een raster langs de snelweg.'' Twee kuddes: het is broodnodig om rond te kunnen komen. Met zeventig, tachtig uur werken per week lukt het net. ,,Maar het zijn wel lange dagen. Meestal stop ik even onderweg van Zwolle naar Emmen om een tukje te doen. Nee, vandaag niet. Met dat stinkende lam achterin rij ik maar snel door.''

Een kudde in beweging is wel te sturen, maar niet te stoppen

Tjitse Terpstra, herder