Nieuws Marketing

Gevluchte restauranthouder: ‘Een vluchteling kan slagen in Nederland’

Onzekerheid over de toekomst. Aiman Samal weet nog goed wat dat met je doet. De uit Bhutan gevluchte restauranthouder voelt zich inmiddels helemaal thuis in Nederland en wil asielzoekers van nu graag een hart onder de riem steken en laten zien dat een vluchteling kan slagen in Nederland. Daarom trakteert hij vandaag en morgen vier asielzoekersgezinnen op een diner in zijn Indiase restaurant in Kampen.

Inge Blankvoort | Foto: Freddy Schinkel 29 december 2015

Aiman Samal Freddy Schinkel

Wat schaft de pot?(Glimlach). "Een verrassingsmenu van drie gerechten. Nee, ik ga niet zeggen waaruit dat menu bestaat. Dan zou het geen verrassing zijn. Het levert voor geen van de gasten problemen op. We koken met lam, koe en kip of vegetarisch.Varken staat bij ons niet op de menukaart. Via een oproep op Facebook zijn we deze gezinnen gekomen. Gasten hebben hen voorgedragen."

Van waar deze geste?"Vluchtelingen denken vaak: Nederland is een moeilijk land, En die taal... zo lastig. Ik zou hen willen motiveren door te zeggen en te laten zien: als je wilt, kun je alles. Kijk naar het restaurant dat ik samen met mijn vrouw Santoshi heb opgebouwd. De taal hoeft geen belemmering te zijn. Die kun je leren, al zal ik nooit zo goed Nederlands kunnen als mijn kinderen. Mijn zoon van 4,5 spreekt goed Nederlands, veel beter dan ik. In een woord kan hij aangeven wat hij bedoelt terwijl ik daar zeker drie woorden voor nodig heb."

U bent zelf gevlucht uit Bhutan."Ik was vijftien toen ik noodgedwongen de grens overging naar Nepal. Tot 1988 leefden volkeren uit het noorden, oosten en zuiden van Bhutan vreedzaam met elkaar, met elk hun eigen taal, cultuur en tradities. Daarna kwam er een regering uit het noorden die de rest van het land zijn regels oplegde. De democratie werd een dictatuur, mensenrechten stonden onder druk. In het zuiden werden 365 scholen gesloten, onderwijs kreeg ik niet meer. Mijn ouders probeerden met hun gezin naar het buitenland te gaan.Toen dat niet lukte, ben ik alleen naar Nepal gevlucht, in 1991. Mijn ouders, broer en zussen hebben dat later ook gedaan. In het kamp zag ik hen pas weer."

U heeft dertien jaar in dat vluchtelingenkamp gezeten. Hoe was dat?"Moeilijk. We leefden in kleine tenten, met nauwelijks sanitaire voorzieningen.Veel mensen werden ziek. Diarree, hoge koorts. Veel mensen stierven. Later kwam de UNHCR (vluchtenlingenorganisatie van de VN, red.) naar het kamp dat in zeven delen werd gesplitst. De omstandigheden verbeterden. In het kamp heb ik drie jaar middelbare school gehad. Dankzij mijn ouders kon ik economie studeren aan de universiteit van Darjeeling, in India, op vier uur reizen van het kamp."

Vervolgens kwam u naar Nederland."De meeste wilden naar Amerika, maar ik niet. Als kind zag ik auto's rijden van hulporganisatie SNV. Nederland was mooi en schoon had ik gehoord. 80.000 vluchtelingen uit Bhutan zijn naar Amerika gegaan, 450 naar Nederland. In 2004 was het voor mij zover, een jaar later had ik een verblijfsvergunning. Mijn ouders, broer en zussen kozen voor Amerika, ze wonen in Atlanta, al leeft mijn moeder niet meer. De familie van mijn vrouw koos wel voor Nederland, ze wonen in Zwolle, net als mijn vrouw en ik. Haar heb ik in Nepal leren kennen, op school."

Wilt u nog eens terug naar Bhutan?"Mijn geboortedorp mis ik het meest. Salami, een dorp met 330 gezinnen waar begin jaren negentig 60.000 mensen woonden. De situatie is nu wel anders dan toen ik nog een kind was. De huidige koning is een stuk jonger dan de vorige en heeft in het buitenland gestudeerd. Maar ik durf nog niet terug. De angst zit heel diep. Het kamp waar ik zat, bestaat nog steeds. Daar wonen vooral vluchtelingen die terug willen naar Bhutan maar van de regering het land niet in mogen."

Hoe bevalt Nederland eigenlijk?"Heel goed, moet ik zeggen. Veilig. Een mooi land, alles is goed geregeld.Ik was 28 toen ik naar Nederland kwam, ik ben meteen aan het werk gegaan. Via Indiase restaurants in Den Haag, Leiden en Zwolle ben ik in 2013 in Kampen beland. Met mijn vrouw heb ik daar nu een eigen Indiaas restaurant: Swagat, wat 'welkom' betekent in het Indiaas en Nepalees. Ik sta in de keuken, maar als het nodig is, help ik ook in de bediening. Ik doe eigenlijk alles. Dat wil ik de vluchtelingen die vandaag en morgen bij Swagat komen eten, ook laten zien. Dat je een toekomst kunt opbouwen in dit land met die lastige taal. Dat je kunt studeren, dat je werk kunt vinden. Houd vol, zet door. Je kunt hier echt slagen."

www.swagat.nl