Nieuws Arbeidsmarkt

Discrimineren kan je als werkgever duur komen te staan

Discriminatie bij het vervullen van vacatures kan werkgevers en uitzendbureaus duur komen te staan. Wordt je betrapt, dan kun je een boete krijgen die bovendien openbaar wordt gemaakt. Dit kondigt staatssecretaris Tamara van Ark (VVD) van Sociale Zaken aan in een wetsvoorstel. Het is voor het eerst dat dergelijke dwangmaatregelen worden ingezet tegen discriminatie.

Gijs Hederscheê 9 oktober 2019

Tamara van ark boet werkgever discriminatie

Vandaag stuurt Van Ark een onderzoek naar de Tweede Kamer over discriminatie bij werving van werknemers. | Foto: ANP

Discriminerende werkgevers en bemiddelaars zoals uitzendbureaus kunnen een boete krijgen van 4.500 euro per geval, schrijft de Volkskrant. Het hoeft niet te gaan om daadwerkelijke discriminatie van een sollicitant. Werkgevers moeten bij een vacature aangeven hoe de werving en selectie verloopt en hoe daarbij discriminatie wordt voorkomen. Als daaraan niet wordt voldaan, kan de inspectie van het ministerie van Sociale Zaken ingrijpen.

Boete openbaar

Eerst komt een waarschuwing en als die wordt genegeerd, kan een boete worden opgelegd. De boetes worden openbaar gemaakt. Het gaat zowel om vacatures waarvoor iemand buiten het bedrijf wordt gezocht als om vacatures waarvoor intern kandidaten worden gezocht. De inspectie kan al boetes opleggen als op de werkvloer wordt gediscrimineerd.

Hardnekkig probleem

Discriminatie op de arbeidsmarkt is een hardnekkig probleem. Vandaag stuurt Van Ark een onderzoek naar de Tweede Kamer over discriminatie bij werving van werknemers. Dat is een herhaling van een zelfde onderzoek uit 2015. Van Ark concludeert dat er geen sprake is van discriminatie op basis van geslacht of leeftijd maar wel op basis van afkomst. De mate is substantieel geringer dan in 2015, staat in het onderzoek. Een verklaring voor deze daling geeft het onderzoek niet.

Afgelopen zomer publiceerde Van Ark een rapport waaruit blijkt dat uitzendbureaus nog steeds op grote schaal bereid zijn om te discrimineren bij het bemiddelen van werknemers. Vooral bureaus die geen lid zijn van een brancheorganisatie gaan in op discriminerende verzoeken van werkgevers die bijvoorbeeld liever geen Nederlanders met een migrantenafkomst willen hebben.

Telefonisch onderzoek

De inspectie van het ministerie deed een telefonisch onderzoek onder de bijna twintigduizend niet-georganiseerde uitzendbureaus, die eenvijfde van de uitzendmarkt in handen hebben. Medewerkers van de inspectie deden zich daarbij voor als werkgevers op zoek naar personeel.

Steekproef

'Uit de steekproef blijkt dat 40 procent van de discriminerende verzoeken gehonoreerd wordt', concludeert de inspectie. Het gaat om discriminatie op basis van afkomst waarbij Nederlanders met een migrantenafkomst worden geweerd. 70 procent van de uitzendbureaus vraagt niet naar de reden van het verzoek. Slechts 10 procent kondigt aan met een leidinggevende in beraad te gaan over het verzoek. Eenderde van de bureaus laat wel weten dat het verzoek in strijd is met de wet.

Buitenlandse mensen

Een greep uit het rapport: 'Ik vroeg om iemand van Nederlandse nationaliteit, waarop de medewerker heel duidelijk antwoordde dat dat zonder meer mogelijk was.' 'Ik gaf aan dat wij slechte ervaringen met mensen van buitenlandse afkomst hadden en ik vroeg of hier bij de selectie rekening mee gehouden kon worden. De medewerker gaf aan dit te begrijpen en gaf toe dat zij zelf ook rekening houden met bepaalde criteria bij buitenlandse mensen, waarbij heel duidelijk gekeken wordt naar kennis van de Engelse taal en het begrijpen van het vakjargon. De medewerker gaf aan dat zij in ieder geval hun best deden om de meest geschikte kandidaat te vinden.'

Maar het kan ook anders: 'De medewerker legde na mijn vraag uit hoe het bedrijf te werk gaat en dat hij niet kon ingaan op mijn verzoek, vanwege het feit dat dit wettelijk niet mag en dat hij en het bedrijf hier ook niet achter staan.'

Uitzendbureaus die lid zijn van een brancheorganisatie staan minder open voor discriminerende verzoeken. Deze georganiseerde bureaus hebben 80 procent van de uitzendmarkt in handen. Bij de grootste club, de ABU, is 13 procent bereid in te gaan op discriminerende verzoeken. Bij de tweede, de NBBU, gaat het om 26 procent. Sinds begin dit jaar moeten leden van deze organisaties 'actief antidiscriminatiebeleid' voeren.