Nieuws Arbeidsmarkt

Hoge Raad zet streep door slapende dienstverbanden

Werkgevers mogen langdurig zieke werknemers niet langer in een ‘slapend dienstverband’ houden om zo onder de transitievergoeding uit te komen. De Hoge Raad oordeelt vrijdag dat wanneer een werknemer in zo’n situatie om ontslag vraagt, de werkgever dit moet verlenen en de ontslagvergoeding moet betalen.

Joost de Vries 8 november 2019

Hoge raad slapend dienstverband

Het principe van ‘goed werkgeverschap’ is leidend in het oordeel van de Hoge Raad. (foto: ANP)

De Hoge Raad maakt daarmee een einde aan een debat dat al jaren loopt, zo meldt De Volkskrant. Twee lagere rechters oordeelden verschillend in de zaak van een werknemer die na twee jaar ziekte ontslag wilde, maar dat niet kreeg van zijn werkgever vanwege de zak geld die hij dan zou moeten krijgen. Werkgevers vinden die transitievergoeding voor een langdurig zieke medewerker onterecht. Ze zijn immers ook al verplicht om eerst twee jaar lang salaris door te betalen en kosten te maken voor re-integratie.

Enkele duizenden

Pas na die twee jaar ontvangt de werknemer een uitkering van het UWV. De werkgever draait dan dus niet meer op voor loonkosten, maar moet in geval van ontslag wel een vergoeding betalen. Sinds 2015 zijn bedrijven wettelijk verplicht tot het betalen van transitievergoedingen bij ontslag, een budget waarmee de gewezen werknemer in theorie de periode naar volgend werk kan overbruggen. Door de werknemer in dienst te houden, werd de verplichting ontweken. Naar schatting zitten enkele duizenden mensen in zo’n slapend dienstverband.

Werkloosheidsfonds

De Tweede Kamer dacht een oplossing voor het probleem te hebben gevonden door bedrijven te compenseren voor de transitievergoeding van arbeidsongeschikte werknemers. Per april volgend jaar krijgen werkgevers de vergoeding terug van het UWV. In de begroting heeft het ministerie van Sociale Zaken hiervoor een miljard euro gereserveerd. Het ministerie verwacht dat werkgevers per jaar voor zo’n 13 duizend arbeidsongeschikte werknemers de vergoeding gaan declareren. Dat kost jaarlijks zo’n 200 miljoen euro. Dit wordt gefinancierd uit het werkloosheidsfonds waarvoor werkgevers de premie betalen.

‘De werkgever moet de vergoeding voor de werknemer voorfinancieren totdat de Wet compensatie transitievergoeding in werking is getreden.’

Hoge Raad

Goed werkgeverschap

Toch kwamen werkgevers nog niet in beweging. Ze kijken de kat uit de boom zolang het UWV nog niet het geld overmaakt. De Hoge Raad oordeelt nu dat bedrijven hun werknemers moeten ontslaan als die daarom vragen, ook als dat betekent dat ze de ontslagvergoeding moeten voorschieten. ‘De werkgever moet de vergoeding voor de werknemer voorfinancieren totdat de Wet compensatie transitievergoeding in werking is getreden.’ Het principe van ‘goed werkgeverschap’ is hier leidend, stelt de hoogste rechter. Alleen als een bedrijf kan aantonen dat het de financiële last niet kan dragen, is uitstel tot volgend voorjaar mogelijk.