Nieuws Arbeidsmarkt

'Werkgever moet slapende dienstverbanden beëindigen'

Werkgevers moeten werknemers na twee jaar ziekte ontslaan als duidelijk is dat zij niet meer aan het werk gaan. Zij mogen hen niet met een zogenoemd slapend dienstverband in dienst houden. Dit stelt advocaat-generaal Ruth de Bock in een advies aan de Hoge Raad.

Joost de Vries en Gijs Herderscheê 18 september 2019

UWV

©ANP

Over het ‘slapend dienstverband’ wordt al jaren gedebatteerd en geprocedeerd. Werkgevers vinden de transitievergoeding voor een langdurig zieke medewerker onterecht, zo meldt De Volkskrant. Ze zijn immers ook al verplicht om eerst twee jaar lang salaris door te betalen en kosten te maken voor re-integratie. Wordt de werknemer na een keuring door het UWV arbeidsongeschikt verklaard, dan krijgt hij een uitkering.

Sinds 2015 zijn werkgevers verplicht om werknemers bij ontslag een transitievergoeding te betalen. Door een arbeidsongeschikte werknemer in een slapend dienstverband te houden, ontweken werkgevers die verplichting echter. Precieze aantallen zijn niet bekend, maar naar schatting zitten enkele duizenden mensen in een slapend dienstverband.

UWV stort betaalde ontslagvergoeding terug

Het parlement is tegemoet gekomen aan de bezwaren van werkgevers in een poging het probleem op te lossen. Vanaf april 2020 kunnen zij met terugwerkende kracht de ontslagvergoeding die aan arbeidsongeschikte werknemers is betaald, terugkrijgen van het UWV. In de begroting heeft het ministerie van Sociale Zaken hiervoor een miljard euro gereserveerd. Het ministerie verwacht dat werkgevers jaarlijks voor zo’n 13 duizend arbeidsongeschikte werknemers de vergoeding gaan declareren. Dat kost jaarlijks zo’n 200 miljoen euro. Dit wordt gefinancierd uit het werkloosheidsfonds waarvoor werkgevers de premie betalen.

De Hoge Raad laat zich adviseren door onafhankelijke advocaten-generaal (niet te verwarren met de advocaten-generaal van het Openbaar Ministerie). Hun adviezen worden vaak gevolgd door de rechters. Advocaat-generaal De Bock stelt dat de praktijk van slapende dienstverbanden indruist tegen ‘goed werkgeverschap’. Bovendien worden werkgevers per volgend jaar gecompenseerd voor de transitievergoeding. ‘Het argument dat een werkgever op hoge kosten wordt gejaagd, gaat niet meer op.’

'Het argument dat een werkgever op hoge kosten wordt gejaagd, gaat niet meer op.'

Advocaat-generaal De Bock

Tegenstrijdige conclusies

De Hoge Raad onderzoekt de kwestie van de slapende dienstverbanden op verzoek van de Limburgse rechtbank. Daar dient een zaak van een werknemer met rugklachten die na jaren van lichamelijk werk, langdurig thuiszit. Hij eist ontslag en een transitievergoeding, maar zijn werkgever weigert dat. In twee eerdere zaken in Den Haag en Zwolle kwamen rechters tot tegenstrijdige conclusies: de ene gaf de werkgever gelijk, de ander de arbeidsongeschikte werknemer. De Limburgse rechter heeft de Hoge Raad gevraagd de knoop door te hakken.

Wanneer een ‘slapende’ werknemer ontslag vraagt, moet een werkgever dat verlenen, luidt het advies van de advocaat-generaal. Alleen als een werkgever goede redenen heeft om het dienstverband in stand te houden, bijvoorbeeld als er uitzicht is op re-integratie, kan hij het ontslag weigeren.