Nieuws Personeel

Oesters komen van het land

Sharon van Oost | Foto's: Arie Kievit 26 november 2015

Oesterskomenvanhetlandzeeland1065

Het klinkt misschien vreemd voor weekdieren die je doorgaans terugvindt op de bodem van de zee. Toch komen de oesters van Sybe Smit en zijn vader Sam uit de eerste binnendijkse kwekerij ter wereld, zo bericht Trouw donderdag.

De oesterfarm met de toepasselijke naam 'Smit & Smit' ligt middenin de uitgestrekte polder van de Zeeuwse gemeente Noord-Beveland. Aan de andere kant van de zeedijk stroomt het water van de Oosterschelde, dat via een leiding bij een honderd meter lange loods terechtkomt.

Het idee om te gaan kweken op het land kwam in eerste instantie van vader Sam, die jaren in de verwerking van schaal- en schelpdieren zat. Sybe: "Het is voor kwekers tegenwoordig lastig om voldoende creuses (oesters met een bolle schelp) te leveren. Dat komt door de Japanse boorslak die veel voorkomt in de Oosterschelde. Het dier boort een gat in de schelp van vooral jonge oesters en eet ze op. Diezelfde oesters worden ook nog eens bedreigd door een virus." Aangezien de platte oester, die in andere Zeeuwse wateren voorkomt, hier geen last van heeft, richten ze zich nu dan ook voornamelijk op de creuses die door de schaarste erg gewild zijn.

Boodschappenkrat

De afgelopen jaren ontwikkelden vader en zoon een plastic kweekbak ter grootte van een boodschappenkrat. In de bak kunnen oesters zich onafhankelijk van het weer en bedreigingen, zoals ziektes, in een gereguleerde temperatuur en met toevoer van vers water en voedsel ontwikkelen. "Net als alle dieren produceren oesters afvalstoffen, daarom zit er een soort wc'tje in: het verontreinigde water wordt continu afgevoerd en daar komt vers water voor terug", legt de jonge ondernemer uit. Om zo duurzaam mogelijk om te gaan met energie, kruist het uitgaande koude water via warmtewisselaars het inkomende water dat relatief warm is. Hierdoor ontstaat de juiste temperatuur en gaat er zo min mogelijk energie verloren.

VoedseltekortIn eerste instantie was het de bedoeling om het voedsel voor de oesters direct uit de Oosterschelde te halen, maar dat bleek niet haalbaar. "In dat water groeien heel weinig algen wat weer leidt tot voedseltekort voor de oesters." Om die reden liet het duo naast de loods 24 vijvers aanleggen. Daarin wordt plankton gekweekt, op biologische wijze, zonder antibiotica en andere bestrijdingsmiddelen. Zoals het in de natuur zou gaan, maar dan zonder de bedreigingen dus. Sybe: "Het is ook beter voor de Zeeuwse natuur om op deze wijze oesters te kweken, de Oosterschelde is namelijk een beschermd natuurgebied. Daarnaast hebben veel Zeeuwse kustregio's last van verzilting, waardoor het voor de traditionele landbouw steeds lastiger wordt. De kweek van schaal- en schelpdieren, vis en zilte groente op het land kan op de lange termijn een alternatief zijn voor ondernemers uit de landbouw."

Mooie aanvulling

Nu zitten er nog voornamelijk volwassen creuses in de plastic kweekbakken die opgestapeld in de loods staan. "Wij geven ze hier het laatste duwtje, zodat ze na ongeveer een maand perfect van gewicht en textuur zijn. Over een tijdje willen we ook vanaf broed kweken, zodat de oester zijn hele groeicyclus hier doorloopt, maar dat duurt langer dan een jaar, zo ver zijn we nog niet." In elke bak is ruimte voor zo'n 110 kilo oesters, het is een knusse bedoening, maar volgens Sybe geen enkel probleem. Hij googelt wat plaatjes: "Kijk, in de natuur zitten ze ook allemaal op een hoopje bij elkaar, zo leven ze gewoon." De Smitsen streven ernaar om jaarlijks twee miljoen oesters te leveren, maar als het een succes blijkt, is er ruimte om de capaciteit te verdubbelen en elders in Europa te beginnen. "Het grote voordeel is dat je het hele proces zelf in de hand hebt. Daardoor kun je het hele jaar, ook buiten het oesterseizoen om, dezelfde goede kwaliteit leveren."

Om het bedrijf levensvatbaar te maken ontving Smit & Smit onder andere subsidies van het Europees Visserijfonds en InnoGo, een Zeeuws fonds dat 'biobased' vernieuwingen stimuleert. "Oesters en mosselen zijn van oudsher ons belangrijkste exportproduct", weet Jo-Annes de Bat (CDA), gedeputeerde bij de provincie Zeeland. "Maar de sector heeft het erg moeilijk, we vermoeden dat 90 procent van de jonge oesters het dit jaar niet overleeft. Voor 2016 ziet het er dus niet bepaald rooskleurig uit. We hopen binnenkort met een plan van aanpak te komen, maar dit probleem is niet zo een, twee, drie opgelost."

Wat Smit & Smit doet, is volgens De Bat geen alternatief voor de grootschalige oesterkweek in het water, maar wel een heel goede aanvulling. "Het een kan over een tijdje niet meer zonder het ander", denkt de gedeputeerde. "En de aanpak op de oesterfarm heeft een groot voordeel: doordat je de watertemperatuur continu kunt controleren, krijgen virussen geen kans om zich te ontwikkelen. Daarmee verdwijnt een bedreiging die we in het water veel lastiger kunnen bestrijden."

Blue Valley

Smit & Smit is onderdeel van een groter geheel, door de provincie 'Blue Valley' gedoopt. In 2009 kocht de provincie een gebied ter grootte van 33 hectare, aan de voet van de Zeelandbrug. De bedoeling daarvan was (en is) om innovatie in de aquacultuur te stimuleren. Dat begon met de Stichting Zeeuwse Tong die onderzoek deed naar de kweek van vis op het land. Dat project duurde tot eind 2013, maar de loods wordt nog steeds gebruikt voor onderzoek door onder andere Imares van de Wageningen UR.

Daarnaast is er een kwekerij van zagers (borstelwormen), Delta Farms, die experimenteert met bestanddelen voor vissenvoer en zelfs donorbloed. Ook wordt er sinds kort zeekraal gekweekt en is de provincie in vergaande onderhandelingen met een viskwekerij.

"Dat deze bedrijven zo dicht bij elkaar zitten, is in veel opzichten een voordeel. Zo delen ze één leiding uit de Oosterschelde, in plaats van dat we verschillende leidingen moeten aanleggen. Ook ontstaan er samenwerkingen tussen de ondernemers, en dat leidt weer tot nieuwe ontwikkelingen."

Vader en zoon Sam en Sybe Smit keuren hun oesters en de planktonkweek. Bioloog Jos Smallegange werkt in het lab van Smit & Smit.