John de Bever Ex-voetballer, artiest, homo

Uit de kast zonder roze handtasje

Door: Iwan Tol 
Gepubliceerd: 2 augustus 2009 23:36
Update: 2 augustus 2009 23:35

Zaterdag voer op de Gay Parade een boot met topsporters mee. John de Bever, oud-voetballer én homo, vond het niks, die extravagante optocht. ‘Ik ben geen huppelkutje.’

Begrijp John de Bever goed: hij vond het een goed initiatief, de topsportersboot die zaterdag op de Gay Parade voer om aandacht te vragen voor de homo-emancipatie in de sport. Iedereen moet vooral doen waar hij zich goed bij voelt, vindt De Bever. Maar hem niet gezien, beetje feesten op zo’n boot. ‘Ik vond het één grote poppenkast.’

John de Bever is homo. Niks bijzonders. Behalve dan dat hij jarenlang voetballer was. En homo’s bestaan niet in de voetballerij. In 55 jaar betaald voetbal kwamen slechts twee voetballers uit de kast, en dan ook nog pas nadat hun carrière ten einde was: Wesley Ton van Helmond Sport en John de Bever, voormalig spits van Dordrecht’90 (1992/93), maar vooral bekend als zaalvoetbalinternational (in 1997 verkozen tot beste zaalvoetballer ter wereld).


John de Bever als artiest. Foto: Bram Saeys


Huppelkutje

De Bever is tegenwoordig zanger van wat hij noemt ‘huisvrouwenliedjes’. De voormalige spits heeft een ‘eigen soundje’ ontwikkeld. ‘Een soort Engelbert Humperdinck, maar dan in het Nederlands. Beetje lachen, beetje huilen.’

Sinds De Bever in april van dit jaar in het huwelijk trad met zijn vriend (en manager) Kees Stevens en de roddelbladen en showbizzprogramma’s daar uitgebreid melding van maakten, weet iedereen wat velen in de voetballerij al vermoedden: De Bever valt op mannen.

Vandaag is De Bever op weg naar de kermis in Valkenswaard voor een optreden op Roze Dinsdag. Hij wil best praten over homo’s in de voetballerij, maar snapt alle ophef eigenlijk niet zo goed. ‘Ik was vijftien, zestien jaar en zei tegen mijn zusje: ik geloof dat ik jongens leuker vind dan meisjes. O, leuk, zei ze. En dat was het. Er heeft nooit, niemand moeilijk over gedaan. Ik denk dat het te maken heeft met hoe je je opstelt. Ik ben geen huppelkutje met een roze handtasje om.’

Taboe

Volgens communicatiewetenschapper Huub ter Haar blijft de voetbalwereld hopeloos achter qua homo-emancipatie. Hij schreef vorig jaar het boek Gelijkspel, waarin hij interviews met tien homo-topsporters bundelde. Het boek had eigenlijk elf portretten moeten bevatten, maar hoe Ter Haar ook zocht, een voetballer vond hij niet. ‘Ik heb voetballers, van wie ik sterke aanwijzingen had dat ze homo zijn, benaderd voor mijn boek. Zij vroegen me: laat me met rust, ik ben getrouwd en heb kinderen. Waar ben je op uit?’

Volgens De Bever is er helemaal geen sprake van een taboe. Toch trad hij nooit in de openbaarheid over zijn geaardheid. ‘Er heeft simpelweg nooit iemand naar gevraagd’, geeft hij als reden. ‘Heb je het weer, ik straalde het kennelijk ook niet uit. Aan veel homo’s zie je dat ze homo zijn. Die gaan opeens verwijfd praten. Als voetballer ging ik geen duel uit de weg. Mensen dachten kennelijk als ze mij zagen spelen: die kan geen homo zijn.’

In Duitsland gold Marcus Urban begin jaren negentig als een groot talent bij Rot-Weiß Erfurt. Hij wist zijn belofte echter nooit in te lossen. Doordat hij niet voor zijn seksuele voorkeur durfde uit te komen, ging de carrière van Urban steeds verder bergafwaarts. Hij raakte gefrustreerd vanwege het geheim dat hij met zich moest meedragen. Om zijn homoseksualiteit te verhullen gedroeg hij zich op het veld als een macho die een rits gele en rode kaarten verzamelde. Pas na zijn loopbaan kwam hij uit de kast. Volgens Urban zijn er zeker drie andere homoseksuele voetballers in het Duitse voetbal actief.

De Bever: ‘Dat zal best. Natuurlijk komen er homo’s in de voetballerij voor. Ja, ook in Nederland. Maar die zijn keurig getrouwd en halen hun behoefte op een andere manier.’

Waarom komen zij niet uit de kast, denk jij?

‘Veel jongens zijn daar niet sterk genoeg voor, denk ik.’

In Engeland is één geval bekend van een voetballer die voor zijn homoseksualiteit uitkwam: Justin Fashanu. Zijn ontboezeming in een interview in 1990 bracht zoveel commotie teweeg dat hij zijn club Nottingham Forrest moest verlaten. Als gevolg van anti-homospreekkoren verliet Fashanu vier jaar later het profvoetbal. In 1998 hing hij zichzelf op in een garage. ‘Ik ken dat verhaal, ja’, zegt De Bever. ‘Hij zal wel een labiele jongen zijn geweest hè?’

Waarom heb jij nooit verteld dat je homo bent?

‘Waarom zou ik dat zeggen? Jij komt toch ook niet ergens binnen en zegt: hallo, ik ben hetero. Eén keer heeft iemand het rechtstreeks aan me gevraagd. Warry van Wattum. Die vroeg: John, ben jij nou homo? Ik zeg: waarom wil je dat weten, Warry? Zoek je soms een vriend? Hij wist wel hoe het zat. Er zullen meer een vermoeden hebben gehad, denk je niet? Als je twintig jaar voetbalt en twintig jaar kom je zonder een vriendin, dan gaan sommigen wel iets denken.’

Dan had je het toch net zo goed kunnen zeggen?

‘Ik was daar niet mee bezig. Nee, ik ben nooit verliefd geweest op een medespeler. Ook onder de douche kreeg ik geen aanvechtingen. Gek misschien, maar als voetballer was ik alleen maar bezig met winnen. Werk was werk, privé was privé.’

Volgens wetenschapper Ter Haar spelen er verschillende factoren een rol waardoor sporters niet voor hun geaardheid durven uit te komen. De belangrijkste: spelers zijn doodsbang voor de reacties van het publiek.

De Bever haalt zijn schouders op. ‘Denk je dat bankdirecteuren er wel mee te koop lopen op hun werk dat ze van mannen houden?’

Op weg naar zijn optreden in Valkenswaard vertelt De Bever over zijn nieuwe carrière als zanger. In de showbizzwereld is het veel meer geaccepteerd om homo te zijn, heeft hij gemerkt. ‘Brave huisvaders lachen zich dood om André van Duin en Gerard Joling. Totdat hun eigen zoon vertelt dat-ie homo is. Dan is pappie plots doodziek.’

Denk je niet dat het daarom goed zou zijn als er een voetballer als rolmodel opstaat?

‘Ik heb het weleens gedacht: maar wat schiet ik er mee op? Niks.’

Op deze regenachtige dinsdag stuurt Kees de Mercedes over de A2 richting het zuiden. Op de radio klinkt Nederlandstalige muziek. Af en toe belt er een fan naar Kees om de weerssituatie in Valkenswaard door te geven. Die is niet best. De Bever houdt moed: ‘Overal waar ik kom, gaat de zon schijnen. Let maar op.’

De Bever leerde zijn man kennen toen hij een manager zocht. Ze spraken af in restaurant Tante Pietje in Den Bosch. Kees: ‘Ik had toen een vriendin.’

John: ‘Het was het eerste wat ik hem zei: jij bent ook homo.’

Kees: ‘Ik eerst nog ontkennen. Maar toen ik thuiskwam, ben ik naar mijn oma gegaan. Ik zei tegen haar: het klinkt misschien gek, maar ik heb het gevoel dat ik met deze man door moet gaan.’

In Brabant is De Bever naar eigen zeggen ‘een fenomeentje’. Hij heeft een vaste schare fans, vooral oudere vrouwen. ‘Die kennen al mijn nummers. Wanneer wanneer is mijn grootste hit. Waar het over gaat?’ Hij begint te zingen. ‘Onbereikbaarheid in de liefde, zeg maar.’ Zijn laatste album Geef je over aan de Liefde behaalde de 44e plaats in de Dutch Album Top 100.

In Valkenswaard probeert hij het verregende publiek op te vrolijken. Het lukt De Bever wonderwel. Op het podium maakt hij geen enkel grapje over Roze Dinsdag. Ook van de travestieten die de bühne opkomen, moet hij weinig hebben. Later zal hij zeggen: ‘Iedereen moet doen wat hij wil, maar ik vind dat niks. Homo’s willen geaccepteerd worden in de normale maatschappij en dan gaan ze zo abnormaal doen. Eigen kerstmarkten organiseren en zo. Voor mij hoeft dat allemaal niet.

Op de terugweg valt de nacht over de A2. Wegwerkers in oranje overalls beginnen met het asfalteren van de weg. ‘Dan verdienen wij toch makkelijk ons geld hè, met een beetje zingen’, zegt De Bever.

Kees knikt en wijst naar de oranje overalls: ‘Wij zeggen altijd: dat is geen werk voor homo’s.’

Foto: VI Images
 
Reageer op dit artikel: