Nieuws Actueel

Duurzame toekomst begint in Oost-Nederland

Nu heeft iedereen nog een eigen auto voor de deur, maar als we echt werk willen maken van duurzaamheid, zullen we gaan autodelen. Het is volgens hoogleraar Duurzaam Ondernemen Jan Jonker een onvermijdelijke ontwikkeling. En hij voorziet dat de duurzame revolutie die zich gaat voltrekken, begint in het oosten van het land. Dit meldt de Twentsche Courant Tubantia.

Anne Boer | Foto: Gerard Wagemakers 6 juni 2016

Hoogleraar duurzaam ondernemen gerard wagemakers

Gelderland en Overijssel zijn proefgebied voor een bijzonder, grootschalig onderzoek naar nieuwe verdienmodellen en productiemethoden voor het bedrijfsleven. In vakjargon de circulaire economie. Als de pilot slaagt, en daar lijkt het vooralsnog wel op, wordt dit in oktober vervolgd met een landelijk onderzoek.

Eerste in EuropaNederland zou daarmee het eerste land in Europa zijn dat ondernemen op deze manier onder de loep neemt. Voor Jan Jonker, leider en initiator van het onderzoek, komt dan een droom uit. Als het aan hem ligt, begint de duurzame revolutie in Oost-Nederland. „Onderzoek op deze schaal is niet eerder uitgevoerd.” Jonker is hoogleraar Duurzaam Ondernemen aan de Radboud Universiteit in Nijmegen.

De les moet uiteindelijk zijn dat bedrijven op een andere manier gaan produceren en consumenten een ander gedrag ten aanzien van eigendom krijgen.

Produceren en consumerenVolgens Jonker is het onderzoek van grote betekenis voor de toekomst van de regio. „Veel organisaties, ondernemers, de overheid, maar ook het onderwijs, moeten flink veranderen om overeind te blijven. We moeten als samenleving anders gaan kijken naar produceren en consumeren.”

„Er komen steeds meer mensen bij en de grondstoffen worden schaarser. We kunnen niet doorgaan in dit tempo te produceren en consumeren. Het moet echt anders. Anders slopen we het milieu en worden producten door gebrek aan grondstoffen onbetaalbaar.”

VerdienmodellenHij hekelt de weggooimaatschappij. „Steeds meer producten worden gemaakt voor eenmalig gebruik. Dat is begonnen met scheermesjes, maar dat geldt nu ook voor bijvoorbeeld bestek en inktcartridges. We moeten naar een situatie waarin we geen producten maken om weg te gooien, of zo snel mogelijk kapot te laten gaan. De cyclus van meer produceren, meer omzet is uiteindelijk killing, voor bedrijven en het milieu.” Verdienmodellen Voor de omslag zijn nieuwe inzichten en nieuwe verdienmodellen nodig. Daar moet het onderzoek in Oost-Nederland bij helpen. „We willen weten wat er al gebeurt en wat nodig is om te versnellen naar een nieuwe economie. Nieuwe technologieën maken het mogelijk slimmer met elkaar te werken.”

LeaseZelf bruist hij van de ideeën. „Dan hebben we het over lease, abonnementen, statiegeld, delen. Ik ben benieuwd wat er al allemaal loskomt. Daarom willen we van bedrijven weten wat ze al doen, wat ze zouden willen en wat het voor ze betekent. We zoeken bouwstenen voor toekomstbestendig ondernemen.”

Belangrijk is volgens de hoogleraar dat er producten komen die langer meegaan, en consumenten leren ze langer te gebruiken. Dat vraagt ook om een nieuwe definitie van bezit. „Iedereen wil een eigen wasmachine en een eigen auto. Ieders goed recht natuurlijk en dat moet je vooral doen als je dat graag wilt. Maar het is wel prijzig. De gemiddelde auto staat 22 uur per dag stil.”

OndernemersOndernemers in Oost-Nederland blijken enthousiast om hun bijdrage aan de omwenteling te leveren. Dat stelde de hoogleraar tot zijn genoegen ook vast tijdens een lezing die hij onlangs gaf aan ondernemers in Zwolle. Al 150 bedrijven hebben meegedaan aan een enquête van Jonker en zijn team. Jonker hoopt dat er de komende weken nog eens zoveel volgen. Zeker vijftig bedrijven worden vervolgens bezocht en verder bekeken. „Die vijftig gaan we makkelijk halen. Bedrijven staan in de rij.”

OmwentelingDe hoogleraar verwacht niet dat de omwenteling van vandaag of morgen lukt. „Daar gaat jaren overheen. Bestaande bedrijven moeten als het ware verbouwen terwijl de winkel open blijft. Maar we zijn wel op weg en over tien jaar is er al veel veranderd. Daarvan ben ik overtuigd.” Het betekent wel dat de overheid ook in actie moet komen. „Die moet meer meehelpen om de veranderingen mogelijk te maken.”

ToekomstEn hoe ziet de wereld er dan uit in 2026? „Dan gaan nog veel meer grondstoffen rond zoals glas, blik en oud papier nu. Dan betalen we niet meer voor afvalwater, maar reinigen we het zelf in de buurt en verbouwen we aardappels en groente op het slib dat er bij vrijkomt. Dan wekken we samen in de straat warmte en energie op. Dan heeft niet iedereen een eigen wasmachine, maar heb je bijvoorbeeld een abonnement. Dat prikkelt fabrikanten ook om wasmachines te maken die lang meegaan, zo zuinig mogelijk zijn en als het mis gaat snel kunnen worden gerepareerd. Dan heeft niet iedereen een eigen auto, maar delen we die met elkaar. Dan zijn er veel meer bedrijven die met elkaar circulair aan het produceren zijn. En steeds meer burgers beseffen hoe belangrijk de rol is die ze hebben om de wereld betaalbaar en leefbaar te houden.”