ActueelHoreca

Van Rotterdam tot Groningen komen klanten naar Carolines prijswinnende ijssalon, maar er komt juist géén tweede vestiging

Caroline Kooij van IJssalon De Hoop in Blaricum.
Caroline Kooij van IJssalon De Hoop in Blaricum.Caroline Kooij van IJssalon De Hoop in Blaricum. Foto: eigen beeld.
Leestijd 5 minuten

Al bij het eerste zonnestraaltje weten liefhebbers de ijssalon te vinden. „En die komen niet alleen uit ’t Gooi”, vertelt eigenaar en meesterijsbereider Caroline Kooij (46). „Van Lelystad tot Groningen en van Rotterdam tot Friesland reizen mensen hier speciaal naartoe om ijs te halen.”

Maar wie alleen naar de rij kijkt, ziet volgens haar slechts een deel van het verhaal. Een ijssalon die jaar na jaar groeit, prijzen wint (waaronder IJssalon van het Jaar in 2009, 2016 en 2025) en klanten uit heel Nederland trekt, draait niet alleen op goed ijs, maar ook op keuzes in leiderschap, organisatie en focus.

IJssalon De Hoop in Blaricum Ijsjes van IJssalon De Hoop in Blaricum Foto: eigen beeld
IJssalon De Hoop in BlaricumIjsjes van IJssalon De Hoop in Blaricum Foto: eigen beeld

IJssalon De Hoop begon in 1898 als stoomzuivelfabriek en ontwikkelde zich geleidelijk tot ijssalon. Caroline groeide letterlijk op in het bedrijf en werkte al vanaf haar twaalfde mee. „Ik zei toen al tegen mijn moeder: ‘Als ik dit de rest van mijn leven mag doen, dan ben ik gelukkig’.”

In 2010 nam ze de zaak officieel over van haar vader. Niet in één keer, maar stap voor stap. Eerst digitaliseerde ze de administratie, daarna leerde ze ijs maken. „Alles ging organisch. Ik heb me het bedrijf echt eigen gemaakt.” Die aanpak zie je nog steeds terug: geen ingrijpende koerswijzigingen, maar voortdurend bijsturen en verbeteren.

Zeven dagen per week werken

De eerste jaren werkte Caroline zeven dagen per week. „Mijn man leerde mij kennen terwijl ik alleen maar aan het rennen was”, zegt ze. Tot hij ingreep: „Dit gaan we niet volhouden. Zonder ontspanning geen inspanning.” Vanaf dat moment kwam er structuur, taakverdeling en rust. „In een seizoensbedrijf dat draait op piekdrukte is herstel essentieel om scherp te blijven. Je wordt er efficiënter van.”

Met de komst van een bedrijfsleider kreeg dat verder vorm. „Zij werkt hier al vanaf haar vijftiende en runt de zaak alsof die van haarzelf is. Ik vertrouw haar blind.” Daardoor kon Caroline meer overzicht houden en afstand nemen zonder grip te verliezen.

Zeventig werknemers tijdens hoogseizoen

Het succes van De Hoop zit volgens Caroline niet alleen in het ambachtelijke ijs, maar ook in de mensen die het maken en verkopen. In het hoogseizoen werken er zo’n zeventig parttimers, voornamelijk scholieren en studenten. Jaarlijks worden ongeveer 35 nieuwe medewerkers aangenomen. Daarna volgt een vast inwerktraject met instructie, een buddysysteem en begeleiding op de werkvloer. „De eerste maanden staat er altijd iemand naast ze.”

Caroline noemt die onboarding cruciaal. „Het geeft vertrouwen, creëert een tweede thuis en zorgt ervoor dat mensen ontspannen kunnen werken. De helft van het ijsje is de schepper ervan, dus die investering verdien je direct terug.” Daarnaast is er aandacht voor sfeer en teamgevoel. Met personeelsfeesten, een training met quizvragen en een afsluitende borrel ontstaat een hechte groep. „Ze maken hier echt vrienden voor het leven.”

Hygiëne, kleding en werkwijze zijn strikt, maar de sfeer blijft open. „Je moet zorgen dat iedereen het doet zoals jij het wil, maar ze ook ruimte geven. Anders wordt het geen fijne plek om te werken.”

Niet ‘zomeer even ijsje halen’ bij IJssalon De Hoop

Achter het simpele ‘even een ijsje halen’ schuilt een strak proces. Het weer bepaalt vraag, productie en inzet van personeel. Flexibiliteit is daarom cruciaal voor de ijssalon. „We hebben dagelijks een ijsbereider in de keuken staan. Die draait een dag voorraad en produceert voor restaurants. En als de vraag ineens toeneemt, draait hij meerdere keren per dag extra ijs.”

Ook in de personeelsplanning wordt rekening gehouden met de onvoorspelbaarheid van het weer. „Wij roosteren altijd maximale bezetting in. Personeel extra oproepen kan namelijk niet, afbellen kan wel. Het kost ons meer omzet als we op een drukke dag met te weinig personeel staan, dan wanneer we een keer te veel mensen hebben lopen op een rustigere dag. Je kunt met een seizoensbedrijf geen omzet laten liggen.” Vooral in de weekenden kan de drukte flink oplopen en staan er twaalf medewerkers tegelijk op de vloer; bij slecht weer blijft de minimale bezetting zeven man.

IJssalon De Hoop in Blaricum De verbouwde toonbank van IJssalon De Hoop in Blaricum Foto: eigen beeld
IJssalon De Hoop in BlaricumDe verbouwde toonbank van IJssalon De Hoop in Blaricum Foto: eigen beeld

Na sluiting in oktober begint een intensieve periode van schoonmaak en kerstproductie. Daarna wordt het bedrijf klaargemaakt voor het nieuwe seizoen. Ook in januari en februari ligt het werk niet stil. „Dan begint het onderhoud. Van aannemer tot loodgieter: iedereen gaat door het bedrijf om alles weer op orde te krijgen.” Tegelijkertijd start de voorbereiding op het nieuwe seizoen: sollicitaties, trainingen en roosters.

De inkoop voor het nieuwe seizoen begint al in het najaar. Grondstoffen als pistache, cacao en vanille zijn afhankelijk van oogsten en wereldmarktprijzen. „Mijn man is daar de hele winter mee bezig. Je moet vooruitdenken om kwaliteit en prijs stabiel te houden.”

Verbouwing werd twee keer zo duur

Uitdagingen zijn er volgens Caroline altijd geweest. Corona bijvoorbeeld, maar ook schommelende prijzen van grondstoffen als pistache, cacao en vanille. Ook de grote verbouwing van de zaak in 2022 was een spannend ondernemersmoment. „Die werd twee keer zo duur als begroot, maar we wilden geen concessies doen aan kwaliteit en uitstraling. Het eerste seizoen na de verbouwing móésten we daarom omzet draaien, anders konden we ons personeel en onze leveranciers niet betalen. Uiteindelijk is die investering het dubbel waard geweest.”

De grootste veranderingen ziet ze in regelgeving en kosten. „Allergenenwetgeving en strengere arbeidsregels maken het runnen van een horecabedrijf complexer. Daarnaast zijn de salarissen de afgelopen jaren flink gestegen, vooral voor jonge parttimers.” Toch wil IJssalon De Hoop vasthouden aan de bekende prijs-kwaliteitverhouding. „Mijn opa begon tijdens de Tweede Wereldoorlog met ijs maken. Dan denk ik weleens: waar hebben we het eigenlijk over?”

Geen extra vestigingen

De Hoop kiest bewust voor focus. Geen extra vestigingen, ondanks de interesse van investeerders. „Ik word er gelukkig van om één zaak heel goed te doen.” Caroline denkt bovendien dat opschalen de relatie met de klant verandert. „Je kunt maar op één plek tegelijk zijn. En de directe feedback van klanten is voor ons heel belangrijk.”

Daarom ook geen bestelzuilen of QR-codes. Persoonlijk contact blijft centraal staan. „Cijfermatig snap ik het wel: je kunt efficiënter werken, de doorloopsnelheid verhogen en hebt minder personeel nodig. Maar wij kiezen daar bewust niet voor. Een glimlach, een praatje – dat maakt de beleving. „Mijn opa en overgrootvader hebben het fundament gelegd”, zegt Caroline. „Wij proberen dat voor de volgende generatie te behouden. Dit is erfgoed en daar moet je zuinig op zijn.”

Delen: