Nieuws Arbeidsmarkt

Dit zijn de afspraken per hoofdpunt in het Sociaal Akkoord 2021

ONL voor Ondernemers, vakbond AVV en Vereniging Zelfstandigen Nederland (VZN) presenteren vandaag een nieuw en uniek Sociaal Akkoord 2021. Voor het eerst in de geschiedenis van de Nederlandse overlegeconomie is er sprake van een akkoord tussen zowel werkgevers, werknemers als zelfstandigen. De afspraken per hoofdpunt lees je hieronder.

Van onze redactie 31 mei 2021

Overeenkomst deal akkoord

Lees ook: Uniek sociaal akkoord: ondernemers (ONL), werknemers (AVV) én zelfstandigen (VZN) maken afspraken over toekomst werk

Overzicht van de afspraken per hoofdpunt in het Sociaal Akkoord 2021

Creëer een overzichtelijk stelsel van contractvormen met duidelijke ‘rijbanen’.

• Om een overzichtelijk stelsel van contractvormen te creëren, komen er duidelijk afgebakende rijbanen voor werknemers, zelfstandigen en uitzendkrachten.

• VZN komt daarbij met een voorstel tot eigen wettelijke criteria voor een zelfstandige zonder personeel.

• Het gezagscriterium van de arbeidsovereenkomst wordt gemoderniseerd, zodat het minder gaat om leiding en toezicht, maar meer om de inbedding van de werkende in de organisatie.

• Er komt een arbeidsombudsman die werkenden helpt hun plichten (en rechten) te kennen en in te vullen.

Het oneigenlijk gebruik van flexibele arbeidscontracten en driehoeksrelaties wordt (nog verder) aan banden gelegd.

• Bij driehoeksrelaties wordt de eigenaar/exploitant van de onderneming waarin/waarvoor de arbeid wordt verricht als werkgever aangemerkt, tenzij het gaat om uitzendwerk, intraconcerndetachering of collegiale in-, en uitlening.

• Uitzendwerk met een uitzendbeding wordt beperkt tot maximaal 26 weken. Daarna kan met tijdelijke contracten worden gewerkt gedurende twee jaar.

• Alle primaire en secundaire arbeidsvoorwaarden bij de inlener gelden vanaf dag één ook voor de uitzendkracht. De mogelijkheid om hier bij cao van af te wijken, wordt geschrapt.

• Uitzendkrachten worden doorbetaald tijdens ziekte, net als andere werknemers.

• De ketenregeling voor opeenvolgende tijdelijke arbeidsovereenkomsten gaat terug naar twee jaar, met uitzondering voor specifieke sectoren zoals seizoenswerk. De mogelijkheid blijft om in cao’s maatwerk af te spreken tot maximaal drie jaar.

• Een concurrentiebeding in een contract voor onbepaalde tijd is alleen nog toegestaan als de werkgever de noodzaak hiervoor kan motiveren op basis van een zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang.

• Er komt een vergunningsplicht voor uitzendbureaus en een keurmerk voor bemiddelingsbureaus.

• De rechtspositie van een digitaal platform is altijd één van de volgende drie: werkgever, uitzendwerkgever of bemiddelaar.

• In arbeidsovereenkomsten wordt een minimale arbeidsomvang per kwartaal opgenomen, met uitzondering van specifieke typen werk, zoals seizoensarbeid.

• Eenmaal in dienst bij een werkgever, kan een arbeidsovereenkomst niet meer vervangen worden door een driehoeks-arbeidsovereenkomst.

Het werkgeverschap wordt verlicht en daarmee aantrekkelijker gemaakt.

• De loondoorbetalingsplicht voor werkgevers bij een zieke werknemer gaat naar 1 jaar.

• Het medisch oordeel van de bedrijfsarts wordt leidend voor de re-integratieverplichtingen van de werkgever.

• Ondernemers ontvangen een bonus voor het in dienst nemen van de eerste werknemer.

• Kleinere werkgevers krijgen hulp vanuit de overheid bij dossieropbouw voor ontslag.

• Diverse verlofmogelijkheden rondom geboorte en zorg worden samengevoegd tot één geïntegreerde regeling om het opnemen van verlof gebruiksvriendelijker te maken en houd bij nieuwe verlofregelingen rekening met de lasten en verplichtingen van (met name kleine) ondernemers.

• De overheid stelt een ‘UWV voor werkgevers’ in dat startende werkgevers op weg helpt in het woud van ingewikkelde wet-, en regelgeving, bijvoorbeeld met het aanbieden van een ‘werkgeverscoach’.

• Daarnaast komt er een ondernemersombudsman die ondernemers aan de basis helpt hun rechten te kennen en op te eisen.

Er komt meer evenwicht in de fiscale behandeling van verschillende rechts- en contractvormen.

• De huidige fiscale regelingen voor zelfstandigen worden omgebouwd tot een toekomstgericht stelsel, waarin zelfstandigen fiscaal worden gestimuleerd om een financiële buffer aan te leggen voor het afdekken van ondernemers- en sociale risico’s (het trampolinemodel met een individuele ‘trampolinerekening’).

Ook komen er (basis)voorzieningen waar werkenden van profiteren.

• De overheid kent elke werkende een individueel en fiscaal gefaciliteerd ontwikkelbudget toe om een volgende stap mogelijk te maken. De werkende heeft zelf regie over dit budget, dat contractneutraal is en niet vervalt (tenzij sprake is van overlijden). Krijgt een werknemer een transitievergoeding, dan wordt het bedrag op deze rekening gestort.

• Er wordt een algemene arbeidsongeschiktheidsverzekering ingevoerd voor alle werkenden onafhankelijk van contactvorm, met een procentuele premie die gelijk is voor iedereen tot een nader te bepalen inkomen en met een jaar wachttijd. De hoogte van de uitkering kan aansluiten bij het WML. Werkgevers hebben gedurende het jaar van de wachttijd een loondoorbetalingsplicht. De uitkering kan bij cao aangevuld worden. Zelfstandigen kunnen het eerste jaar indien gewenst op eigen wijze afdekken, bijv. via een broodfonds.

• Regionale werkhubs gaan zorgen voor een goede begeleiding en ondersteuning van werk naar werk.

• Er komt een kaart die per arbeidsregio aangeeft welke faciliteiten er zijn voor om-, en bijscholing en bij wie je dit kunt aanvragen.

• Alternatieve leerroutes,zoals de Ambachtsacademie, waarvan de praktijk uitwijst dat deze werken moeten (deels) financiering krijgen van de overheid.

• De WW wordt naar Scandinavisch voorbeeld ingericht met een uitkeringshoogte die voorkomt dat tijdens werkloosheid het inkomen ver terugvalt en een uitkeringsduur die stimuleertsnel weer aan het werk te gaan. De mogelijkheid om de private verlenging van de WW naar drie jaar algemeen verbindend te verklaren vervalt.

• Werk moet lonen, dus wordt het minimumloon verhoogd tot een niveau waar mensen van kunnen leven.

Er komen meer mogelijkheden voor maatwerk binnen het kader van sectoraal geldende afspraken.

• Als een bedrijf of sector een eigen cao wil sluiten, dan wordt in beginsel dispensatie verleend door de minister, tenzij er (een vermoeden van) misbruik van het cao instrument is.

• De verplichte deelname aan een pensioenuitvoerder wordt vervangen door een verplichte deelname aan de regeling. Dispensatie van een eigen pensioenregeling wordt in beginsel verleend door de minister, tenzij er (een vermoeden van) misbruik is.

• Opgebouwd pensioenvermogen moet flexibeler besteed kunnen worden, bijvoorbeeld voor deeltijdpensioen op te nemen of de aankoop van een eigen huis. Zelfstandigen moeten zich, indien gewenst, kunnen aansluiten bij het bedrijfstakpensioenfonds van hun sector of kiezen voor het op eigen wijze regelen van een oudedagsvoorziening via een eigen buffer.

• De risico-aspecten en toetredingsvoorwaarden (met name op ‘leeftijd’) binnen aanvullende pensioenregelingen worden geüniformeerd.

Mis vanaf nu geen ondernemersnieuws meer, schrijf je in voor onze dagelijkse update. In 2 minuten tijd ben jij weer op de hoogte.

Ontvang iedere ochtend onze nieuwsbrief en blijf op de hoogte van het laatste ondernemersnieuws