Loop een rondje door politiek Den Haag en je struikelt over bewindspersonen die zich bezighouden met specifieke sectoren. We hebben een minister voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, geflankeerd door een staatssecretaris. Belangrijk? Zeker. Maar laten we de cijfers er even naast leggen. De Nederlandse agrarische sector was in de afgelopen tien jaar goed voor ongeveer 1,4 procent van ons bruto binnenlands product.
Ondertussen draait de echte motor van Nederland op volle toeren, maar zonder gezicht in het kabinet. Het mkb is verantwoordelijk voor twee derde van de toegevoegde waarde en levert driekwart van de werkgelegenheid in ons land. Voor de ruggengraat van de economie is er geen eigen ministerie, geen eigen begroting en klaarblijkelijk ook geen stem die hard genoeg klinkt in de ministerraad.
Terwijl de agrarische sector miljarden aan subsidies incasseert en multinationals dankzij een leger lobbyisten hun belastingdruk tot een minimum beperken, mag de mkb’er de rekening betalen. Wij hebben geen complexe verrekeningsmodellen. Wij betalen gewoon de hoofdprijs. En wat doet het kabinet? Het pompt opnieuw miljarden in een vergroeningsplan voor de zware industrie, terwijl de bakker op de hoek zijn energienota nauwelijks nog kan betalen.
Lees ook: Iran-conflict raakt Nederlandse ondernemers: ‘Wie volledig op gas draait met een variabel contract, is kwetsbaarder’
Subsidies voor de bühne
Economen als Roel Beetsma en Sweder van Wijnbergen waarschuwen er al langer voor dat staatssteun aan gevestigde reuzen vaak dweilen met de kraan open is. Overheidsgeld is alleen rendabel als het een groeiend bedrijf helpt de juiste schaal te bereiken, zodat het stabiel winstgevend en toekomstbestendig wordt.
Maar het kabinet smijt met geld naar sectoren die hun beste tijd hebben gehad, terwijl de mkb’er verzuipt in administratieve rompslomp om überhaupt een klein subsidiepotje te vinden. En de risico’s? Die liggen volledig bij ons. Als er bij een mkb-bedrijf drie werknemers langdurig ziek worden, wankelt het fundament. Bij een multinational is dat een afrondingsfout in de HR-statistieken.
Marco laat tienduizenden euro’s liggen, ASML niet
Neem Marco, eigenaar van een softwarebedrijf met vijftien mensen. Hij ontwikkelt al twee jaar een eigen tool die zijn klanten helpt met personeelsplanning. Innovatief werk, lange avonden, veel eigen investering. Wat Marco niet weet: via de WBSO (Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk) had hij een flink deel van die ontwikkeluren fiscaal kunnen aftrekken. Gewoon, omdat de overheid innovatie wil stimuleren.
Maar de aanvraag is complex, de voorwaarden zijn vaag en Marco heeft geen fiscalist in dienst. Dus laat hij het zitten. Een multinational als ASML heeft een heel team dat niets anders doet dan dit soort regelingen maximaal benutten. Zij halen er tientallen miljoenen uit. Marco laat tienduizenden euro’s liggen.
En dan is er nog de arbeidsmarkt. Diezelfde multinationals kapen met hun diepe zakken het beste talent voor onze neus weg. Ze bieden salarissen en secundaire arbeidsvoorwaarden waar een mkb-bedrijf, dat al zucht onder de hoogste belastingdruk, simpelweg niet tegenop kan boksen. Zo wordt de innovatiekracht van Nederland langzaam uitgehold.
Het mkb is geen ‘belangengroepje’ dat je erbij doet op de maandagochtend. Ondernemers zijn degenen die de sportclubs sponsoren, die de banen creëren in de regio en die de belastingpot vullen waar anderen uit scheppen.
Lees ook: Bakker Jeroen (27) slaat alarm om zwaardere regeldruk: ‘Succesvolle bakkers sluiten hun deuren omdat ze murw geslagen zijn’
Tijd voor actie
Het is tijd dat de politiek stopt met praten over ondernemers en begint te werken voor ondernemers. Niet met een notitie of een rondetafelgesprek, maar met een minister voor het mkb. Iemand die met de vuist op tafel slaat als er weer miljarden naar prestigeprojecten van multinationals gaan. Iemand die opstaat als de belastingdruk voor het mkb jaar na jaar oploopt terwijl grote bedrijven hun winst netjes wegparkeren buiten de schatkist.
Want hier is de ironie: de grootste beleidsvraagstukken waar Den Haag mee worstelt, van de woningbouw en de arbeidsmarkt tot de stikstofcrisis en de circulaire economie, kunnen niet worden opgelost door multinationals of brancheorganisaties. Die worden opgelost door wendbare, lokaal gewortelde bedrijven die snel kunnen schakelen. Door het mkb dus. Wie slim beleid maakt, zet juist die bedrijven centraal: met gerichte belastingkortingen, met subsidies die wél toegankelijk zijn, en door bij aanbestedingen niet altijd de grootste partij te kiezen maar de beste.
De ruggengraat van Nederland wacht niet op erkenning. Maar een beetje steun zou geen kwaad kunnen.