Nieuws Regio

Michel de Bakker: succesvolle kapperszaak in Sint-Michielsgestel door keihard werken

Michel de Bakker hoort als kapper in Sint-Michielsgestel de hele dag verhalen uit het dorp, maar net zo gemakkelijk deelt hij zijn eigen sores met de klanten. Dat schrijft het Brabants Dagblad.

Henri van der Steen | Foto: Dolph Cantrijn 10 juli 2018

Michel de Bakker kapper Sint Michielsgestel

Een paar weken eerder, op een zaterdagmorgen, werd hij gebeld om in het verpleeghuis een terminale patiënt te knippen. "Hij gaf me nog een hand. 'Michel, bedankt.' De volgende dag is hij overleden. Maar hij lag wel netjes in de kist. Ik heb ze ook weleens in de kist zien liggen met haren uit hun oren en neus, met onverzorgde wenkbrauwen. Zo wil ik er zelf ook niet bij liggen. In feite is het vrijwilligerswerk. Ik reken twaalf euro, durf niet meer te vragen, wil het ook niet, ik vind het ook zo zielig zoals die mannen er soms bij zitten. Sommige knip ik al vijfendertig jaar. Ik ga ook naar mannen thuis als ze ziek of slecht ter been zijn. Ik ben elke veertien dagen een paar uur in het verzorgingstehuis. En als een klant overlijdt, ga ik er altijd een halfuur voor zitten om een mooie, persoonlijke kaart te schrijven. Deze week nog voor Broertje Venrooij, bekende Gestelaar. Dan schrijf ik dat ik hem ga missen, en het geouwehoer over Ajax en PSV en de carnavalswagens en de kinderen. Ik vind het belangrijk dat te doen, ik maak me er nooit met een enkele zinnetje van af."

Gordijn

Hij had een lekkere start. "Ik was 21 en deed mee aan de Ted de Braakshow in De Lievekamp in Oss. Je had toen alleen nog Nederland 1 en 2; die show trok vijf miljoen kijkers. Het was een koppelkwis, een datingshow dus. Achter het gordijn stonden zes jongens; meisjes moesten uit die zes jongens kiezen en dan dingen samen doen, een liedje zingen en zo. Ik deed voor de lol mee en werd gekozen. Iedereen in het dorp wilde vervolgens naar Michel de Bakker. Ik had een video-opname van de show, waar ik dus wel een halfjaar lang elke dag naar moest kijken. Iedereen wilde er iets van weten en van zeggen, elke dag stond ik hetzelfde verhaal te vertellen, over Patricia Paay, Donna Lynton, die Nederlandse Fransman, ja, Dave."

Het is evengoed aanpezen. Deze ochtend stond de eerste klant om kwart voor zes op de stoep, de laatste om halfacht in de avond. "Veel mensen hebben een abonnement, dan komen ze om de drie, vier weken voor een bepaald bedrag. En de meeste komen heel vroeg of heel laat. Als je het niet doet, gaat de beunhazerij aan het werk."

Roddels

Hij is zo'n kapper die alles weet van wat er in het dorp speelt. Het atypische is dat hij zelf ook gerust over zijn ellende vertelt. "In 1995 zat ik in een dipje, heb ik tien maanden op de paaz (psychiatrische afdeling van een algemeen ziekenhuis, red.) gezeten. Toen stond mijn huwelijk ook op springen. Ik heb het in die tijd heel moeilijk gehad. Dat heb ik met mijn klanten gedeeld. Maar roddels hou je toch. Toen heb ik een advertentie in het huis-aan-huisblad gezet, hoe het echt met me ging. Om een einde te maken aan de verhalen die gingen en die niet klopten."

Het kwam goed met zijn op hol geslagen hoofd, met zijn huwelijk én - meer dan tien jaar later - met de kanker die zijn vrouw Anita trof. Het probleem in dit soort gevallen is wel dat de kapper zelf niet altijd gelegenheid krijgt zijn verhaal te vertellen. "Dan vragen ze hoe het is met mijn gezondheid of met die van m'n vrouw. Dan geef je antwoord en zeggen ze vervolgens: 'O, dat heeft m'n broer ook.' En dan gaan ze vertellen. Dan kun jij je verhaal dus nog niet kwijt. Ik heb ervan geleerd hoe je mensen kunt laten praten. Ik heb nu altijd wel iets op het prikbord hangen waar de mensen over kunnen beginnen te ouwehoeren. Bij een brand bellen klanten naar mij: 'Waar is het, Michel?' Hier wordt het nieuws verteld. Vooral dan over persoonlijke zaken, ziektes en scheidingen. Soms denk ik: waarom vertel je mij dit?"

Er zijn nog twee herenkappers in het dorp. "Ik denk dat het beroep uitsterft. Ik ga twee keer per jaar op cursus, dan zijn we met vijfentwintig mensen: twintig vrouwen, vijf mannen, van wie drie homo zijn. Heel het beroep vervrouwelijkt."

Steunkousen

Hij staat wel de godganse dag op zijn benen. "Ik heb sinds tien jaar steunkousen, tot aan m'n liezen. In de zomer is het soms niet te doen, als het heel warm is. Ik ben altijd blij als ik 's avonds en in het weekeinde mag wandelen met de hond. Maar ik vind het nog steeds leuk. Ik ga met de tijd mee, naai de jeugd op. Als je ziet hoeveel jeugd ik nog heb, daar ben ik trots op. De laatste twee jaar waren wel moeilijk, want die gastjes zijn allemaal voor PSV en ik ben een Ajax-kapper."

Die gastjes lijken wel steeds jonger kaal te worden. "Dat klopt! Steeds meer jongere mannen worden vroeg kaal. Kwestie van voeding. En levenswijze. Vooral voeding. Suikerdrankjes. Vet is niet goed, maar wel voor je haar. Rond de 30 of 40 zeggen ze: 'Haal de tondeuse er maar overheen, helemaal kaal!' Dat zien ze bij Erik ten Hag en Peter Bosz. Ik vind het geen porem, met die baard. Een tondeuse is oké, dan hou je de contouren nog, maar als je helemaal kaal bent, kom je heel agressief over. Tja, trends. 'Ik wil het kapsel van Ronaldo.' Oké, dan krijg jij het kapsel van Ronaldo. Of ze willen het kapsel van Tom van Weert. Of ze zien bekende mannen die hun haar hebben geverfd: Willem van Hanegem, Robert ten Brink, Peter Jan Rens, Mick Jagger. Alsjeblieft, verf dat haar niet ... Willem is 74, het is geen gezicht. Onder lampen zie je die rode gloed eroverheen komen."

Kapot

Hij rekent achttien euro. "Kijk, als ik vijf euro hoger ga zitten, ga je richting de duurdere kapsalons. Je wilt jezelf niet uit de markt prijzen. En veel uren maken, hè." Het materiaal is gelukkig goedkoop en wisselt nauwelijks. "Alleen de snoerloze tondeuse is nieuw, voor het opgeschoren kapsel. Al die Turken die in de stad opkomen zijn de trendsetters voor de jeugd. Die maken het voor veel kappers ook kapot. Ze knippen voor acht, negen euro; bij Hoepelman ben je negenentwintig euro kwijt. Er zitten er nu al vijf of zes in de stad. Ze gaan rustig tot half tien 's avonds door. In Tilburg zie je hetzelfde. Dat is de grote stad. Zelfs in Schijndel zitten twee Turkse kappers, Boxtel ook. Gestel is nog traditioneel, met weinig buitenlandse invloeden. Maar mijn neefje zit in Tilburg op d'n Besterd, met drie van die Turkse knapen op dat plein. Als je dan een AOW'tje hebt en je moet bij Van den Broek vierentwintig euro betalen en bij die Turk negen euro ..."

Humor bij de kapper

Hij heeft een gemêleerde klantenkring, zegt hij. "Bouwvakkers en huisartsen. Kees Akerboom komt nog steeds, maar woont wel in Rosmalen. Ik heb Gerrit Braks mogen knippen, René Eijkelkamp toen hij hier woonde, en de burgemeesters Pommer en Schinck." Pommer, steevast winnaar van de virtuele strijd om de meest burgemeesterwaardige kuif van de provincie!

Een superieure status heeft het kappersvak niet. "Ik heb ooit een klant gehad die vroeg hoelang ik had moeten studeren om kapper te worden. Ik vertelde dat: kappersopleiding, daarna een bediendenopleiding, toen het ondernemersdiploma en het middenstandsdiploma. 'Ja' zegt-ie, 'mijn dochter wil ook kapper worden en die kan ook niet zo goed leren.' Hahaha. Bloedserieus, hè, hahaha."

Goed dat hij een gezond gevoel voor humor heeft. "Ik heb al achtentwintig jaar een assistente voor de drukke uren, Angelique. Als klant had ik een man met een kunstoor. Verloren in de oorlog. Het kwam zo uit dat zij hem ging knippen. Maar ik had niks verteld over dat oor. Dat ze er dus per ongeluk bijna afscheurde. Stond-ie quasiverontwaardigd op, met dat oor in z'n hand, om de wachtenden te waarschuwen: 'Ze knippen hier de oren van je hoofd!' Haha."

Kijk, als ik vijf euro hoger ga zitten, ga je richting de duurdere kapsalons. Je wilt jezelf niet uit de markt prijzen

Michel de Bakker, kapper