Maar eerst iets over Tijs. Tijs was 12 jaar toen hij voor een tientje zijn mixtapes verkocht op het schoolplein. Al op zijn 14de draaide hij op de discoavonden van zijn school. Twee jaar later maakte hij de wc’s schoon in het Bredase café De Lendte en mocht hij ook daar steeds vaker plaatjes aan elkaar draaien. Van De Lendte ging hij naar Spock en uiteindelijk naar Innercity in Amsterdam. Niet lang daarna werd Tijs uitgeroepen tot nummer één dj van de wereld. Je begrijpt: dit gaat over dj Tiësto, die daarna nog vele malen tot beste dj van de wereld zou worden bekroond.
Hij was een voorbeeld voor alle plaatjesdraaiers en producers die doorkregen dat een dj zelf headliner en uiteindelijk ook stadionact kon worden. Dat heeft duizenden jongeren aangespoord om dat ook te willen. En dat leidde tot Armin van Buuren, Afrojack, Hardwell, Martin Garrix en nog heel veel namen die u en ik allemaal niet kennen. Tijs liet zien dat dit ook voor een simpele Bredase jongen mogelijk was en inspireerde velen om hetzelfde te willen. Hij heeft Nederland daarmee tien jaar lang tot hét dj-land ter wereld gemaakt. Hetzelfde geldt voor Robben, Van Persie en Sneijder in de mooie jaren, en voor Max Verstappen en de schaatsers Irene Wüst en Sven Kramer. Hierdoor zijn hordes voetballers, aspirant-racers en schaatsers voortgebracht.
We hebben voorbeelden nodig die ons bezielen. Mensen die inspireren om ook zo’n droom na te jagen. Voorbeelden, boegbeelden, rolmodellen. De meeste ondernemers die ik ken, hebben ooit een dergelijke ervaring gehad: ‘Ja, dat wil ik ook.’ Ik had het bij topondernemer Eckart Wintzen. Ik wist al vroeg dat ik nooit voor een baas wilde werken, maar het concept ondernemerschap had ik nog niet scherp. Door Eckarts verhaal ergens op een podium wist ik dat dat mijn pad zou worden.
Goede vrouwelijke ondernemers
Nu weer terug naar de discussie over vrouwelijk ondernemerschap. Er zijn weinig vrouwelijke ondernemers in Nederland. In alle statistieken zijn vrouwen categorisch ondervertegenwoordigd. Bij zzp’ers valt het met een aandeel van 36 procent vrouwen nog enigszins mee. Maar wanneer we inzoomen op bedrijven met minimaal één medewerker, daalt dat aandeel al snel naar 26 procent. Het aandeel daalt nog harder wanneer we kijken naar bedrijven met meer dan tien medewerkers, waar de beste schatting zo’n 16 procent bedraagt. Onder startup- en scale-upondernemers bedraagt het percentage vrouwen 13 procent en onder techondernemers 9 procent. Bizar genoeg liggen deze percentages in landen als Ecuador, Chili en zelfs Saoedi-Arabië en Spanje een stuk hoger.
We worstelen in Nederland dan ook met het vinden van goede vrouwelijke ondernemers. Dat geldt voor ondernemersevenementen, maar vooral voor groeicompetities zoals de FD Gazellen, de top 250 groeibedrijven, de EY Entrepreneur of the Year en de nlgroeit Changemaker Award. Ik ken de teleurstelling en frustratie wanneer je kijkt naar het aantal vrouwelijke aanmeldingen en kandidaten.
Samengevat: er starten minder vrouwen een bedrijf, ze groeien minder vaak door en vervolgens staan ze ook minder op podia om prijzen in ontvangst te nemen. En intussen staat iedereen daarover te morren. Waar ligt dat nou aan?
Vrouwen en mannen zijn anders
Laten we allereerst vaststellen dat het voor vrouwen lastiger is om een bedrijf te beginnen. Er is voor vrouwen minder steun om die stap te zetten. Kinderen, opvang, lastigere financiering, een gebrek aan netwerken en soms zelfs druk van andere vrouwen zijn allemaal legitieme redenen waarom het voor vrouwen vaak moeilijker is om een eigen bedrijf te starten en vooral te laten groeien.
Maar nog belangrijker: mannen en vrouwen zijn ook anders. Mannen hebben vaak een overschat zelfbeeld, waardoor ze denken dat ze het wel kunnen en dus gewoon beginnen. Een onderzoeksjournalist van BNR vertelde mij deze week dat mannen bijna altijd direct ‘ja’ zeggen wanneer hij mensen belt voor een interview, terwijl vrouwen er bijna altijd over moeten nadenken. Erg typerend. Veel vrouwen willen zeker weten dat ze iets kunnen voordat ze ergens aan beginnen en mannen… tja. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt ook dat vrouwen sterker bang zijn om te falen en risico’s anders inschatten. Daarnaast hebben vrouwen minder behoefte aan competitie en wordt ambitie anders ingevuld.
Dat zal allemaal wel. Maar toch kan het beter. De vrouwelijke ondernemers die ik ken zijn steengoed. Minder bewijsdrang, maar zeker de juiste instelling en ambitie om mooie en gezonde bedrijven neer te zetten. Dus hoe zorgen we er dan voor dan we meer vrouwelijke ondernemers krijgen?
Weinig vrouwelijke rolmodellen
Dan kom ik terug op onze Tijs. Inderdaad, een kip en ei verhaal. Er zijn weinig vrouwelijke rolmodellen en daardoor hebben veel meisjes en vrouwen te weinig positieve voorbeelden. Daar moeten we aan werken. Meer vrouwelijke rolmodellen op het podium en in de lijstjes. Zo weet ik van enkele coryfeeën dat ze weigeren op te dagen wanneer er geen of te weinig vrouwen op het podium staan, zoals topondernemer Victor Knaap en Constantijn van Oranje. Een mooi begin, maar ik weet uit ervaring hoe ontzettend lastig het is om de vrouwen ook te vinden en over te halen. Gelukkig hebben we kanjers als Marleen Evertz, Sharon Hilgers, Jacqueline van de Ende, Eva de Mol en Loes Daniels. Maar het mogen en moeten er veel meer zijn. Veel meer.
Daarom, ondernemersvrouwen van Nederland, sta op! Meld je aan voor alle groeilijstjes en zeg direct ja bij een uitnodiging voor een interview of een podium. Wordt ook een Tijs en laten we Nederland het land van de ondernemende vrouwen maken. Niet voor jezelf, maar juist voor alle andere vrouwelijke ondernemers in de dop. Tot snel!