Pim (31) zijn nieuwe bedrijf is 6,2 miljard waard na eerder een bod van 500 miljoen afgeslagen te hebben
Van Nijmegen naar New York: Ondernemer Pim de Witte bouwt met zijn bedrijf aan AI-modellen voor robots. Inmiddels is zijn onderneming miljarden waard. Een interview met de 31-jarige ondernemer die probeert nuchter te blijven.
Maak een afspraak met hem en hij komt die op de minuut nauwkeurig na. Om, eenmaal aan het praten, na een minuut of twintig met de boodschap te komen dat hij nog precies twee minuten de tijd heeft.
Pim de Witte is een druk baasje. Vorige week werd bekend dat zijn bedrijf General Intuition 220 miljoen euro bij investeerders heeft opgehaald, schrijft het AD. Het bedrijf is voor de training van AI-modellen wat ASML in Eindhoven is voor de chipindustrie: cruciaal en uniek.
Pim zijn bedrijf 6,2 miljard euro waard
Wat Pim maakt zorgt ervoor dat robots geheel zelfstandig en onder niet voorspelbare omstandigheden taken kunnen uitvoeren.
Het bedrijf is nu 6,2 miljard euro waard. Het lijkt de geboren Nijmegenaar, die doorspekt met Engelse woorden praat, weinig te interesseren. Maar 6,2 miljard...
Wat doet dat met je?
Hij gaat niet rechtstreeks op de vraag in. De dertiger kreeg al eens een bod van 500 miljoen dollar voor Medal.tv, maar sloeg dat af omdat hij zijn vrijheid wilde behouden.
Maar een bedrijf van 6,2 miljard? Pas na enig doorvragen komt er een antwoord. „Ik probeer een beetje nuchter te blijven.”
Pim legt liever uit dat je gewoon eerst heel veel moet investeren en dat je maar moet ‘afwachten hoe het uitpakt’. „Wat dat betreft is het een beetje gokken.” Maar hij heeft er vertrouwen in. „En we hebben altijd Medal.tv nog.”
Lees ook: Digitalisering en AI winnen terrein: dit zijn de 100 meest innovatieve bedrijven van Nederland
Je bedrijven groeien enorm. Ben je inmiddels vooral bestuurder of doe je nog mee met het ontwikkelen van de modellen?
„Ik ontwikkel nog steeds iedere dag mee. Het onderzoeksteam bestaat uit ongeveer dertig mensen en Medal uit ongeveer honderd. Het team is nog klein genoeg om zelf actief mee te bouwen. Mijn dagen bestaan voor ongeveer 70 procent uit werken achter de laptop en 30 procent uit meetings. Alleen zijn de mensen met wie ik vergader wel veranderd.”
“We zitten in New York, Genève, Parijs en Londen. Daarnaast bouwen we nu verder aan Nederland”
Pim de Witte
Werk je ook wel eens niet?
„Jazeker, ik heb een goed team.” Hij woont en werkt in New York, omdat hij daar de juiste mensen kon vinden. Vier keer per jaar probeert hij naar Nederland te komen, en ook geregeld naar Nijmegen, waar zijn familie nog woont. Maar in Nijmegen heeft Pim geen kantoor meer.
Jullie hebben inmiddels kantoren in meerdere steden, je hebt het over uitbreidingen. Ook in Nederland?
„We zitten in New York, Genève, Parijs en Londen. Daarnaast bouwen we nu verder aan Nederland. We hebben onze eerste Nederlandse onderzoeker aangenomen en uiteindelijk komt er ook een kantoor. Maar het is moeilijk om goede mensen te vinden.”
Wanneer gaan mensen iets van jullie technologie merken?
„De AI-modellen die we ontwikkelen komen later dit jaar beschikbaar. Maar het duurt nog wel even voordat ze echt in robots in de echte wereld terechtkomen.”
Dit jaar en volgend jaar zullen vooral roboticabedrijven de modellen gebruiken om ze te testen, denkt hij. Om te onderzoeken waar een robot die zo’n model gebruikt de fout in gaat. „Elk bedrijf heeft andere risico’s. Een zelfrijdende auto heeft andere ‘failure cases’ dan een robotarm.
Pas als toepassingen zich in simulaties hebben bewezen, gaan ze naar de echte wereld. Ik verwacht dat je eind volgend jaar de eerste systemen echt op de markt ziet.”
“Humanoïde robots zijn nog instabiel. Ze kunnen bijvoorbeeld nog niet goed met hun handen overweg”
Pim de Witte
Wat voor toepassingen moeten we dan aan denken?
„Ik denk dat de eerste veilige toepassingen uit speelgoed komen. Stel dat je een klein cameraatje op een speelgoedvoertuig zet. Dan kan zo’n model dat voertuig ineens zelfstandig aansturen. Maar je moet ook de hardware daaromheen bouwen. Daarom verwacht ik dat de modellen pas eind volgend jaar echt in robots voor thuis terechtkomen.”
Dus niet meteen een mensachtige robot die door mijn huis loopt?
„Nee, dat duurt nog wel even. Humanoïde robots zijn nog instabiel. Ze kunnen bijvoorbeeld nog niet goed met hun handen overweg. Lopen lukt al beter. Ik verwacht dat de modellen eerst op stabielere platforms terechtkomen: op kleine voertuigen, robotstofzuigers of viervoetige robots. Daarna volgen pas ingewikkeldere toepassingen.”
Veel van jullie klanten zijn bedrijven. Merkt de gewone burger daar dan überhaupt iets van?
„Indirect wel. Veel klanten zijn industriële bedrijven. Daar krijgen medewerkers speciale training om met robots te werken. De consument ziet dat niet direct, maar productieprocessen kunnen daardoor wel veel sneller worden.”
“Wij zitten qua schaal nog op misschien 1 tot 5 procent van bedrijven als OpenAI. Dat is gewoon een andere orde van grootte”
Pim de Witte
In een opiniestuk schreef je dat Nederland zich vooral moet richten op AI-veiligheid en gespecialiseerde toepassingen, niet zozeer op het ontwikkelen van een eigen AI-model, zoals GPT-NL. Leveren we ons daarmee niet uit aan Amerika en China?
„Voor het trainen van de grootste modellen heb je gigantische computerclusters nodig. Dat is het duurste deel van AI. Maar als een model eenmaal is getraind, kun je het relatief eenvoudig aanpassen voor specifieke toepassingen. Je hoeft als land dus niet per se zelf de basismodellen te trainen om succesvol te zijn.”
Toch blijf je zo afhankelijk van buitenlandse modellen, van andere landen.
„Dat klopt. In een ideale wereld zorg je dat je net zulke goede AI-modellen hebt als Amerika of China. Maar de capaciteit hebben we simpelweg niet.”
Pim vertelt dat zijn bedrijf zelf wel de basistraining van een AI-model doet, maar mondjesmaat. „En zelfs wij zitten qua schaal nog op misschien 1 tot 5 procent van bedrijven als OpenAI. Dat is gewoon een andere orde van grootte.”
Waar moet Nederland dan wel op inzetten?
„Op waar we al goed in zijn. Kijk naar onze universiteiten, naar ASML, naar de biowetenschappen. Daar zit unieke data. Daar liggen de kansen. Nederland is een klein land; je kunt niet alles doen. Je moet kiezen waar je historisch sterk in bent.”
Wereldwijd waarschuwen AI-onderzoekers voor de risico’s van kunstmatige intelligentie. Deel jij die zorgen?
„Ja, maar ik denk dat de grootste risico’s op dit moment bij cyberveiligheid en biologie liggen. Neem AI die helpt bij het ontwerpen van eiwitstructuren en een virus ontwikkelt dat we nog niet kennen. Dan heb je een groot probleem. Stel dat zo’n AI-systeem vervolgens de waterfaciliteiten van bijvoorbeeld Gelderland hackt, dan kunnen de gevolgen enorm zijn. Dus moet je iets doen met controle van je watervoorzieningen, vaker metingen doen misschien.”
Moeten we de ontwikkeling van AI dan niet juist afremmen, waar momenteel voor wordt gepleit?
„Ik ben niet de juiste persoon om dat te beantwoorden, omdat onze modellen voor industriële toepassingen bedoeld zijn. Maar AI-veiligheid moet absoluut serieuzer worden genomen dan nu.”
“We gaan ons de komende tijd volledig focussen op het bedrijf verder opbouwen en de lancering van de modellen”
Pim de Witte
Jullie bouwen robots die zelfstandig kunnen handelen. Maak je daarmee geen systemen die slimmer worden dan mensen?
„Nee. Wij werken vooral aan motoriek en handelingsvermogen. De taalmodellen en de cognitieve planning zitten daarboven. Onze modellen zorgen ervoor dat een robot kan handelen, niet dat hij menselijk gaat redeneren.”
Heb je daar een voorbeeld van?
„Een van de mooiste toepassingen die we nu al zien, is voor mensen met een lichamelijke beperking. Iemand die bijvoorbeeld maar één arm heeft, kan met de muis werken, terwijl onze modellen de toetsenbordbesturing overnemen. Het gaat echt om samenwerking tussen mens en AI.”
Wat is de volgende stip op de horizon?
„Voorlopig is dat heel simpel: de modellen succesvol naar de markt brengen. AI-modellen bouwen is heel anders dan software ontwikkelen. Je weet vooraf nooit precies wat eruit gaat komen. Daarom gaan we de komende tijd volledig focussen op het bedrijf verder opbouwen en de lancering van de modellen. Daarna kijken we weer verder.”
Dit artikel is geschreven door Eric Reijnen Rutten voor het AD.